Vandalen nemen de boel over

Na een kortere of langere incubatietijd vinden schokkende maatschappelijke gebeurtenissen hun weg naar de literatuur. Afgezien van op de actualiteit geënte gelegenheidsgeschriften, duurde het opvallend lang voordat bijvoorbeeld de verwerking van de Tweede Wereldoorlog in Nederlandse romans haar weerslag vond. In het debuut van Gerard Reve (toen nog Simon van het Reve), De Avonden uit 1947, speelde de nog maar zo kort geleden geëindigde bezettingstijd geen rol. Pas eind jaren vijftig, begin jaren zestig werd deze ingrijpende episode een hoofdthema, direct of indirect, in de romanliteratuur.

Het lijkt wel alsof schrijvers van fictie tegenwoordig dichter op de actualiteit zitten – misschien gaat de tijd sneller, hebben schrijvers meer haast, of beleven zij de ervaringen van hun eigen tijd oppervlakkiger. Wat de verklaring ook mag zijn, het valt op dat anderhalf jaar na de moord op Pim Fortuyn al ettelijke romans zijn gewijd aan de opkomst en ondergang van deze politicus en het politieke klimaat dat door hem wordt gesymboliseerd.

In de eerste plaats was de moord op Fortuyn en wat daaraan vooraf ging natuurlijk een kolfje naar de hand van misdaadauteurs. Bert van der Veer beet het spits af met De koning van Nederland, dat nog geen drie maanden na Fortuyns dood verscheen. Vier maanden later volgde René Appels thriller Doorgeschoten en kort daarop kwam Tomas Ross met De zesde mei, waarmee hij de Gouden Strop, de prijs voor de beste misdaadroman, won. Alle drie de auteurs gingen uit van een complot achter de moord op Fortuyn. Van der Veer en Ross noemden hun romanfiguren bij hun echte namen, zoals gebruikelijk in het genre faction, Appel veranderde de namen maar de personages bleven niettemin herkenbaar. Fortuyn heet bij hem Tom Hordijk, zijn partij is de `Echte Nederlandse Partij' (ENP) en hij wordt vermoord door een zekere Ronald. Weer anders was de aanpak van oud-politicus Tjerk Westerterp en campagneleider Kay van der Linde van Leefbaar Nederland, die in hun begin dit jaar verschenen Geheim dagboek Fortuyn de aanslag laten overleven en hem premier van Nederland maken, waardoor het boek science fiction-achtige trekjes krijgt.

Crisis

De eerste `literaire' roman (dus geen faction, science fiction of thriller) waarin het `Fortuynisme' een prominente rol speelde, was Een Hollandse romance (2003) van Pieter Waterdrinker, waarin een Nederlandse correspondent in Rusland als buitenstaander de aantrekkingskracht van de `Kale Dandy' op zich in laat werken. En nu is er De woordvoerder van de hand van cabaretier Vincent Bijlo (1965) Hij koos de origineelste invalshoek: geen complot, geen fantasieën over een toekomst onder leiding van premier Fortuyn, geen toekijken van een afstand, maar een hilarische en beklemmende beschrijving van een crisis in de Nederlandse politiek, gezien vanuit het perspectief van een sympathisant van een op de PvdA lijkende partij. En niet `de doctor', zoals de op Fortuyn gelijkende leider van `Houdbaar Nederland' heet, vindt op schokkende wijze de dood, nee het is de begrafenis van Aad de Boer, de kersverse lijsttrekker van de Partij van het Volk, die we meebeleven.

Tomas Ross heeft over zijn faction-thrillers wel eens gezegd dat hij de gefantaseerde, op de werkelijkheid gebaseerde situaties die hij beschrijft aannemelijk wil maken: zo zou het gebeurd kúnnen zijn. Bijlo heeft niet de pretentie een scenario achter de bekende feiten te construeren. Hij draait alles om, maar dat maakt De woordvoerder des te huiveringwekkender.

Hoofdpersoon van deze derde roman van Bijlo is Otto Iking, die we ook al kennen uit zijn debuut Het instituut (1998) en Achttienhoog (2001), autobiografisch getinte romans waarin een jongen die niets kan zien (maar meer waarneemt dan zijn ziende medemensen) zich eerst als scholier en later als student door het leven slaat. Je zou De woordvoerder kunnen beschouwen als het derde deel van Bijlo's fictionele autobiografie, waarin zijn alter ego de wereld bekijkt als buitenstaander en van zijn observaties op humoristische, bij vlagen vlijmscherpe wijze verslag doet. In De woorvoerder is Otto mislukt als student Nederlands. Zijn Utrechtse studentenflat op de achttiende verdieping heeft hij verruild voor een comfortabel huis in een dorp waar hij samenwoont met zijn kolossale, beeldhouwende echtgenote Mathilde. Hij beschrijft hoe hij zijn carrière als cabaretier opbouwt.

Op 10 september 2001 treedt hij op in Amsterdam waar de nieuwe lijsttrekker van de PvhV Aad de Boer hem na afloop van de voorstelling in zijn kleedkamer opzoekt. Of de geestige, linkse oneliner-specialist Otto geen zitting wil nemen in zijn campagneteam om tegenwicht te bieden aan de hem voortdurende tegenwerkende spindoctors? Iking wil het in zijn ogen aanlokkelijke aanbod in overweging nemen, maar eerst moet hij de volgende avond nog optreden in Groningen. Samen met chauffeur Bob is hij daar naartoe onderweg als op de autoradio de eerste berichten over de aanslagen op de Twin Towers in New York doorkomen. Ze begrijpen er niets van, besluiten te stoppen bij een wegrestaurant om tv te kijken en maken samen met andere nieuwsgierigen `live' de ineenstorting van de tweede toren mee.

11 september

Hoe ervaart een blinde deze ramp die zo bij uitstek aan beelden is gerelateerd, beelden waarvan iedereen tot vervelens toe heeft herhaald dat ze op zijn netvlies gebrand staan? Otto Iking begrijpt er aanvankelijk niets van, maar achteraf heeft hij natuurlijk meer `gezien' dan de andere aanwezigen, die zich hebben laten verblinden door het beeld. Zijn `beleving' van 11 september behoort tot de indringendste passages van deze roman en staat tegelijk model voor de rol die Iking in de rest van het verhaal speelt.

De dag na 11 september wordt Otto opgenomen in het team dat de verkiezingscampagne van lijsttrekker Aad de Boer zal begeleiden. Bijlo maakt, evenals andere auteurs die zich over deze materie hebben gebogen, gebruik van waargebeurde voorvallen, zoals de debatten waarin Ad Melkert gehoond werd door Pim Fortuyn, het gekonkel in de op Amerikaanse leest geschoeide campagneteams waarin a-politieke strategen inhoudsloze stuntjes bedenken in een klimaat van agressie en bedreigingen. Zeker weten doe ik het niet, maar ik heb de indruk dat het uiteindelijk de grimmige sfeer op 6 mei 2002 is geweest die Bijlo voor zijn invalshoek heeft doen kiezen. Op die avond na de moord op Fortuyn `bezetten' agressieve voetbalsupporters het Binnenhof. `Moordenaars, moordenaars' scanderend, stelden zij `de politiek' verantwoordelijk voor de dood van hun idool.

In de werkelijkheid die Bijlo creëert wordt Aad de Boer bedreigd, hij krijgt een doorgeladen pistool thuisgestuurd, aanhangers van `de doctor' scheuren onophoudelijk op hun motoren door zijn straat en het zijn ook deze gehelmde 'doctorsassistenten' voor wie hij uiteindelijk moet onderduiken bij de minister van Binnenlandse Zaken. De doctor wordt niet vermoord. Wel wordt een vooraanstaand lid van zijn campagneteam ontvoerd, wat tot volksopstanden leidt die Otto Iking niet onberoerd laten. `Blinde jood, jij moet dood', is één van de leuzen die hij in zijn gezicht geslingerd krijgt.

Bijlo schetst een angstbeeld van een radicale verrechtsing, verruwing en verrotting van Nederland. Bij de verkiezingen wordt `de oude politiek' in één klap weggevaagd. Houdbaar Nederland behaalt 54 zetels, de Partij van het Volk zakt terug tot dertien en de in leer gehulde doctorsassistenten nemen brandstichtend en vandaliserend de boel over.

Had Bijlo dit beeld anderhalf jaar geleden neergezet, dan zou hij zich in de ogen van velen ongetwijfeld aan `demonisering' van Fortuyn en diens aanhang hebben schuldig gemaakt. Alhoewel: het blijft een roman, hoe herkenbaar ook, waarin de auteur behendig gebruik maakt van literaire middelen als overdrijving, uitvergroting, satire en zelfspot. Nog altijd zet hij daarbij op fenomenale wijze de blindheid in van zijn hoofdpersoon, bij wie de werkelijkheid nu eenmaal anders binnendringt dan bij mensen die al hun zintuigen tot hun beschikking hebben. Hij doet dat in de hem kenmerkende cabareteske stijl, waarmee hij, zijn persoonlijke problematiek overstijgend, in een overtuigend verhaal een eigenzinnige visie op de recente Nederlandse geschiedenis geeft.

Vincent Bijlo: De woordvoerder. De Arbeiderspers, 219 blz. €15,95

    • Elsbeth Etty