Speelballen in oud Palestina

Jonathan Wilson is een naar Amerika geëmigreerde Britse academicus en dat verloochent zich niet in zijn onderkoelde verteltrant. In A Palestine Affair, een literair-historische roman – echt een thriller zou ik het niet willen noemen – schetst hij secuur en met veel oog voor sfeervolle details de maatschappelijke en politieke toestand van de Britse kolonie Palestina anno 1924. Het zionisme is hoopvol in opkomst, de wonden van de Eerste Wereldoorlog zijn nog allerminst geheeld, en joden en Britten uit alle hoeken van de wereld trekken naar het beloofde land.

Maar tussen Arabieren (Palestijnen, zouden we nu zeggen), zionisten en orthodoxe joden loopt de spanning hoog op en de Britse bezettingsmacht weet het tij niet te keren. In die tragische omstandigheden belanden onder andere de mismoedige Engels-joodse schilder Mark Bloomberg en zijn zionistische Amerikaanse vrouw Joyce. Op hun eerste avond `thuis' wordt de orthodox joodse dichter Yakoov De Groot (waarin `onze' Jacob Israel de Haan valt te herkennen) vlak buiten hun huisje doodgestoken en vanaf dat moment zijn Mark en Joyce speelballen van de politiek en andere omstandigheden.

Wilson geeft geen politieke statements af in dit boek, of die moeten versleuteld zitten in de hoopvolle naïveteit van een personage dat beweert dat alle ellende in Palestina voorbij zal zijn als de zionisten er maar eenmaal het heft in handen hebben. Een waarschuwing achteraf, dus, even subtiel als het lidwoord in de ambigue titel van het boek.

Jonathan Wilson: A Palestine Affair. Pantheon, 257 blz. €23,- (de Nederlandse vertaling verschijnt in oktober 2004 bij uitgeverij Sirene).