121 mln kinderen gaan ten onrechte niet naar school

In de wereld zijn er 121 miljoen kinderen die niet naar de basisschool gaan terwijl ze dat op grond van hun leeftijd wel zouden moeten. Meisjes vormen de meerderheid van deze groep: 65 miljoen. Dit meldt Unicef in het deze week verschenen rapport The state of the world's children 2004 (te verkrijgen via www.unicef.org).

Wereldwijd gaat het om 19 procent van de kinderen. In de zwaarst getroffen regio, Afrika ten zuiden van de Sahara, gaat 41 procent niet naar school. In Zuid-Azië gaat 26 procent van de kinderen niet naar school. In de geïndustrialiseerde landen mist slechts 3 procent school.Het goede nieuws is dat dit schoolverzuim langzaam afneemt: in 1990 ging mondiaal 27 procent van deze kinderen niet naar school (nu dus 19). Maar het gaat Unicef niet snel genoeg. Vooral het lot van de meisjes baart de VN-organisatie zorgen. Uit allerlei onderzoeken blijkt namelijk dat het opleidingsniveau van vrouwen een cruciale rol speelt in verbeteringen in de gezondheidszorg en de economie van ontwikkelingslanden. Dus ook al is het verschil in deelname aan lager onderwijs mondiaal maar 4 procentpunt (83% voor jongens, 79% voor meisjes), toch roept Unicef op om juist speciaal voor meisjes het onderwijs versneld te verbeteren. In de minst ontwikkelde landen is het verschil het grootst: 66 procent voor jongens, 59 voor meisjes. Over twee jaar, in 2005, moet de onderwijsdeelname gelijk zijn, aldus Unicef. Er zijn overigens ook landen waar juist meisjes vaker naar school gaan, zoals Lesotho, Madagascar en Mongolië (waar jongens moet helpen bij het veehoeden) en Suriname, Haïti en Colombia waar het straatleven hard aan de jochies trekt.

    • Hendrik Spiering