ERVARING VAN EEN INGEWIJDE

Martinus Muskens (1935) werkte van 1970 tot 1978 bij de bisschoppenconferentie in Jakarta. Van '78 tot '94 was hij rector van het Nederlands College te Rome en honorair ambassaderaad van de Kroon bij het Vaticaan. Sinds '94 is hij bisschop van Breda.

,,Mijn eerste diplomatieke contacten met het Vaticaan waren met de nuntius in Jakarta, de diplomatieke vertegenwoordiger van de paus bij de Indonesische regering. Ik werkte als hoofd documentatie en informatie op het secretariaat van de bisschoppenconferentie te Jakarta en moest regelmatig langskomen om de nuntius te informeren over bijvoorbeeld de politieke situatie in Indonesië. De eerste keer was ik enorm zenuwachtig. Ik dacht `dit is heel bijzonder, ik moet heel voorzichtig zijn'. Maar het bleek reuze mee te vallen. Het contact verliep heel informeel, het was gewoon een gesprek van man tot man over wat ik allemaal over Indonesië wist. En hiermee hebben we misschien wel het belangrijkste aspect van de diplomatie van het Vaticaan te pakken: het is zo gewoon. Tegen priesters en leken die zich succesvol binnen de diplomatie van het Vaticaan willen bewegen zou ik dan ook willen zeggen: hoe informeler en vriendelijker je je gedraagt, hoe beter de verhoudingen liggen. En wees daarbij net zo vriendelijk tegen receptionisten en secretarissen als tegen de hogere bazen. Zij vormen het netwerk rond kardinalen en andere hoge prelaten. Zij maken de afspraken, nemen je boodschappen aan en geven ze door. Dat netwerk moet je cultiveren. Weet hoe die mensen heten, vraag hoe het met hen gaat; daar zijn ze heel gevoelig voor. Als je zorgt dat je met deze mensen op goede voet staat, krijg je in Rome sneller iets gedaan dan wanneer je ze negeert.

,,Verder is het natuurlijk van groot belang om een eigen netwerk op te bouwen van mensen die jij ooit een dienst bewezen hebt en waarop je op een bepaald moment kunt terugvallen. Het is voor een groot deel een kwestie van geven en nemen. Een voorbeeld. In 1990 had ik via bepaalde kanalen geregeld dat de paus op een zondag in de Sint Pieter, ter ere van het Willibrordjaar, voor zou gaan voor Nederlandse pelgrims. Die dienst zou volledig in het Nederlands zijn, een unicum in de geschiedenis. Een week of wat van tevoren hoor ik echter dat een naaste medewerker van de paus hem op een vliegtuig naar Napels heeft geboekt, waardoor hij de bewuste zondag helemaal niet in Rome kon zijn. Ik ben direct in actie gekomen en heb een aantal mensen per brief gemobiliseerd om de zaak recht te zetten. Van één kardinaal wist ik zeker dat hij mij zou helpen. Voordat hij kardinaal geworden was logeerde deze man regelmatig bij mij op het Nederlands College in Rome, daar kreeg hij gratis kost en onderdak, dus... Toevallig moest deze kardinaal diezelfde week dineren bij de paus. Hij bracht het probleem ter tafel, waarop de paus vastberaden zei dat de dienst door moest gaan, desnoods een paar dagen eerder. Uiteindelijk werd de hele donderdagochtend gereserveerd voor de Nederlandse viering. Een prachtige dienst was het. Er zat eigenlijk maar één `maar' aan. De hoge prelaat die de paus op het vliegtuig had geboekt en liever had gezien dat die hele Nederlandse viering niet door was gegaan, is inmiddels kardinaal geworden. Hij staat in Rome dankzij zijn succesvolle organisatie van het feestjaar 2000 in hoog aanzien. Als ik nu naar Rome ga, moet ik in zijn buurt wel even voorzichtig zijn omdat ik hem destijds baas boven baas geleerd heb. Maar denk nu niet dat het er heel erg verbeten aan toe gaat. Er wordt ook heel veel gelachen. Humor is een van de voornaamste ingrediënten van de communicatie. Anekdotes vertellen helpt ook. Wie een leuk weetje kent over een paus of een kardinaal heeft een streepje voor. Datzelfde geldt voor mensen met een talenknobbel; je moet minstens drie vreemde talen kennen wil je in het Vaticaan mee kunnen komen. Italiaans, de voertal van de curie, is daarbij een vereiste. En verder helpt het veel als je een taal kent die weinig anderen spreken. Ik spreek zeer goed Indonesisch ik heb de paus het urbi et orbi nog in het Indonesisch geleerd.

,,Respect is niet weggelegd voor mensen die zichzelf niet in bedwang kunnen houden. Eén van de gouden regels luidt: nooit kwaad worden, altijd goede zin tonen, ook als je van binnen heel erg boos bent. Discretie en voorzichtigheid zijn zo belangrijk omdat je in het Vaticaan nooit weet wat er allemaal speelt, waarom bepaalde beslissingen ineens genomen worden, wie waar scharrelt en wie met wie praat. Toen ik bijvoorbeeld begin 2001 een synode wilde organiseren ter ere van het 150-jarig bestaan van het bisdom Breda, werd mijn plan getorpedeerd door conservatieve Nederlanders die achter mijn rug om in Rome zijn gaan klagen. Men was bang dat ik de bisschoppenconferentie niet in de hand kon houden. Ik kreeg nauwelijks de kans om een diplomatiek tegenoffensief te beginnen, want Rome verbood de synode vrijwel onmiddellijk. Ik heb daarop passend geantwoord door in de herfst van 2002 met tweeduizend pelgrims naar Rome te gaan en de honderdvijftigste verjaardag van het bisdom in de Sint Pieter zelf te vieren. Ik ben de Nederlanders voorgegaan voor het centrale altaar, waar normaal alleen de paus de mis op mag dragen. Hoe ik dat geregeld heb? Via het nieuwe hoofd van de Sint Pieter, die kende ik nog van vroeger.''