Strijdlustig Afrikaans schrijver

Leven en je verzetten zijn één, was het motto van de donderdag in Lyon overleden schrijver Ahmadou Kourouma. Iedere letter die hij in zijn leven schreef getuigde daarvan. Ieder woord dat hij sprak – groot, imposant en overtuigend – stond in dat teken. Kourouma werd geboren in een redelijk bevoorrechte stam in Ivoorkust. Hij ging studeren in Bamako, Mali, maar werd wegens vermeende opruiende activiteiten het land uitgezet. Tijdens zijn militaire dienst in Ivoorkust weigerde hij mee te werken aan het onderdrukken van een volksopstand, waarna hij prompt werd gedwongen te dienen in het Franse leger in Indo-China. Later verzette Kourouma zich tegen het regime van dictator Houphouet-Boigny in zijn geboorteland, wat hij moest bekopen met een definitieve vlucht naar het buitenland. Sinds 1996 woonde hij afwisselend in Abidjan en Lyon.

Vanaf zijn eerste roman Les soleils des indépendances (1976) hekelde Kourouma de corruptie van de Afrikaanse dictators en de zinloosheid van de voortdurende burgeroorlogen in de regio waar hij werd geboren. In Monnè, outrages et défis neemt Kourouma de voormalige kolonisator op de korrel. Het kind als slachtoffer is het onderwerp van Allah is niet verplicht (2000) waarmee Kourouma in Europa bekend werd. Het is een gruwelijk, zeer aangrijpend en toch ook hilarisch meesterwerk, dat met de Prix Renaudot werd bekroond en in hetzelfde jaar in Nederlandse vertaling verscheen.

Kourouma's strijd was ook altijd van taalkundige aard. Zijn moedertaal was het malinké, maar die heeft geen geschreven vorm. Kourouma heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij de Franse taal kreeg opgedrongen. Hij nam uitdrukkingen, spreuken en zinswendingen uit zijn moedertaal en perste die in het Frans. Geen wonder dat hij op handen werd gedragen door zowel Afrikaanse auteurs als door Franstalige voorstanders van taalvernieuwing. Zijn werk is daarmee niet alleen een monument voor de kindsoldaat, maar ook voor de taalkundige rijkdom èn het taalkundige zelfvertrouwen van Afrika.

    • Margot Dijkgraaf