`Wij kiezen tussen mullah of mullah'

In vier stripboeken heeft de Iraanse Marjane Satrapi (1969) de recente geschiedenis van haar land verweven met haar jeugd. `Je moet het verschrikkelijke nooit laten zien, uit respect.'

In haar blauwe stofjas, met een grote bril op haar haar geschoven, gaat Marjane Satrapi eerder gekleed als een loodgieter dan als een prinses. Toch, zo weten wij uit het eerste deel van haar vierluik Persepolis, is zij een directe afstammeling van de laatste keizer van Perzië. In haar beeldverhaal vertelt ze hoe het allemaal zo gekomen is; over de machtsovername door de sjah, die van haar grootvader, de prins, zijn eerste minister maakte. Op die manier is de Iraanse geschiedenis van oliebronnen, Engelsen en Russen, marxisten en moslims, verweven met haar persoonlijke geschiedenis.

De heldin, `Marji', maakt de revolutie van 1979 mee en zag de marxistische opstand uitmonden in een islamitische republiek. Wilde de kleine Marji eerst nog profeet worden, later stuurt ze God boos de laan uit, nadat haar oom de verzetsheld in Zijn naam wordt gemarteld en geëxecuteerd. In Persepolis volgen we haar ontwikkeling tot ze in het vierde en laatste deel, dat onlangs in Frankrijk is verschenen, naar de kunstacademie in Straatsburg vertrekt.

En nu heeft Marji Satrapi – ze doet geen moeite de gelijkenissen tussen zichzelf en haar personage te ontkennen – het druk: op haar tekentafel ligt een nog grotendeels wit vel papier, waarop alleen de kaders staan van wat een strip voor The New Yorker moet worden. In deze tijden van heftige debatten over de moslimcultuur wordt Satrapi overal gevraagd om te verschijnen, mee te doen, voor te zitten, maar vooral: te tekenen. In oktober illustreerde zij een drieluik in Le Monde over hoofddoekjes op school, waarin zowel de voor- als de tegenstanders in het debat een stem kregen. Satrapi vindt het niet erg dat haar steeds weer wordt gevraagd naar actuele kwesties: ,,Ik wil geen woordvoerder zijn, maar de politiek bepaalt mijn leven, dus ik kan me er niet afzijdig van houden. Je hebt je houding in het leven niet altijd voor het kiezen.''

In Persepolis wordt de islamitische republiek Iran, maar ook het arrogante en imperialistische westen bekritiseerd. Bepaald enthousiast is Marji niet over de westerse maatschappij, hoe lekker ze het waspoeder er ook vindt ruiken. Als de schotelantenne zijn intrede doet in Teheran, merkt ze ironisch op dat na een avond MTV en Eurosport kijken `onze geest enorm was verruimd'. Bovendien wordt de politieke houding van de Verenigde Staten aan de kaak gesteld: ,,Het is nu eenmaal waar dat de Amerikanen de staatsgreep in Iran hebben gestuurd'', zegt Satrapi. Dat de vertaling van Persepolis toch een enorm succes is in de Verenigde Staten, komt volgens Satrapi omdat zijzelf objectief blijft: ,,Ik klaag niemand aan, en ben niet partijdig: ik ben geen politicus. Het enige wat ik wil is de mensen aansporen om zelf na te denken, en ze vooral niet vertellen wat ze moeten denken. Ik ben niet alleen tegen de westerlingen, wij moeten onszelf ook veel vragen stellen over onze cultuur en bijvoorbeeld niet altijd zitten te wachten op de hand van God die alles wel zal goedmaken, maar onze eigen verantwoordelijkheid nemen'.

Nobelprijs

Volgens Satrapi is er al veel aan het veranderen in Iran: ,,Er is een tegenstelling tussen het repressieve regime en de bevolking die moderniseert. Weet je dat 63 procent van de studenten daar vrouwen zijn, en dat gezinnen nog maar gemiddeld twee kinderen krijgen? Het is zeker, binnen afzienbare tijd zal er iets veranderen in mijn land. De vraag is alleen wanneer.'' Menigeen heeft de Nobelprijs voor de vrede voor mensenrechtenactiviste Shirin Ebadi gezien als een teken dat vrouwen het voortouw nemen in het verzet in Iran. Maar Strapi ziet dat anders: ,,Ebadi komt niet uit de lucht vallen: zij staat voor een hele bevrijdingsbeweging in Iran die al lang bestaat. Voorlopig is de strijd nog niet gestreden, ook al zijn er verkiezingen: je kan alleen kiezen tussen een mullah of een mullah. Tussen het erge en het minder erge.

,,Het is niet alleen een kwestie van vrijheid voor vrouwen. De helft van de bevolking bestaat uit mannen: voor hen is het leven daar ook geen feest. Vrouwen hebben minder rechten, maar zijn ook minder vaak politieke gevangenen dan mannen en minder vaak `martelaren' voor de heilige oorlogen. Ik heb het eerder over een humanitair dan over een specifiek vrouwelijk probleem.''

Behalve over een jeugd als meisje in een islamitische staat, gaat Persepolis ook simpelweg over groot worden. Marji is een heel gewoon en feilbaar meisje. Ondanks de oorlog is ze in de eerste plaats een kind, dat `martelingetje' speelt met haar vriendjes, en trots is dat haar oom langer gevangen heeft gezeten dan de vader van een klasgenoot. Als ze ouder wordt, raakt ze in de problemen met de islamitische autoriteiten op school, zodat haar verlichte ouders Marji als veertienjarige naar een Franse school in Oostenrijk sturen.

In het nu vertaalde derde deel van het stripverhaal vertelt Satrapi over wat ze haar `Weense ongevallen' noemt. Meer dan over de islam gaat het over ballingschap, heimwee en een eenzame puberteit. Een simpele verliefdheid in Wenen blijkt voor haar minstens net zo gevaarlijk als de scudbombardementen in Teheran. Op het laatste plaatje doet Marji opgelucht haar hoofddoekje weer om wanneer ze eindelijk naar huis kan: ,,jammer dan voor mijn individuele en maatschappelijke vrijheid.'' Satrapi is tevreden als haar boeken niet alleen in een politieke context gezet worden: ,,Ik vind het belangrijk dat mensen de strip niet alleen lezen als een politiek relaas, maar ook als een levensverhaal en een artistiek werk. Daarom heb ik geprobeerd om het zo abstract mogelijk te tekenen en weinig details weer te geven: zo kan je je beter identificeren.''

De zwart-wit tekeningen zijn soms zelfs zo abstract dat ze eerder stofpatronen lijken dan afbeeldingen – zeker waar het verhaal een gewelddadige wending neemt. Satrapi koos daarvoor uit kiesheid: ,,Als je iemand laat zien die aan stukken gescheurd is, reduceer je hem tot een biefstuk. Welnu, een mens is geen biefstuk. Je moet het verschrikkelijke nooit laten zien, uit respect. Maar die abstractie heeft ook te maken met mijn inspiratiebron. Iran heeft zelf helemaal geen stripcultuur, maar wel een geschiedenis van prachtig geïllustreerde poëzie.''

Mooie prinsessen

Net als Satrapi zelf is Marji duidelijk trots op haar land, en legt haar westerse lezers zo nu en dan liefdevol iets uit over de oude Perzische tradities. Toch liegt ze over haar afkomst wanneer ze eenmaal in Oostenrijk vijandig wordt bejegend. Iran stond voor het Kwaad en Iraanse zijn was `lourd à porter'. Na die ene keer heeft Satrapi er nooit meer over gelogen, zo bezweert ze: ,,Ik schaamde me zo dat ik dacht: nooit meer van mijn leven. Bovendien is er gelukkig veel aan het veranderen in het imago van Iran, bijvoorbeeld door de Iraanse film. Maar vergis je niet: mensen hebben er jarenlang over gelogen, vooral in de Verenigde Staten. Het was ook zo'n omslag. Vóór 1979 reisde ik veel met mijn ouders door Europa en waar we ook maar kwamen kregen we enthousiaste reacties als we ons paspoort lieten zien: `Iran' stond voor cultuur, rijkdom en mooie prinsessen. Alsof de sjah niet ook een dictator was. We werden overal met open armen ontvangen. Daarna was iedereen ineens vergeten dat we dezelfde Iraniërs waren. Mensen hebben geen geheugen, daarom herhalen de dingen zich. Alles is herhaling van dingen die opnieuw en opnieuw en opnieuw gebeuren, en daarom heb ik ook deze geschiedenis geschreven. Zodat men niet vergeet.''

Hoewel Satrapi al bijna tien jaar in Frankrijk woont, zou ze meteen teruggaan naar Iran wanneer dat zou kunnen: ,,Zodra de dingen er op een dag beter gaan, zit ik in het eerste vliegtuig. Het is mijn land. Het zijn mijn mensen. Ik kan op televisie geen beelden van Teheran zien zonder dat mijn tranen gaan stromen. De mooiste manier om te zeggen hoe het is om in ballingschap te leven, kwam van de President van de Iraanse Liga voor mensenrechten, die zei: `In al die jaren dat ik in Frankrijk ben, heb ik niet één droom gehad die zich niet in Iran afspeelde'.''

De eerste drie delen van Marjane Satrapi's Persepolis zijn in het Nederlands vertaald door Toon Dohmen, 96 blz. Atlas, €13,50. De vertaling van deel vier verschijnt komende zomer. In Frankrijk verschijnen de boeken bij l'Association in Parijs.

    • Yra van Dijk