Spioneren zonder intuïtie

Iedereen kent Bridget Jones inmiddels wel, het nieuwe archetype van de onhandige, onzekere alleenstaande dertigster. Ze begon als dagboekschrijfster in de Britse krant The Independent, bleek verzonnen door schrijfster Helen Fielding, en figureerde vervolgens in twee succesvolle boeken en een kaskrakende film. Ineens leek de wereld vól onzekere onhandige alleenstaande dertigsters, vanwie een deel zich geroepen voelde om chicklit te gaan schrijven, een genre dat daarvoor nog niet bestond.

Helen Fielding zelf wilde inmiddels wel eens van haar aandoenlijke alter ego af en schreef een diep doordachte, drie generaties omspannende, maatschappelijk verantwoorde saga die de mensen het gevoel moest geven dat ze tot méér in staat was. Ze deed drie jaar over het boek, las het nog eens door, vond het dodelijk saai, en legde het terzijde. Vervolgens schreef ze in zes weken de eerste versie van een thriller, het soort boek dat ze zelf naar het strand zou willen meenemen.

Olivia Joules and the Overactive Imagination werd evengoed ook aangekondigd als radicaal anders dan Bridget Jones: het is een spionageverhaal waarin de heldin, een oogverblindende, uiterst zelfverzekerde, mannenverslindende journaliste-annex-spionne die alles kan, nergens bang voor is, haar talen spreekt, een grote terreuraanslag probeert te verijdelen. Alleen blijkt Olivia Joules net zo onhandig en onzeker als haar voorganger Bridget. Ze is net zo met mannen bezig. Ze heeft net zoveel zelfhulpboeken gelezen, alleen zijn die misschien wat beter aangeslagen. Olivia Joules heeft er een verzameling persoonlijke levensregels uit gedestilleerd die ze op relevante momenten voor zichzelf herhaalt: niemand let op jou; ze zijn net als jij ook met zichzelf bezig; probeer de dingen altijd van de zonnige kant te bekijken en als dat niet lukt van de grappige kant; verander nooit iets aan je haar vlak voor een belangrijke gebeurtenis.

Het is duidelijk dat Helen Fielding geprobeerd heeft haar vertrouwde thema van zelfhulpverzadigde meisjes knipogend in te zetten. Soms lukt dat. Dat een spionne die een beruchte terrorist moet verleiden, als een Bridget-Jones-meisje bij de telefoon zit te wachten – belt-ie wel, belt-ie niet – is tamelijk briljant. Ook grappig is de manier waarop Joules' verleden als onzeker meisje, een jeugdverhaal dat zó een damesblad in kan, functioneel blijkt te zijn voor de roman. En de paginagrote stripachtige zwartwit illustraties, waar steeds één zin uit de naastgelegen bladzijde onder staat (`She scrambled into the helicopter, wishing she hadn't worn a slip dress and the uncomfortable shoes'), doen het ook goed. Het boek wordt er even het vrolijke meisjesboek van dat de schrijfster voor ogen moet hebben gehad.

Maar Fielding staat nog niet ver genoeg boven de Bridget-Jones clichés om ze echt te kunnen parodiëren. Als ze van een mannelijke geheim agent schrijft dat hij technisch briljant is en goed in logisch deduceren, maar dat zijn intuïtie het niet haalt bij de hare omdat hij een man is, lijkt ze dat serieus te menen. En zinnen als `he kissed her, hesitantly at first... then passionately so that her body pulsed into life' moeten toch ironisch bedoeld zijn, maar ook dat komt niet als zodanig over.

Fielding springt van de ene stijl naar de andere: van parodie naar Bridgetmeisjesboek en vandaar naar thriller. Als er een schip wordt gebombardeerd, redt Olivia bijvoorbeeld de ene na de andere voormalig opvarende uit het water, terwijl ze de lijken langs haar lichaam voelt drijven – wat een bizar contrast is met de scène waarin ze haar vriendin belt omdat ze denkt dat ze Osama Bin Laden op een feestje heeft gezien, alleen wat kleiner, maar hij kan zijn benen toch hebben ingekort?

Fielding ziet goed het rare van mensen en kan dat grappig opschrijven. Wat zou het leuk zijn als haar volgende boek gewoon een absurd verhaal is waar niet in wordt gezoend maar wel vrolijk met clichés gespeeld. Als ze dat nu wel erg grondig uitgekauwde gebied van man/vrouw-verschillen links zou laten liggen, zodat er ruimte overblijft voor scènes zoals die waarin het breaking-news-bericht op CNN overgaat in een reclame voor anti-incontinentieproducten, of waarin ze iemand thee laat schenken alsof hij op de middelbare school een scheikunde-experiment uitvoert.

Helen Fielding: Olivia Joules and the Overactive Imagination.

Picador, 344 blz. €22,50

De Nederlandse vertaling verschijnt in januari bij Prometheus onder de titel `De al te grote fantasie van Olivia Joules'

    • Ellen de Bruin