Straatvechter Chrétien met pensioen

De Canadese premier Jean Chrétien gaat vandaag met pensioen. Hoe een straatvechter uit een arbeidersgezin het tien jaar volhield aan de top.

Eén van de meest memorabele momenten van het premierschap van Jean Chrétien was een spontane wurggreep. Op een ijskoude winterdag in februari 1996 liep een demonstrant hem tegen het lijf tijdens een evenement nabij de Canadese hoofdstad Ottawa. ,,Chrétien au chomage!'' (Chrétien de werkloosheidswet in!), riep de man. De premier aarzelde geen moment. Met een verbeten gezicht greep hij de hulpeloze mafkees hardhandig bij de keel en dwong hem tegen de grond.

Het incident en de nasleep ervan zijn typerend voor Chrétien (69) en zijn premierschap, dat vandaag na ruim tien jaar ten einde komt. De vorige maand tot partijleider van de regerende Liberale partij gekozen Paul Martin volgt hem op. De wurggreep werd vastgelegd door fotografen en cameralieden, en gevreesd werd dat Chrétien al halverwege zijn eerste termijn zou moeten aftreden. In plaats daarvan oogstte de premier juist onder de bevolking lof voor zijn kloeke optreden. Opiniepeilingen stelden hem in het gelijk, en kritiek van de oppositie gleed van hem af. Tot op heden maakt Chrétien tot veler vermaak nog wel eens een grapje over zijn ,,stevige handdruk''.

De wurggreep bevestigde Chrétiens reputatie als een straatvechter die problemen met beide handen aanpakt. Als voorlaatste in een arbeidersgezin van achttien kinderen in Franstalig Québec, een enfant terrible met flaporen en een scheefgegroeid gezicht, leerde hij op straat om vurig van zich af te bijten. Wegens pure vasthoudendheid kwam hij niet terecht bij de lokale papierfabriek, maar ging hij rechten studeren en belandde hij in de politiek. Sinds hij in 1963 werd gekozen als Lagerhuislid voor de Liberale partij, verloor hij nooit een verkiezing. Hij vervulde ministersposten variërend van Indiaanse Zaken tot Justitie.

Chrétien ontpopte zich als een ongekunstelde pragmaticus, wars van grootse intellectuele visies maar met een vlijmscherp gevoel voor de stemming onder de Canadese bevolking. Daarin schuilde zijn politieke succes. In tegenstelling tot de premiers Trudeau (die Canada een verlicht Handvest op Rechten en Vrijheden verschafte), en Mulroney (die een lucratief vrijhandelsverdrag sloot met de VS), ondernam Chrétien geen natievormende megaprojecten. Terwijl zijn voorgangers uiteindelijk hun politieke kapitaal verspeelden, gaat Chrétien dan ook de geschiedenis in als een degelijke premier, maar geen geweldige.

Chrétiens erfenis is dat twee fundamentele problemen werden weggewerkt. Ten eerste bracht hij met zijn minister van Financiën en opvolger, Paul Martin, op een succesvolle manier de overheidsfinanciën op orde die bij zijn aantreden vergeleken met die van een ontwikkelingsland. En ten tweede won Chrétien de strijd met het separatisme in Québec. Nadat Canada bijna uiteenviel bij een referendum over onafhankelijkheid in Québec in 1995 legde Chrétien wettelijk spelregels vast voor ontbinding van de federatie. Het was een gewaagde, maar lonende strategie: Canada kan niet meer worden opgebroken op basis van een vaag geformuleerde referendumvraag, zoals in 1995 bijna gebeurde.

Naderhand verloor Chrétien volgens critici echter een duidelijk doel. Hij ondernam initiatieven op sociaal gebied die Canada onderscheiden van de VS, zoals erkenning van het homohuwelijk en decriminalisering van marihuana. En hij voer een eigenzinnige koers door Canada buiten de oorlog in Irak te houden. In zijn laatste regeertermijn kreeg hij te maken met wat kleine corruptieaffaires, te onbenullig om opgewonden van te raken, hoe de oppositie het ook probeerde. Hij pareerde de aanvallen op zijn karakter met zelfspot. Het zijne was ,,een typisch Canadees schandaal,'' observeerde hij. ,,Geen seks, geen geweld, en ik ging er financieel op achteruit.''

Zoals meestal had hij een meerderheid van het volk aan zijn zijde. Ze hadden geen hooggespannen verwachtingen van hem, met als voordeel dat hij de verwachtingen meestal overtrof. Ze móchten hun kleine, opgewekte man zonder pretenties, deze schijnbaar simpele ziel die doorgaans verstandige beslissingen nam en hun geen grootse, egostrelende projecten probeerde aan te smeren. Of het zou zijn onbegrensde fiducie in het potentieel van het land moeten zijn. Zijn visie dat ,,Canada het beste land ter wereld is'', verkondigde hij in zijn gebroken Engels en onelegant Frans aan iedereen die het horen wilde. In een land dat zich steeds bewuster werd van zijn multiculturele identiteit, viel dat steevast in goede aarde.

    • Frank Kuin