Schrijven met champagne

Het jaar 2003 was een lange parade van feestjes voor jubilerende schrijvers – en de voorbereidingen voor 2004 zijn al in volle gang. Want de schrijvers van nu zijn `celebrities', die in de watten gelegd willen worden en die zich opwinden als dat niet gebeurt. Ze weten namelijk dat ze altijd welkom zijn bij de concurrent.

Een jubileum: komende zondag wordt Gerard Reve tachtig jaar. Wegens zijn slechte gezondheid treedt de onlangs uit het ziekenhuis ontslagen schrijver niet meer op in het openbaar, zijn partner Joop Schafthuizen meldde bovendien dat hij en Reve `toch al niet van die verjaardagsbeesten' zijn. Reves uitgever De Bezige Bij brengt ter gelegenheid van zijn verjaardag wel een facsimile-uitgave met poëzie uit, vergezeld van een dvd met daarop Reves laatste publieke optreden, in 1998. Woelrat en Tijgetje – Henk van Manen en Willem Bruno van Albada – zijn voornemens om zondag een boek te presenteren met een compilatie van Reviana uit hun archief. En een Leidse antiquaar stelde een driedelige catalogus samen, met een beschrijving van de collectie van de grootste Reve-verzamelaar, Peter van Bergen. De luxe-editie hiervan bevat een origineel stukje teennagel van de volksschrijver.

Met de tachtigste verjaardag van Reve loopt een lange serie literaire jubilea die in 2003 werden gevierd op zijn einde. Woensdag is er alleen nog een avond in Amsterdam ter ere van P.C. Hooftprijswinnaar Cees Nooteboom, die deze zomer zeventig werd. Het literaire partyseizoen begon op 2 februari dit jaar met de vijfentachtigste verjaardag van Hella Haasse. Haar uitgever Querido herdrukte vijf van haar romans en bracht twee boeken uit over de schrijfster. De verschijning van Nazomer, de vijftigste roman van Willem Brakman, ging gepaard met diverse festiviteiten in Enschede. De veertigste verjaardag van Joost Zwagerman werd opgeluisterd met gebonden uitgaven van zijn romans, met een feest, en met een chic vormgegeven boekje over de auteur: Standplaats Zwagerman. Tim Krabbé, zestig geworden, kreeg gebonden heruitgaven en een speciale wielerwedstrijd, de Ronde van Tim Krabbé, die gereden werd in de streek waar De Renner zich afspeelt. Ter gelegenheid van het vijftigjarig schrijverschap van Willem G. van Maanen verscheen een jubileumuitgave en kreeg Van Maanen het ereburgerschap van Kampen aangeboden.

Maar de meeste aandacht ging uit naar een jubileum dat juist niet, of nauwelijks werd gevierd. Op 18 november was het precies vijfentwintig jaar geleden dat A.F.Th. van der Heijden onder het pseudoniem Patrizio Canaponi debuteerde met de verhalenbundel Een gondel in de Herengracht. Zijn uitgever Querido, die volgens Van der Heijden een toegezegde herdruk van zijn debuut had ingetrokken, volstond met een kleine felicitatieadvertentie in de kranten van die dag. Die advertentie contrasteerde nogal met de festiviteiten voor Van der Heijdens collega Joost Zwagerman, die op dezelfde dag veertig werd en op die manier 18 november 2003 claimde als een belangrijke dag in de literatuurgeschiedenis.

Van der Heijden – bij de verschijning van zijn laatste boek geëerd met een `perslunch' in het Amstel Hotel – ervoer de advertentie als een belediging en dreigde de volgende ochtend via de Volkskrant met zijn vertrek bij Querido. Een opvallend voornemen, vooral omdat de auteur van zijn uitgever al voor 1,4 miljoen euro aan voorschotten had gekregen voor zijn nieuwe cyclus Homo Duplex. Niet veel uitgevers zouden in staat zijn om die `transfersom' voor A.F.Th. – hij publiceert tegenwoordig onder zijn initialen – te betalen.

Zo ver kwam het niet: uitgever Lidewijde Paris wilde de auteur volstrekt niet kwijt en beloofde alsnog een herdruk van het oeuvre van Patrizio Canaponi: Een gondel in de Herengracht en de roman De draaideur verschijnen eind 2004. Van der Heijden besloot daarop te blijven. De auteur, die zijn dreigement om van uitgever te veranderen had omschreven als de behoefte aan een Tapetenwechsel, kreeg bovendien de toezegging dat het oude, groene tapijtje bij de ingang van het uitgeefkantoor zou worden vervangen. Dat Tapetenwechsel eigenlijk een nieuw behangetje betekent, werd later pas duidelijk.

Welbeschouwd was het een vreemde ruzie. Geen ruzie om literair-inhoudelijke zaken, zelfs geen ruzie om geld, maar een twist over de hoeveelheid eerbetoon die een uitgeverij zijn schrijvers verschuldigd is. Van der Heijden is daarmee een exponent van een nieuw soort auteur, de celebrity-schrijver. Een celebrity-schrijver heeft sterallures en is een tikkeltje egomaan. Dat heeft hij gemeen met andere soorten beroemdheden, zoals filmsterren, sporthelden en muzikanten. De celebrity-auteur eet in de beste restaurants en slaapt in de beste hotels en verwacht eerlijk gezegd niet anders.

De celebrity-auteur is een logisch onderdeel van de celebrity-cultuur, waarin aan de lopende band nieuwe beroemdheden worden gecreëerd. Ze worden er ook multi-inzetbaar van, bijvoorbeeld als panellid of presentator van televisieprogramma's – denk aan Joost Zwagerman die dit jaar het programma Zomergasten presenteerde. Ook `beroemd zijn' is een deel van hun vak geworden. De taak van de uitgever verschuift mee. Die is niet alleen verantwoordelijk voor het drukwerk, maar ook voor het wel en wee van wat inmiddels zijn sterren zijn geworden. Menig uitgever is een groot deel van de tijd bezig met het organiseren van feesten, partijtjes en tournees.

De opkomst van de celebrity-auteur hangt samen met de bestsellercultuur die de laatste jaren onder uitgevers heerst. Een steeds groter deel van de omzet van uitgevers wordt gehaald met de boeken van een paar auteurs, van wie de uitgevers zeer afhankelijk zijn geworden. Dat geeft die auteurs een machtspositie en daarom doen uitgevers alles om ze tevreden te houden. Voor je het weet zit het bedrijfskapitaal bij de concurrent.

Het is `griezelig' voor uitgevers hoeveel vrijheid auteurs hebben om van uitgever te wisselen, constateert Lisa Kuitert, hoogleraar Boekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. ,,Het feit dat mensen van de uitgeverij als knipmessen voor die paar belangrijke schrijvers buigen, kan zo'n schrijver het idee geven dat hij heel goed is, terwijl het gedrag van de uitgever in de eerste plaats wordt ingegeven door commerciële motieven.'' De machtspositie, en het feit dat een goedverkopende schrijver vaak weinig andere maatschappelijke functies meer vervult, zijn volgens Kuitert ingrediënten voor een celebrity-schrijver. ,,Van zo iemand kan zich een zekere monomanie meester maken, die ervoor zorgt dat hij de werkelijkheid uit het oog verliest.''

Auteurstransfers komen de laatste jaren steeds vaker voor. Gerrit Komrij, P.F. Thomése, Margriet de Moor en Tomas Ross wisselden de laatste jaren van uitgever, terwijl bij uitgeverij Meulenhoff een ware exodus plaats had na het vertrek van redacteur Tilly Hermans. Maar schrijvers dreigen ook steeds vaker met vertrekken. Toen de dichters Menno Wigman en Pieter Boskma, geen grote namen, maar wel kwalitatief hoog aangeschreven dichters, zich vorig jaar `niet meer verbonden voelden' met hun uitgever Prometheus, besloten ze uit te zien naar een alternatief. Bijna tekenden ze een contract bij De Bezige Bij, maar toen Prometheus toezegde dat ze `freelance poëzieredacteur' konden worden, met een vast salaris voor vijf jaar, bleven ze alsnog. Joost Zwagerman, sinds lang verbonden aan De Arbeiderspers, liet zich een paar jaar geleden ontvallen dat hij goed bij De Bezige Bij zou passen, maar dat hij voorlopig nog erg tevreden was over De Arbeiderspers. Die uitgeverij bleek dit jaar erg gemotiveerd om Zwagermans verjaardag uitgebreid te vieren.

Een schrijver is steeds meer een totaalproduct. Via signeersessies, interviews en met name televisieoptredens wordt dit product aan de man gebracht. De aandacht is mede onder invloed van de televisie steeds meer verschoven van het boek naar de auteur zelf. Het was Connie Palmen die in 1991 met haar debuut De Wetten een nieuw tijdperk voor auteurs en hun uitgevers inluidde. De charismatische Palmen profileerde zich als academisch geschoolde `serieuze' schrijver, maar bleek in publieke optredens een vertederend giechelende vrouw.

Naast de zorgvuldig geregisseerde lancering, een novum in die tijd, wordt Palmen door haar uitgever op uitzonderlijke wijze in de watten gelegd. Ze logeert in de beste hotels en kan rekenen op de best mogelijke begeleiding. Nu Prometheus tijdelijk zonder directeur zit, is Palmen de enige auteur uit het fonds die hoogstpersoonlijk door interim-manager Mai Spijkers – ooit de oprichter van de uitgeverij – wordt begeleid.

Een andere methode om de auteurs voor het voetlicht te brengen wordt met verve gehanteerd door De Bezige Bij, die de afgelopen jaren auteurs die een respectabele leeftijd bereikten met feestelijkheden en herdrukken in het zonnetje heeft gezet. De media volgen de uitgevers. Zo kon heel Nederland via het NOS-journaal het verjaardagsfeest van Harry Mulisch volgen, een banket in de erezaal van het Stedelijk Museum Amsterdam, waarbij Mulisch tussen de kostbare schilderijen een pijpje opstak. Ook Jan Wolkers' vijfenzeventigste verjaardag in 2000 ging niet onopgemerkt voorbij. Volgend jaar is het de beurt aan Hugo Claus (75, alle romans in een cassette), Remco Campert (75) en Gerrit Komrij (60).

Want beroemdheid verkoopt. Bezige Bij-uitgever Robbert Ammerlaan ziet de verjaardagsfeesten als een mooie gelegenheid om de belangrijke auteurs uit zijn fonds en vooral hun werk `in the picture' te krijgen. Ammerlaan: ,,Een auteur komt pas in aanmerking voor zo'n speciale behandeling als hij van grote statuur is, en als het om een echt belangrijk moment in zijn leven gaat. Als je voor ieder wissewasje een feest geeft of een speciale uitgave uitbrengt, dan devalueer je zo'n eerbetoon.'' Hij constateert in Nederland een gebrek aan lofbetuigingen voor auteurs vanuit de academische wereld. ,,Er zouden veel meer eredoctoraten aan grote schrijvers moeten worden uitgereikt.''

De uitgever heeft zich de laatste jaren steeds meer toegelegd op het zoveel mogelijk verwennen en profileren van zijn belangrijkste auteurs. Steeds vaker gaan ze mee naar de grootste boekenbeurs van het jaar in Frankfurt, de Buchmesse. Daar worden ze ondergebracht in het chique hotel Frankfurter Hof. De vroegere flessen witte wijn met nootjes bij de stands van de Nederlandse uitgevers zijn verdrongen door `party's' die hoge ogen gooien bij de Buchmessewatchers. Zo stal uitgeverij Vassallucci een paar jaar geleden de show door Lulu Wang – hét voorbeeld van een celebrity-schrijver – over een catwalk te laten lopen. De schrijfster als supermodel. Bij signeersessies van Wang stonden mensen overal in Nederland met honderden in de rij, diep verlangend naar een kans om de auteur van dichtbij in de ogen te kijken.

Toch is de cultus rond celebrity-schrijvers méér dan alleen een gevolg van een geldgestuurde mediacultuur die de ene na de andere beroemdheid creëert. De wortels zijn ouder. Want om schrijvers te verheerlijken heeft de lezer de moderne media nooit nodig gehad. Dat fenomeen is zo oud als het commercieel uitgeven van boeken. Een paar honderd jaar dus. De grootste celebrity, de literaire Frans Bauer van de negentiende eeuw, was zonder twijfel Hendrik Tollens. In zijn proefschrift uit 1946 De Nederlandse auteur en zijn publiek beschrijft G.W. Huygens de viering van Tollens' zeventigste verjaardag, op 24 december 1850, als `een feestdag voor geheel Nederland waaraan jong en oud, geleerd en ongeleerd, rijk en arm, koning en onderdanen, deelnamen'. Van zijn bundels werden tienduizenden exemplaren verkocht – en hij werd ook door de koning geëerd, omdat hij een belangrijke bijdrage had geleverd aan de `bevordering van mensch- en burgerdeugd onder het Nederlandsche volk'.

,,Die verering van schrijvers in de negentiende eeuw hing in bredere zin samen met de vaderlandsliefde'', stelt Peter van Zonneveld, docent Moderne Letterkunde aan de Leidse universiteit. ,,In iemand als Tollens, die burgerlijkheid en bescheidenheid bepleitte, roemden de Nederlanders de nationale deugden van hun land.'' Toen de Biedermeiertijd halverwege de negentiende eeuw ten einde liep, ging het publiek zich meer interesseren voor de schrijver zelf. Jacob van Lennep (1802-1868) was zo'n celebrity-schrijver pur sang, wiens privé-leven sterk in de belangstelling stond. In haar boek De gemaskerde eeuw (Querido, 2002) zegt Marita Mathijsen hierover: `Van de negentiende-eeuwse elite komen Willem II, Willem III en Jacob van Lennep het meest voor in de roddelpers.'

Aan het eind van de negentiende eeuw werden de verjaardagen van bekende schrijvers gevierd als waren het leden van het koningshuis. De kranten stonden bol van de zeventigste verjaardagen van Truitje Bosboom-Toussaint, Nicolaas Beets en J.J.L. ten Kate. In zijn Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde schrijft G. Kalff: `een jubilé op het 70ste jaar, mitsgaders een marmeren borstbeeld in het Rijks-Museum werden langzamerhand dingen die een fatsoenlijk Nederlandsch auteur toekwamen.' Voor de meest eigenzinnige schrijver van de negentiende eeuw, Eduard Douwes Dekker, organiseerden zo'n zeventig vooraanstaande intellectuelen in 1882 een huldeblijk. Geen nationaal feest dus, maar wel een bedrag van 23.000 gulden, als steun voor de schrijver, die dan al vijf jaar niets heeft gepubliceerd.

Rond de Tachtigers als Lodewijk van Deyssel en Willem Kloos ontstond, toen hun productieve periode al lang voorbij was, een ware persoonsverheerlijking. Simon Carmiggelt en Godfried Bomans waren in de jaren zestig van de twintigste eeuw de eerste schrijvers die hun roem verder konden uitbouwen dankzij de televisie. Carmiggelt werd in 1973 door een marktonderzoekbureau uitgeroepen tot de meest bewonderde schrijver van Nederland, en toen hij in 1977 de P.C. Hooftprijs won, was de media-aandacht veel groter dan anders. Carmiggelts biograaf Henk van Gelder zegt daarover in zijn biografie (Carmiggelt. Het levensverhaal, Nijgh & Van Ditmar, 1999): `Eindelijk werd de P.C. Hooftprijs gewonnen door iemand die bij vrijwel elke Nederlander bekend was.'

Een vergelijking met de A-groep van Nederlandse celebrities – Máxima, Katja Schuurman, Marco Borsato – kunnen de hedendaagse schrijvers echter niet doorstaan. Arnon Grunberg, die in het recente verleden onder meer zijn sokken en printers te koop aanbood, ziet een onderscheid tussen roem en celebrity-status. ,,Ik beschouw mijzelf als een celebrity-auteur, maar ik ben niet beroemd. Als dat laatste het geval was, zouden meer mensen mijn naam foutloos kunnen spellen.''

Ook voor de grote roddelbladen zijn schrijvers geen echte celebrities. Auteurs als Carmiggelt, Bomans, Cremer, Wolkers en Mulisch figureerden in hun hoogtijdagen nog wel eens in de Nederlandse roddelbladen. Tegenwoordig is Appie Baantjer de enige schrijver aan wie een blad als Privé aandacht besteedt. Baantjer vierde dit jaar trouwens ook zijn (tachtigste) verjaardag. Alle politieagenten in Amsterdam kregen gratis cake en koffie en Baantjer verwelkomde fans in de Openbare Bibliotheek in Amsterdam. Chef-redactie van Privé Hans Vos merkt wel dat schrijvers als Heleen van Royen, Kees van Beijnum en Leon de Winter zich graag in de spotlight zien: ,,Ik zie ze vaak opduiken op foto's in de societyrubriek, bij premières en galavoorstellingen.''

De lofzang op de nationale deugden heeft plaatsgemaakt voor de egomanie van de celebrity-schrijver. Voor de uitgevers is het hierdoor noodzaak geworden om meer rekening te houden met de grillen van hun auteurs. Voordeel van de nieuwe situatie is dat de marketingafdeling van de uitgeverij veel baat heeft bij schrijvers die zelf de spotlight opzoeken en zich gewillig laten strikken voor optredens in de media. Een celebrity-schrijver is geld waard en met de omzet die hij haalt, financiert hij de hardwerkende, kwalitatief hoogwaardige maar slechtverkopende grijze muizen-schrijvers.

De drijfveren van schrijvers worden door G.W. Huygens in zijn proefschrift uit 1946 als volgt samengevat: ,,Zij schrijven uit winstbejag, uit roeping, uit eerzucht of uit een combinatie hiervan.'' Wat uit de recente strubbelingen tussen Van der Heijden en zijn uitgever blijkt, is dat een schrijver er uiteindelijk vooral belang aan hecht door zijn uitgever gekoesterd te worden. Van der Heijden zelf kwalificeerde zijn boosheid voor de Amsterdamse stadszender AT5 als `de woede van een twaalfjarige jongen', waar hij overigens aan toevoegde dat die woede wel heel serieus genomen moest worden.

Meer nog dan eerzucht, bezit de celebrity-schrijver dus een groot verlangen naar aandacht. Aandacht van zijn uitgever, de media en zijn publiek. Niet alleen voor hun nieuwe werk, ook het oude moet beschikbaar blijven. En die aandacht zal niet bestaan uit marginale symbolische daden. Van der Heijdens uitgever Lidewijde Paris meldt namelijk totaal niet van plan te zijn om daadwerkelijk een nieuw tapijtje te gaan kopen. ,,Wat een onzin allemaal, ik wil boeken uitgeven.''

    • Ward Wijndelts