Eerst de vrijheid, dan de economie

Met Arabische onderzoekers schreef de Egyptische politicoloog Nader Fergany het Arab Human Development Report, een overstelpende hoeveelheid gegevens over de achterstand van de Arabische wereld. Oorzaak van de achterstand is vooral het gebrek aan vrijheid, en niet de islam, vindt Fergany. `De islam staat een scheiding van kerk en staat niet in de weg.'

Vijf miljoen lezers heeft hij nu al gevonden, schat de Egyptische politicoloog Nader Fergany: één miljoen exemplaren van zijn spraakmakende rapporten over de Arabische wereld zijn van internet geplukt of besteld bij de Verenigde Naties, en doorgaans wordt een exemplaar door zo'n vijf mensen gelezen, meent hij.

Fergany leidt het internationale team Arabische onderzoekers dat de afgelopen twee jaar een Arab Human Development Report heeft samengesteld, diepgravende en schokkende inventarisaties van de achterstand die de Arabische wereld op tal van terreinen heeft opgelopen. De rapporten concentreren zich op drie grote tekorten in de Arabische wereld: gebrek aan vrijheid, kennis en aan rechten van vrouwen. Onlangs verscheen het tweede rapport, over de ernstige kennisachterstand van de Arabische landen (de 22 leden van de League of Arab Nations). Het eerste rapport, uitgebracht onder auspiciën van de Verenigde Naties, is bekroond door het Prins Claus Fonds, reden voor Fergany om een kort bezoek te brengen aan Nederland om de prijs in ontvangst te nemen.

Het overstelpende feitenmateriaal van de rapporten en de ongezouten kritiek op de politieke, economische en intellectuele stagnatie van de regio zijn een scherpe breuk met de zelfgenoegzaamheid van veel Arabische regimes en hun reflex om kritiek af te doen als westerse bemoeizucht. Nieuw is ook de nadruk op mensenrechten en human development, een ander perspectief dan het dogma van economische ontwikkeling dat de Arabische regimes hun bevolkingen voorhouden. Fergany: ,,Wij verlaten het banale idee dat economische opbouw het antwoord is op alle kwalen, een houding waarmee de regimes de behoefte van hun bevolkingen aan vrijheid en gelijke rechten proberen te neutraliseren: dat komt allemaal later wel, zeggen ze dan. Wij zeggen: vergeet het maar! Het gaat in de eerste plaats om vrijheid, kennis en om gelijke rechten voor vrouwen. Niet pas op de laatste plaats als de economie eenmaal draait. Dat is trouwens een illusie: ook de economie in die landen heeft veel meer vrijheid nodig.''

In de Arabische wereld zijn de rapporten hard aangekomen. De felste reacties op het tweede rapport, over de intellectuele toestand van de Arabische wereld en de bouw van een kennissamenleving, kwamen opmerkelijk genoeg uit een land dat nauwelijks een rol speelt in het tumult om de Arabische wereld en de islam: het seculiere Tunesië. ,,Tunesië was erg ongelukkig met het tweede rapport waarin het land, zonder het te noemen overigens, wordt bekritiseerd. Daarna is de overheid een enorme campagne begonnen tegen het rapport.''

Ook Egypte is er niet echt blij mee: de presentatie van het tweede rapport werd verplaatst van Kairo naar Amman, waar de Jordaanse regering het werk enthousiast heeft omarmd. In Marokko worden aan de rapporten twee conferenties gewijd, één onder auspiciën van de jonge koning Abdullah. Fergany: ,,Als één land een prijs verdient in de Arabische wereld, is het Marokko. Ze hebben een opmerkelijke vooruitgang geboekt met modernisering van de positie van de vrouw, zowel in het familierecht als in de politiek: in het parlement zitten nu al vijfendertig vrouwen. Dat is heel bemoedigend.''

Fergany verwacht nog meer commotie over de volgende twee rapporten, die gewijd zullen zijn aan vrijheid en vrouwenrechten. ,,Dat is dynamiet. Het zijn beide extreem gevoelige onderwerpen. Het eerste natuurlijk vooral voor de lokale elites en regeringen. Maar ook de rol van de vrouw is omstreden. Uit ons onderzoek blijkt dat de Arabische bevolking de tekortkomingen op het gebied van vrijheid en kennis volmondig beaamt. Maar over vrouwenrechten wordt wisselend gedacht: ja, ze moeten recht hebben op dezelfde scholing als mannen. Maar zodra het gaat om werk moeten mannen voorrang krijgen.''

Is Fergany niet bang voor de positie van de ruim honderd onderzoekers die aan de rapporten meewerken, of voor zijn eigen veiligheid? ,,Ach, ik ben toch al uit de gratie bij mijn eigen regering. Mijn meningen zijn bekend. Het is een betere vraag waar we het volgende rapport zullen moeten presenteren, als het zo gevoelig ligt. Ik weet het niet. Misschien op Mars.'' In elk geval zal het zoals de eerdere rapporten op internet vekrijgbaar zijn.

Onder de gordel

Fergany trekt zich weinig aan van de kritiek in de Arabische wereld dat de rapporten weinig nieuws bevatten, of zelfs koren op de molen zijn van het imperialistische Westen. ,,Dat is een riedel die het goed doet in de Arabische wereld, om ons werk in diskrediet te brengen. Maar het is volkomen onjuist en trouwens ook onder de gordel. Nog nooit zijn gegevens over de Arabische wereld zo systematisch en omvattend samengebracht en gestructureerd. Bovendien, als er niks nieuws in staat, waarom dan al die ophef? Inderdaad, Edward Said heeft ons bekritiseerd vlak voor zijn dood, maar dat zie ik als een oprisping die mogelijk te wijten was aan zijn ziekte, leukemie. Ik heb een diepe bewondering voor de man. Sterker nog, hij heeft zelf een stuk bijgedragen aan het tweede rapport, en daar zijn we erg blij mee.''

Fergany zelf kan moeilijk beticht worden van pro-westerse partijdigheid. Hij zingt in alle toonaarden de lof van de rijke Arabische cultuur, ondanks alle zware problemen. En hij valt in scherpe bewoordingen uit naar de Amerikaanse interventie in Irak, die de mensenrechten in de Arabische wereld volgens het tweede rapport schade heeft toegebracht. ,,Het is een moordaanslag op de vrijheid. Het recht op zelfbeschikking van de Irakezen wordt met voeten getreden. Ja, de Amerikanen zeggen dat ze democratie en vrijheid brengen, maar tot nog toe is precies het omgekeerde gebeurd: armoede, onveilighed, en een sektarische indeling van het openbaar bestuur langs tribale en religieuze lijnen. Dat is geen volwaardige democratie.''

Maar was de interventie niet vooral een moordaanslag op een dictatuur? ,,Dat is waar, en dat is positief. Maar we moeten blijven kijken wat er gebeurt. Als de huidige toestand van Afghanistan en Irak het resultaat is, is het treurig gesteld met de wereld. Afghanistan glijdt snel af en het land wordt zogenaamd democratisch geleid door een marionet van de Amerikanen in Kabul. Is dat democratie? Ik dacht het niet. Het kan Amerika niets schelen wat er met de Arabieren gebeurt, ze zijn gewoon bezig met hun eigen strategische plan voor wereldhegemonie. En het is doodzonde dat Europa juist op dat punt zo verdeeld is, dat is voor ons een enorme teleurstelling.''

Fergany is daarnaast verontrust over het herleven van oude stereotypen over de Arabische wereld sinds 11 september 2001, ook in Europa. ,,Soms krijg ik het idee dat Europa in de Middeleeuwen meer verstand had van de Arabische wereld dan tegenwoordig. Nu zie je weer overal opduiken wat ik noem het `CIA-imago' van de Arabier en de islam: irrationeel, premodern, en uiteindelijk ridicuul. Het zijn stereotypen. Neem de Arabische taal, daarover zegt men nu dat die domweg niet geschikt is voor het overdragen van moderne kennis en concepten. Maar dat is onzin. Het was ooit de lingua franca van de rationele kennis en de wetenschap. En ik hoor nu in Amsterdam mensen verontrust opmerken dat Mohammed de meest voorkomende naam voor een jongen is in de stad. Prima, zeg ik dan, het is toch een prachtige naam. Het betekent: hij die alle goede eigenschappen heeft. Trouwens, in Amsterdam zeggen ze `Mo' in plaats van Mohammed. Zo zie je hoe snel die dingen zich ontwikkelen.''

In beide rapporten wordt de rol van culturele factoren in de stagnatie van de Arabische wereld gerelativeerd. Politieke repressie en economische onvrijheid wegen zwaarder dan culturele tradities of de islam die in het Westen doorgaans worden gezien als verklaring voor de impasse. Het Arabische verval, meent Fergany, komt vooral voor rekening van lokale regimes die zowel autoritair als onverlicht zijn. ,,Die combinatie is fataal. Het middeleeuwse kalifaat was ook autoritair, maar niet onverlicht: de Arabische wereld was eeuwenlang het model van een kennissamenleving, veel eerder dan Europa. Maar ze is voorbijgestreefd door Europa en in handen gevallen van lokale en buitenlandse elites die maar één doel hadden: behoud van hun eigen macht.'' Na de onafhankelijkheid heeft het socialistische evangelie van het Arabische nationalisme, met een accent op staatsmacht en geleide economie, de impasse nog verdiept.

Cultuur speelt natuurlijk ook wel een rol, zegt Fergany, bijvoorbeeld in de relaties tussen man en vrouw. ,,Maar in het Westen wordt de Arabische cultuur gereduceerd tot de islam, en de islam weer tot Osama bin Laden en Mullah Omar. Geen van beiden is een islamitische geleerde, het zijn politieke agenten, de één nota bene gecreëerd door de CIA.''

De islam verdraagt zich volgens Fergany juist goed met de `kennissamenleving' die het tweede rapport propageert. ,,Het eerste woord van de Koran is: lees! De islam spreekt de mens aan als een denkend individu, dat moet leren en zich moet ontwikkelen. Maar onze overheden hebben die kritische impuls onderdrukt, omdat die zich natuurlijk allereerst tegen henzelf zou keren.''

Polygamie

En de veelbezongen westerse scheiding van kerk en staat dan, is het ontbreken daarvan in de islam geen hindernis voor een moderne, seculiere samenleving? ,,Scheiding van kerk en staat is in de islam geen probleem. Om te beginnen is er helemaal geen kerk, althans niet in de soennitische islam. En staatszaken zijn in de islam van oudsher beschouwd als een seculiere aangelegenheid. Met verkiezingen, vertegenwoordiging en shura, overleg en consensus. Je kunt heel goed seculiere politieke en sociale arrangementen hebben die verenigbaar zijn met de islam. Fundamentalisten doen alsof de islam een religieuze wet kent voor de hele samenleving, maar er zijn ook modernere, verlichte interpretaties mogelijk. Kerk en staat kunnen heel goed worden gescheiden. Maar één ding kun je niet doen: je kunt niet de religie per decreet buiten de politiek houden. Het is nu eenmaal een deel van onze culturele erfenis.''

En vrouwenrechten? Staan die niet op gespannen voet met de traditionele versie van de islam? ,,Ik zal heus niet beweren dat de Koran niks bevat dat discriminerend is voor vrouwen. Maar alles staat of valt met het hernemen van ijtihad, interpretatie, die zo lang onmogelijk is gemaakt. Dan is the sky the limit. Neem polygamie. Die kun je in de context van de tijd van de Koran best opvatten als hoogstens toegestaan na een oorlog, met een vrouwenoverschot en weduwes met kinderen die bescherming en zorg nodig hadden. Een noodvoorziening dus, helemaal geen luxe voor de man. De slechte positie van Arabische vrouwen heeft veel meer te maken met hardnekkige patriarchale tradities en, opnieuw, met politieke onvrijheid dan met de islam.''

Kritiek dat de Arabische wereld zo ver achter is dat een `kennissamenleving', een te hooggegrepen doel is, wordt door Fergany afgewezen. ,,Men zegt: in Europa is zo'n samenleving pas ontstaan op de basis van een postindustriële economie, daar zijn jullie nog lang niet aan toe. Maar daar hoeven we niet op te wachten. De Arabische wereld draagt de kern van een kennissamenleving in zich.'' Hij beseft ook dat de economische liberalisering die de rapporten bepleiten, ontwortelende en averechtse effecten kan hebben, bijvoorbeeld op de positie van vrouwen. ,,Dat is waar, daar zal ons vierde rapport over gaan. Het is daarom ook van het hoogste belang dat vrouwen gelijke toegang krijgen tot onderwijs, om hun positie te versterken. Het meeste analfabetisme in de Arabische wereld bestaat nu nog onder vrouwen.''

Fergany rekent erop dat de volgende rapporten in 2004 en 2005 tot opschudding zullen leiden en een bijdrage zullen leveren aan hervormingen. ,,Er moet iets gebeuren. Als de huidige onvrije toestand voortduurt, kan het resultaat catastrofaal zijn. Dan komen er hevige sociale conflicten. Een ingrijpende herverdeling van macht is onvermijdelijk. Nee, dat kan niet worden afgedwongen op academisch of intellectueel niveau in onze rapporten. Maar elke grote verandering begint als een strijd van ideeën. De zaak zal moeten worden beslist door de bevolkingen van de Arabische landen zelf. Misschien zoals in de fluwelen revolutie die we net hebben gezien in Georgië.''

Voor informatie over de Arab human development reports: www.undp.org/rbas/ahdr

    • Sjoerd de Jong