Typisch Boermansiaanse zedenschets

Een baarmoeder: daar doet het bouwsel nog het meest aan denken. Het is gemaakt van bolle stof in de kleur van bleek vlees, en ook de meubels zijn met dat mufje moederstofje overtrokken, even sexy als steunkousen of te dikke panty's. In deze duffe grot wonen een dertigjarige jongeman en zijn, inderdaad, steunkousen dragende moeder. Het navelsnoer tussen die twee is nog niet doorgesneden. Moeder en zoon houden elkaar in verstikkende afhankelijkheid.

Regisseur Theu Boermans maakte al eerder toneel over zulke moeder-zoonrelaties. Kostja en Arkadina in Een Meeuw, Hamlet en Gertrude in Hamlet, Hermann en Erna in de Fäkaliendramen – haat-liefde bepaalt hen allen en wee de zonen die zich niet van hun moeder kunnen losmaken: zij kweken van dag tot dag meer kwaadaardigheid, tot gekmakens toe. Zo beschouwt de zoon in Boermans' nieuwste voorstelling Een samenzwering van idioten de wereld precies als dat wat de titel belooft. Hooghartig, zonder zijn eigen paranoia te onderkennen, kijkt Ignatius J. Reilly op de idioten neer. Híj hoort niet bij hen, want híj heeft gestudeerd, Boëthius' De vertroosting van de filosofie is zijn bijbel – en zijn munitie tegen de moderne tijd. De Middeleeuwen, daarnaar moet de wereld terug.

Boermans zet de oude cyclische filosofie tegenover de lineaire filosofie van de Verlichting, met haar vooruitgangsdenken en overspannen geloof in eigen verantwoordelijkheid. Hier de geborgenheid van de berusting in het lot; daar de onrust van de vernieuwing, de chaos, de veelkleurigheid, het losgeslagen individualisme. Een spanning tussen behoudzucht en vernieuwingsdrang, tussen resignatie en opstandigheid zit in al het werk van Boermans en in ons allemaal, dus dat moddervette, boerende en ruftende moederszoontje is helemaal geen extreme figuur: de spanning wordt bij hem alleen wat meer opgevoerd.

Op bed broedt Ignatius een revolutie uit, een kruistocht tegen de `Goden van Chaos, Waanzin en Slechte Smaak'. Zijn gedrevenheid grenst aan de waanzin die hij wil bestrijden en zijn woede drijft hem naar de chaos van de grote stad. Acteur Iwan Walhain kijkt even naar buiten, dwars door de muren van het theater heen, waarachter de rosse buurt van Amsterdam begint, met zijn hoeren en pooiers, junks en dealers. Het New Orleans van John Kennedy Toole, de schrijver van de roman waarop Boermans zijn script baseerde, is ineens heel dichtbij. Ignatius gaat er werken als hotdogverkoper, maar zijn plan om met behulp van de homoscene `de wereld door degeneratie te redden' mislukt jammerlijk. Het systeem kraken blijkt voor een revolutionair die tegen behoudzuchtige avantgardisten oploopt niet zo eenvoudig.

Zulke paradoxen amuseren het intellect, maar ook op andere niveaus valt er veel te genieten. Van de dialecten bijvoorbeeld, de Babylonische spraakverwarring met sappig Jordanees, boertig Brabants en het Adriaan van Dis-achtige ABN van de antiheld. Te genieten valt er in dit buitenmaats talige stuk ook van de mime, de pure lichaamstaal. Zoals die van Tijn Docter in zijn rol van stokoude en tot adembenemende capriolen gedwongen brekebeen. Naast zulke typetjes staan de rondere karakters van moeder en zoon. Anneke Blok is de dringende en drinkende Mama, Walhain haar tergende kind: twee mooie acteerprestaties, al zet Walhain te veel in op alleen de woede. Dat deze maffe zedenschets, waarin ook nog even typisch Boermansiaans de hypocrisie van de hoogste klassen op de hak wordt genomen, een happy end krijgt is een groot cadeau. De regisseur schenkt iedereen seksuele bevrijding – boven Ignatius' bed opent zich een rijpe vulva.

Voorstelling: Een Samenzwering van Idioten, door de Theatercompagnie. Gezien: 11/12 Compagnietheater. Aldaar t/m 10/1. Inl: 020-5205320, www.theatercompagnie.nl.

    • Anneriek de Jong