De ondraaglijke leegte van Wouter Bos

Het debat over de sociale verzorgingsstaat en immigratie is op gang gekomen zonder een overtuigende respons van de sociaal-democratie. Bestaat er wel nog zoiets als de sociaal-democratie? Wat is dat dan? Deze `religie' is anderhalve eeuw oud, maar de vraag is voor welke idealen zij nu staat. Voor het `socialisme'? Durft een fatsoenlijke persoon ná Goelag Archipel (de socialistische holocaust waarbij miljoenen burgers om het leven zijn gebracht terwille van de arbeidende, gelukzalige toekomst van de mensheid) dit begrip nog te gebruiken? Wat bindt de sociaal-democraten eigenlijk nog?

Het is zonneklaar dat voor de sociaal-democraten het begrip socialisme niet langer het leidende beginsel is. De sociaal-democraten zijn echter hun socialistische genen nog niet helemaal kwijt. Dat vind je terug in het denken over Arbeid. Alles was ondergeschikt aan de arbeid en arbeidersbeweging. De arbeid en het kapitaal vormden het weefsel van de economische wereld.

Huidige doelstellingen als vrouwenemancipatie hadden oorspronkelijk bij welke socialist dan ook geen bijzondere plaats. De algehele arbeidersemancipatie zou immers de oplossing vormen voor alle problemen. Dat vrouwenemancipatie ook een opstand tegen de onderdrukkende vormen van religie en cultuur inhield, vond eerder gehoor bij de deftige liberale heren dan bij de socialisten. Cultuur was bij de socialisten vroeger een luxe, en daarom evenmin van belang.

In de loop der tijd is uiteraard alles veranderd. De meeste arbeiders werden werknemers. De sociale verzorgingsstaat was oorspronkelijk een defensief antwoord op de revolutionaire dreigingen van het socialisme. De welvaartsstaat gaf aan het kapitalisme het vermogen om het sociale protest te absorberen. Kritiek werd onder het kapitalisme van na de Tweede Wereldoorlog, toen de welvaartsstaat vorm begon te krijgen, niet onderdrukt, maar werd telkens weer op- en (vaak) overgenomen in het systeem. De kapitalistische welvaartsstaat leeft bij de gratie van kritiek en kritiekbeheersing, waardoor de welvaartsstaat zichzelf steeds verbetert.

Ook de wereld van de sociaal-democratie onderging een metamorfose. Haar wezenlijke aandacht is verschoven van arbeiders naar werknemers naar uitkeringsgerechtigden. In het begrip welvaartsstaat zit de dynamiek van een zich ontwikkelende samenleving. Achter het begrip verzorgingsstaat schuilt een statisch model waardoor bureaucratische instanties hun werk doen. Vanwege die verschuiving in aandacht vinden de sociaal-democraten zich logischerwijze uitstekend thuis in de instanties van de verzorgingsstaat, maar niet in de welvaartsstaat. De te verzorgen mens is het bestaansrecht geworden van de Hollandse sociaal-democratie.

Wat is de hoogste waarde van de huidige religie der sociaal-democraten? Als je de debatten over de begroting en de toespraken van prominente PvdA-leiders analyseert, komt er één waarde bovendrijven: de solidariteit. Zo gebruikt de leider van de sociaal-democratie, Wouter Bos, in een artikel in de Volkskrant van 6 december `solidariteit' als belangrijkste argument tegen criticasters van de partijlijn inzake sociale verzorgingsstaat en immigratie. ,,De verzorgingsstaat is er immers alleen voor wie ziek, zwak of misselijk is en dat zijn zij zelf uiteraard niet. Wie de solidariteit toch overeind wil houden, zal hier doorheen moeten breken.''

Maar waarom moeten mensen eigenlijk solidair zijn met elkaar? Waarop is het idee gebaseerd dat solidariteit een universele, afdwingbare grondnorm is? Is de publieke ruimte opgericht en instandgehouden om met elkaar solidair te zijn? Op wiens wil en bevel (of welke God) is solidariteit gefundeerd? Welke geheime God heeft de sociaal-democratie die wij niet kennen? Het zijn vragen die sinds de Verlichting worden gesteld.

De PvdA wil deze vragen niet aanhoren. Wim Kok had het makkelijker dan Bos, omdat hij de illusie koesterde van een gebureaucratiseerde politieke beweging zonder duidelijke ideologische afbakening. Dat was een illusie, want elke afbakening kent een zij en een wij. Wie dat ontkent, ziet het land als een grote familie en niet als een politieke eenheid in concrete verdeeldheid. Een onderscheid tussen zij en wij impliceert geenszins een onderscheid tussen vriend en vijand.

Ondanks alle waarschuwingen, ook vanuit eigen kring, liet Kok de meeste problematische vraagstukken onopgelost achter. Nu mede onder invloed van Fortuyn deze vraagstukken op tafel zijn gelegd, is Wouter Bos verplicht een uitweg te vinden voor de crisis van de sociaal-democratie en haar verzorgingsstaat.

Probleem is dat Bos weinig bagage heeft. Nog een voorbeeld uit zijn artikel. Hij begint zijn aanval op het wij-en-zij-denken met een passage van Bill Clinton over Nederland terwijl het juist de Amerikaanse presidenten zijn die worden getraind in het wij-zij denken. Bos citeert Clinton: Als ik aan Nederland denk, denk ik aan vrijheid, compassie en tolerantie.

Maar wat weet Clinton nu van compassie. De zijne is een toeristische waarneming: van hasj, hoeren en drugsdealers. Dus het gezichtspunt van Wouter Bos op ons land is het perspectief van een toerist. Niet zijn eigen waarnemingen, niet de analyse van denkers als Paul Scheffer of Jos de Beus, maar de denkbeelden van een Amerikaanse toerist vormen het vertrekpunt.

Bos moet toch weten dat toeristen geen verantwoordelijkheid hoeven te nemen voor dit land. Maar wij wel. Het einde van Bos' artikel is memorabel, want hij maakt zich nogal zorgen over het volgende bezoek van Clinton aan ons land: Zal Clinton ook in de toekomst weer zulke mooie woorden uitspreken over ons land?

Eén ding weet ik nu zeker: één man heeft behoefte aan een dringende verzorging en dat is Wouter Bos. Welke politieke leider met een gezond verstand kan dergelijke bizarre gedachten ontwikkelen. Bos en alle andere politici moeten zich vooral zorgen maken over het oordeel van de Nederlandse burgers.

Bos is een meester geworden in de goedkope stunt, zoals het publiekelijk bekendmaken dat hij op maandag thuis wil blijven om voor zijn kind te zorgen. De ondraaglijke leegte van Wouter Bos dwingt ons ons af te vragen of voor hem niet de tijd is aangebroken een keuze te maken tussen werk in een kinderdagverblijf of het ideologische en politieke leiderschap van de PvdA.

    • Afshin Ellian