Brussel houdt niet van wipkippen

De belangrijkste grief van Nederlanders tegen `Europa' is dat de samenwerking te veel bureaucratie oplevert, zo bleek deze week uit onderzoek. Daar kunnen de speeltuinen in Leiden over meepraten.

Er is geen kind te zien in de speeltuin Stevenshof in Leiden want het giet van de regen. Clemi Frankhuizen, voorzitter van de Leidse Bond van Speeltuinverenigingen, stapt over de plassen. Hier, wijst ze, stond de familieschommel. ,,Dat is zo'n grote schommel waarop aan beide kanten negen kinderen kunnen zitten. Een feest van een toestel. Die schommel is weg. Als er een kind tijdens het schommelen te dicht bij zou komen, krijgt ie een oplawaai. Te gevaarlijk.''

De draaimolen is ook weg. Maar de grote houten loopton, waar een kind in kan staan en al lopend in beweging kan zetten, staat er nog. Volgens de Europese richtlijnen mag die ook niet meer. Clemi Frankhuizen: ,,Ik heb al gezegd, zet hem vast. Maak er een paar bankjes en een tafeltje in en de kinderen hebben een leuk speelhuis. Dat moeten we nog doen.''

De zestien Leidse speeltuinen voldoen niet aan de strenge Europese richtlijnen. Ondanks alle aanpassingen die er al gedaan zijn. Het grote probleem is dat die regels steeds worden aangescherpt, zegt Clemi Frankhuizen. ,,Ben je net klaar, moet het wéér anders.''

De belangrijkste grief die Nederlanders tegen `Europa' hebben, is dat de samenwerking te veel regels oplevert, bleek deze week uit opiniepeilingen. Nederland wil tijdens het komend EU-voorzitterschap, in de tweede helft van 2004, het aantal regels uit Brussel verminderen. Maar in Brussel wordt verbaasd gereageerd op dit voornemen. De afgelopen jaren wordt juist hard gewerkt aan het opschonen en versimpelen van de regels, die overigens vaak (mede) op voorstel van Nederlandse ministers tot stand zijn gekomen. In Brussel denken ze dat het voornemen van de Nederlandse regering om de regelgeving te beperken vooral is bedoeld om de almaar eurosceptischer burgers te paaien.

Voor de Leidse speeltuinen begon het allemaal in 1996. De Leidse Bond van Speeltuinen bestond vijftig jaar. De gemeente schonk 800.000 gulden zodat de zestien speeltuinen konden worden opgeknapt. Dat moest om aan de regels te voldoen die waren opgesteld door de Europese Commissie. ,,Eigenlijk'', zegt Frankhuizen, ,,hadden we 1,4 miljoen gulden nodig. Maar we hebben het werk laten uitvoeren door mensen met gesubsidieerde ID-banen. Zo konden we het doen voor dat geld.''

In 1998 waren alle Leidse speeltuinen in orde. V-vormige onderdelen in toestellen waar eventueel een koordje van een capuchon in kon blijven steken, werden verwijderd. De stenen onder schommels en klimrekken werd vervangen door gras. De glijgoot van de glijbaan werd verdiept. Dwarsbalkjes op klimtoestellen werden aan de buítenkant bevestigd zodat kinderen niet aan de binnenkant op de toestellen konden klimmen. Onderhoudsman Daan Bekooy peinst: ,,Ik zal vast nog wat dingen vergeten, maar we hadden het grondig aangepakt.''

Clemi Frankhuizen ,,schrok zich een ongeluk'' toen ze het keuringsrapport van de speeltuin te zien kreeg in 1999. Dat jaar waren de regels weer aangescherpt, zegt ze. Daan Bekooy wijst naar de knalgele glijbaan. ,,We hadden de glijgoot verdiept. Dat moest, zodat kinderen er niet makkelijk overheen konden donderen. Maar in 1999 moesten glijbanen boven de drie meter opeens helemaal overkoepeld worden. En dat stukkie pijp kost wel 7.000 euro. Dat is ons budget voor een heel jaar.''

Onveilig zijn de speeltuinen zeker niet, zegt Clemi Frankhuizen. In de Leidse speeltuinen is nog nooit een ernstig ongeluk gebeurd. Leo Driessen, toezichthouder in de Stevenshof: ,,Als de speeltoestellen goed worden gebruikt is het risico dat het mis gaat klein, zegt hij. ,,Ik let altijd op. Als ze gekke dingen doen, waarschuw ik één keer en daarna is het moven. Dan zeggen de ouders: `Ome Leo heeft gelijk hoor'.''

Het lijkt wel alsof Brussel elk risico wil uitsluiten, zegt Clemi Frankhuizen. ,,Kinderen mogen niet meer spannend spelen. Ze moeten leren om risico's in te schatten, ze moeten ook hun grenzen verleggen. Als ze dat niet in een speeltuin doen, doen ze dat op straat. Dat is gevaarlijker''. Ze wijst op een litteken op haar voorhoofd. ,,Tijdens het spelen van een hekje gevallen.''

Terwijl de Leidse speeltuinen bezig waren met de aanpassingen volgens de regels uit 1998, kwamen er in 2001 wéér nieuwe richtlijnen uit Brussel, vertelt Clemi Frankhuizen met een zucht. Dit keer ging het voornamelijk om de ondergrond. Gras mag nog alleen onder toestellen met een valhoogte van maximaal één meter. Onder schommels moeten dus rubberen tegels, omdat kinderen al schommelend boven de één meter komen. ,,Daar hebben we geen geld voor'', zegt Frankhuizen. ,,Juist het aanpassen van de ondergrond is erg duur.'',,Weet je wat een vierkante meter rubberen tegels kost?'', vraagt Bekooy. ,,45 euro! En dan moet de grond nog afgegraven en geëgaliseerd worden. En voorzien van een laag zand.'' Om alle zestien speeltuinen aan de nieuwste eisen aan te passen, is 1,6 miljoen euro nodig.

De gemeente erkent de problemen, zegt woordvoerder Edith Swinkels van de gemeente Leiden, maar wil niet nóg een keer een flink bedrag investeren. Wel heeft de gemeenteraad besloten om het jaarlijkse budget bijna te verdubbelen tot 120.000 euro.

Rolf Oosterbaan, directeur van de Landelijke Organisatie voor Speeltuinwerk en Jeugdrecreatie, hoort vaak klachten van leden over de strikte Europese regels. Die regels, zegt hij, waren opgesteld om het aantal ongelukken te verminderen. ,,Onderzoek wijst uit dat dat niet is gebeurd.'' Speeltuintoestellen vallen onder de Europese regels die ook gelden voor kermisattracties, zegt Oosterbaan. Hij zou ervoor pleiten om die erbuiten te houden. ,,Vaak maken vrijwilligers speeltoestellen voor weinig geld zelf. Dat kan nu niet meer. Ze zijn gedwongen om dure toestellen bij de fabrikanten te kopen.''

Ik hoor geruchten'', zegt Daan Bekooy in de speeltuin, ,,dat ze de maximale valhoogte bij een ondergrond van gras willen optrekken van één naar anderhalve meter.'' ,,Ik hoop zo dat het waar is'', zegt Clemi Frankhuizen. ,,Dat zou ons al enorm in de kosten schelen.'' Daan Bekooy schopt zachtjes tegen een wipkip. Peuters kunnen hier heerlijk op spelen, maar eigenlijk mag niet meer. Waarom? ,,Als je er keihard op heen en weer wipt, kan hij de grond raken en valt het kind naar voren.'' Clemi Frankhuizen: ,,Je moet die keuringsmensen ook aan dat ding zien rukken en trekken.'' Daan Bekooy: ,,Het eerste peutertje dat het écht kan, moet nog geboren worden.''

Heeft u ook ervaring met Europese regelgeving? U kunt reageren via europaredactie@nrc.nl

    • Sheila Kamerman