`Democratie kan islamitisch zijn'

In principe gaat islam samen met democratie. Maar niet de islam van het religieuze establishment. Dat is de overtuiging van prof. Abdulaziz Sachedina, hoogleraar religieuze studies, en adviseur over de nieuwe Iraakse grondwet.

Kan het nieuwe Irak, waar de islam een grotere rol opeist dan onder het in essentie strikt seculiere bewind van Saddam Hussein, een democratie worden? Of Afghanistan-na-de-Talibaan? Kan Iran een islamitische democratie worden? Kunnen islam en democratie wel samengaan?

Ja, zegt professor dr Abdulaziz Sachedina. Ja, in principe wel. Als de islam tenminste de vrijheid van religie accepteert en institutionaliseert; pluralisme erkent. ,,Het probleem is natuurlijk dat de islam, net als andere religies, alleen-zaligmakendheid claimt. Maar ík zeg dat de Koran dat niet zegt.''

Eerst iets over professor Sachedina, hoogleraar religieuze studies. Hij is een in Tanzania geboren shi'itische moslim met een Amerikaans en een Canadees paspoort. Hij heeft vele jaren gestudeerd aan theologische opleidingen in de heilige steden Mashad in Iran en Najaf in Irak – dat Najaf waarvandaan groot-ayatollah Sistani de islam tot belangrijkste bron voor de toekomstige grondwet heeft uitgeroepen en een probleem voor de Amerikaanse democratie-bouwers heeft veroorzaakt. Maar Sachedina heeft ook aan seculiere universiteiten gestudeerd. Evenzo doceert hij nog steeds in Mashad, aan de Ferdowsi-universiteit, én aan de universiteit van Virginia (VS). Daarnaast maakt hij deel uit van een groep deskundigen die adviezen geeft over die Iraakse grondwet. Hij hield eerder deze week de jaarrede van het Internationaal instituut voor de studie van de islam in de moderne wereld in Leiden over islam en democratie.

,,De Koran zegt duidelijk dat iedere gemeenschap zijn geloofssysteem heeft en haar wetten en dat moet worden toegestaan die te praktiseren'', zegt Sachedina in een vraaggesprek. ,,Het staat in sura 5, vers 48. God zegt: `als ik één gemeenschap had willen vormen, dan had ik dat gedaan. Ik weet dat jullie niet in staat zouden zijn jullie problemen op te lossen. Maar ga niet elkaar zitten veroordelen. Werk aan iets dat goed is voor iedereen.' Zo duidelijk!'' Hij straalt.

Sachedina werd uitgenodigd om zijn standpunt uiteen te zetten in het Khomeiny-instituut in die andere shi'itische heilige stad, Qom. ,,Toen ik het vers las, zei de ayatollah: breng de koran, ik wil het zelf zien. In andere woorden: ze hadden het gewoon vergeten.''

Want zo gaat dat, zegt Sachedina. Wanneer de godsdienst verstrikt raakt met de macht, wordt vergeten dat zij ook een andere dimensie heeft, namelijk coëxistentie met andere religies. ,,De islam ontstond niet in een vacuüm. Er waren indertijd in Mekka andere godsdiensten. Dus de profeet moest een mechanisme creëren voor coëxistentie met de andere godsdiensten; er was een soort civil society. Maar toen de moslims machtig werden, een rijk opbouwden, verloren ze hun vermogen om bruggen te bouwen. Omdat ze de macht hadden.''

,,Dat is het probleem van elke institutie die religie tot werktuig maakt van zijn machtsstreven. Dan begint deze te discrimineren tegen diegenen die dat niet accepteren. Dus intolerantie is niet eigen aan de islam, het is eigen aan hen die macht willen hebben.''

Zo wordt de islam een wapen, een instrument om uniformiteit te verzekeren – en dat al doende de islam vernietigt. ,,Het schaadt de islam meer dan de politiek.''

Ik ken de mullahs, zegt Sachedina. ,,Op de universiteit wordt ons geleerd nederig te zijn. Onze studenten zijn misschien slimmer dan wij. Maar in de religieuze scholen word je geleerd dat jíj het weet en dat de rest naar jou moet luisteren. Jíj spreekt met gezag en alle anderen weten niets. Maar dat werkt niet meer in de moderne tijd. De Iraniërs bijvoorbeeld zijn mensen die niet alles maar aannemen. Zij wijzen de religie af, de islam die de mullahs leren. Het is niet zo dat ze de islam als zodanig haten. Ze haten het dat ze worden gedwongen de islam van de mullahs te slikken.''

In Irak probeert professor Sachedina de religieuze leiders ertoe te bewegen zich te beperken tot een gidsende – geen controlerende – rol voor de islam in de grondwet. ,,Als zij zeggen dat de shari'a [het islamitisch recht] deel uit moet maken van de grondwet, zie ik twee grote problemen. Ten eerste dat de notie van burgerschap in de traditionele shari'a ontbreekt. Irak is een multireligieuze, multi-etnische maatschappij die behoefte heeft aan een nationale cultuur die de mensen samenbindt als Irakezen: dat noem ik burgerschap. De shari'a verdeelt de mensen in gelovigen en niet-gelovigen, en creëert een probleem van discriminatoire lagen van burgerschap. Islamitische burgers, christelijke burgers. Turkmeense burgers, Koerdische burgers, Arabische burgers. De enige manier om dit probleem op te lossen is de shari'a erbuiten te laten.

De andere zaak waar ik me zorgen over maak zijn de rechten van de vrouwen. De shari'a geeft de vrouwen geen gelijke rechten; de ongelijkheid, bij voorbeeld op het gebied van huwelijk en echtscheiding, is erin geïnstitutionaliseerd.

Ik zie liever islamitische waarden in de grondwet dan de shari'a, tenzij de shari'a bereid zou zijn de vrouw te zien als gelijke partner. Maar dat is heel problematisch. Als je de shari'a noemt, ben je erdoor gebonden. Dat zegt de wet. Waarden zijn vager, je hebt ruimte om te manoeuvreren, om te praten en te interpreteren. Als dat niet gebeurt, denk ik dat de vrouwen in Irak eronder zullen lijden. Aan de ene kant zal de patriarchale cultuur hen domineren, aan de andere kant zal de traditionele shari'a hen verstikken. En dan worden de vrouwen eens te meer aan de genade van de man overgelaten. En dat zeggen wij tegen de geestelijken. In een democratische staat kun je niet de rechten van burgers wegnemen.''

Het is eigenlijk groot-ayatollah Sistani tegen professor Sachedina, en niet voor het eerst. ,,Hij is anti-pluralistisch, anti-vrouw. Hij heeft eens een fatwa tegen me uitgesproken. Hij wilde me tot zwijgen brengen. Hij beval me mijn ontslag te nemen aan de universiteit van Virgina. Ik ben tegen het religieuze establishment. Ik houd van mijn godsdienst, maar niet van de claims die zij legt. Dat vinden de geestelijken niet leuk. Zij willen dat hun gezag wordt aanvaard.''

,,Maar wij kunnen winnen. Ik denk niet dat dit soort geestelijken uiteindelijk de krachten van gematigdheid, de democratie, kan weerstaan. De mensen zijn zich meer bewust van hun rechten dan vroeger. Ik was in Iran tijdens de revolutie van 1979, en ik was in alle betogingen tegen de sjah. Als je hun toen vroeg wat een islamitische republiek was, hadden de mensen geen idéé. Maar ze zijn veel meer politiek bewust geworden. De mensen weten nu wat er kan gebeuren als geestelijken te machtig worden.''

    • Carolien Roelants