Een Parijs' appartement kom je niet zomaar binnen

Het is een vast ritueel. Behalve het uur waarop het voor het etentje verwacht wordt, geven Parijzenaars hun bezoek `de code' door. De deurcode. Die moet ingetoetst worden op het cijferklaviertje dat de hoofdingang van vrijwel ieder appartementencomplex siert. Vaak is het voorzien van een extra knopje, dat door niet-ingewijden ten onrechte wordt aangezien voor een bel. Dat knopje verschaft overdag toegang tot het gebouw. Van 's avonds, meestal vanaf een uur of zes, tot zes, zeven uur de volgende ochtend dient het tot niets. Dan moet de bezoeker onherroepelijk de code kennen.

Hoe langer hoe vaker is de code ook overdag onontbeerlijk, ter verhoging van de veiligheid. Fransen hebben weinig op met Amerikanen, maar behalve een voorkeur voor hamburgers waarvan ze de meeste in heel Europa eten, delen ze met hen een obsessie met veiligheid. In de provincie worden, net als in Amerika, hermetisch gesloten woonparken aangelegd. En toen ik in Parijs ging wonen en een onderkomen zocht, wees de eigenaresse van een appartement trots op de deurtelefoon, terwijl ze honend zei: ,,Aan die codes heb je niets, die kent iedereen.''

Dat is waar. Niet alleen het bezoek van de tientallen bewoners van een appartementengebouw is de code in vertrouwen meegedeeld, maar ook alle leveranciers, pizzakoeriers, loodgieters en ander volk. Om die reden wordt de code van veel gebouwen elk halfjaar gewijzigd. Waarna de verspreiding van het geheim weer een aanvang neemt.

De vereniging van eigenaren van mijn gebouw heeft het afgelopen jaar renovaties laten verrichten. Onderdeel daarvan was de installatie van deurtelefoons in ieder appartement. Bezoek kan sinds een half jaar beneden aanbellen. De code is afgeschaft. De bewoners kregen electronische badges, drie centimeter grote plastic schijfjes, die voor een electronisch oog gehouden moeten worden om de deur te laten openspringen. Het systeem vindt hoe langer hoe meer ingang, meldde de beheerder van ons gebouw enthousiast.

Fijn, maar mijn kranten - twee Franse en NRC Handelsblad - lagen vanaf dat moment in weer en wind buiten op de stoep. Als ze er nog lagen. De bezorgers konden 's nachts niet meer naar binnen om ze in mijn brievenbus te deponeren. Jammer genoeg bleek ik de enige te zijn met dit probleem. Fransen zijn geen abonnementhouders en kopen hun krant in de kiosk. En de post kon gewoon tweemaal daags bezorgd blijven worden, omdat de postbode een badge kreeg.

De oplossing - ook de bezorgers van mijn kranten een badge geven - werd door de beheerder direct afgewezen. Althans, ze konden die krijgen, maar dan moest een bijbehorende coderingsmachine worden aangeschaft. Dat had de post ook gedaan. Met de machine kan de om veiligheidsredenen om de twee dagen gede-activeerde badge weer geactiveerd worden. Alleen: de machine kost drieduizend euro. Was dat voor de post geen probleem, omdat het ding ook voor de electronische toegangen in de rest van de stad te gebruiken is, de bezorgbedrijven van mijn kranten weigerden dezelfde investering te doen voor die ene schaarse klant.

Bezweringen van hun kant, dat hun bezorgers betrouwbaar zijn en zelfs toegang hebben tot ambassades en woningen van beroemdheden als Jean Tiberi, oud-burgemeester van Parijs, baatten niet. Volgens de beheerder waren de bedrijven verplicht mee te werken ten gevolge van een twee jaar geleden aangenomen wet inzake de veiligheid van appartementsgebouwen. Een buurvrouw, tegenover wie ik mijn nood klaagde en die zo haar eigen problemen met de beheerder heeft gehad, hield het op `gesjoemel': het kon niet anders of hij verzilverde zijn onwil bij het bedrijf dat de coderingsmachine levert.

Ik eiste vergeefs toegang voor de bezorgers, schortte ten slotte de bezorging van mijn kranten maar op en zon op nadere actie. Een advocaat, die ik vroeg of ik geen beroep kon doen op de vrijheid van briefverkeer of zoiets, voorspelde een `moeilijke zaak'.

Dat werkte ontnuchterend. Hoe vaak had ik nu al niet vastgesteld, dat Fransen soms net pubers zijn? Je moet ze paaien, dan lukt wat met zakelijkheid geen schijn van kans heeft. Ik had alleen maar gewezen op de nadelen van het nieuwe systeem. Ik was niet enthousiast geweest.

,,Veiligheid is ook voor mij het belangrijkste, de rest is bijzaak'', huichelde ik vorige week tegen de beheerder. Drie dagen later prees ik het vernuft van onze wonderlijke badges. Eergisteren zwaaide ik naar hem.

Gistermiddag belde hij. Hoeveel badges had ik nu precies nodig?