Verschil tussen mens en chimp door geurgenen

Genen voor spraak, gehoor en geur bepalen een groot deel van het genetisch verschil tussen de mens en de chimpansee. Ook genen voor skeletbouw en het vermogen om vlees te verteren vertonen grote verschillen tussen mens en chimp. Dat blijkt uit een analyse van 7600 genen die chimp, mens en muis met elkaar gemeen hebben. Onderzoekers van het genoombedrijf Celera en de Cornell University in Ithaca, New York, publiceren de gegevens vandaag in het wetenschappelijk tijdschrift Science. Andere onderzoekers deponeerden eerder deze week een ruwe versie van de volgorde van al het chimpansee-DNA in de openbare genoom-databanken. De vergelijking tussen chimpansee, mens en andere organismen waarvan de volgorde van al het DNA is bepaald komt daardoor nu op gang. De verwachting is dat er volgend jaar veel wetenschappelijk nieuws komt op het gebied van de menselijke evolutie en de genetische oorzaken van ziekten die bij mensen wel, maar bij andere zoogdieren niet voorkomen.

Het DNA van mens en chimpansee – zijn naaste verwante in het dierenrijk – is voor ruwweg 99 procent aan elkaar gelijk, werd al jarenlang gesteld. Het hoge percentage werd meestal aangegrepen om de overeenkomsten tussen beide zoogdiersoorten te benadrukken. Een interessante wetenschappelijke vraag is echter: in welke genen zitten de grootste verschillen? Sommige onderzoekers maken het antwoord op voorhand onbelangrijk. Zij vinden dat niet zozeer de genen zelf verschillen, maar de manier waarop die genen worden gereguleerd. Een complex van genen dat hersengroei bevordert kan bijvoorbeeld grotere hersenen opleveren als de genen tijdens de groei van de foetus langer actief zijn. Lange armen, meer spieren en een zwarte huid zouden ook op zo'n manier kunnen ontstaan.

Het nu gepubliceerde onderzoek beperkt zich tot de genen zelf en de conclusie is dat de verschillen wél belangrijk zijn. Vooral de verschillen in zintuigen blijken vastgelegd in genvolgorden.

De verrassend verschillende geurgenen hebben waarschijnlijk een rol gespeeld bij de partnerkeus, of bij dieetveranderingen die uiteindelijk tot de definitieve scheiding tussen mens en chimp hebben geleid. Bij de moderne mens is het geuronderscheidingsvermogen niet zo goed meer, vergeleken met andere diersoorten. Veel van zijn ooit aanwezige genen voor geurreceptoren gebruikt de moderne mens niet meer. Die genen (pseudogenen genoemd) liggen als in onbruik geraakte ruïnes in het genoom. Het idee is dat de geurgenen vijf miljoen jaar geleden, toen de mens en de chimp hun laatste gezamelijke voorouders hadden, een bepalende rol hebben gespeeld bij de scheiding der soorten. De chimps bleven in het bos en aten vooral planten, is het idee, de mens trok meer naar de savanne, of zelfs naar het water en at steeds meer vlees en vis.

Dat genen die spraak en gehoor sturen belangrijk verschillen, ligt meer voor de hand. Zo'n gen was ook al bekend: het veroorzaakt in mensen bij een defect ernstige spraakproblemen. Een vergelijking met het overeenkomstige gen bij de chimpansee had al grote verschillen aan het licht gebracht. De ontwikkeling van spraak heeft ook tot veranderingen in het gehoorvermogen geleid.