Risico's weer in de gratie op beurzen

Op Wall Street sloot de Dow-Jonesindex gisteren voor het eerst sinds anderhalf jaar boven de grens van 10.000 punten. Geldt 2003 als het jaar waarin de moed terugkeerde op de beurs?

Eén klein zetje hadden ze nog maar nodig, en gisteren kwam het. Op Wall Street landde een combinatie van gunstig bedrijfsnieuws uit de technologiesector, voortdenderende detailhandelsverkopen en goed nieuws van de centrale banken. Dat was genoeg om het Dow-Jonesgemiddelde voor het eerst sinds in ruim anderhalf jaar weer boven de grens van 10.000 punten te doen sluiten. Daarmee staat de beursindex al ruim 20 procent boven het slot van 2002. Met nog een halve maand te gaan mag worden gesteld dat 2003 het eerste gunstige beursjaar zal zijn sinds 1999.

De belangrijkste boodschap: risico's mogen weer. Niet dat de financiële wereld snel zal terugkeren naar de euforie van 1999, maar het risicobewustzijn is wel fors afgenomen sinds het voorjaar. De beweeglijkheid van de aandelenmarkten is niet erg groot meer, en dagelijkse koersverschuivingen van de belangrijkste aandelenindices met meerdere procenten tegelijk worden zeldzaam. Dat is ook te zien aan het langzame tempo waarmee Wall Street de grens van 10.000 punten heeft doorbroken.

De zakenbank Goldman Sachs kwam dezer dagen met een speciale maatstaf voor het meten van de risicomijdendheid van beleggers. Goud en de Zwitserse franc waren altijd de signalen die het risicobewustzijn aangaven, aldus Goldman Sachs, maar die zijn niet goed genoeg. In plaats daarvan concentreert de bank zich op de olieprijs, de economische conjunctuur en wat de index van financiële omstandigheden wordt genoemd, de financial conditions index. Die index is een bekend instrument, en is een variant op de monetary conditions index waar de centrale bankrentes en gewogen wisselkoersen een rol in spelen. Bij de financial conditions index spelen ook bredere koersbewegingen op de financiële markten een rol.

De nieuwe risicomijdingsindex blijkt, op een kleine stijging in november na, flink naar beneden te wijzen sinds de Amerikaans-Britse aanval op Irak in maart en april. De recentste stand is nog niet uitgerekend, maar de laatste week, en zeker gisteren, zullen hebben bijgedragen aan een verdere daling van deze maatstaf van risicomijding.

Na zijn vergadering van afgelopen dinsdag zaaide de Federal Reserve Board, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, nog twijfel onder beleggers. Verwacht was dat de geldmarktrente die door de centrale bank wordt vastgesteld op 1 procent zou worden gehouden. Verwacht was ook dat dit, volgens de formulering van de laatste tijd, `voor een aanzienlijke termijn' zou zijn. Maar de `Fed' liet wel de passage achterwege waarin werd gewezen op het risico van deflatie — het dalen van de prijzen.

Op de financiële markten werd geconcludeerd dat er toch een kans was dat de rente in de loop van volgend jaar omhoog zou gaan, als reactie op de flinke versnelling van de Amerikaanse economische groei die uit steeds meer gegevens blijkt. Gisteren bleek evenwel uit de notulen van de Fed-vergadering van 28 oktober dat het bestuur van de centrale bank voorziet dat de inflatie de eerstvolgende twee jaar onder controle blijft. De conclusie dat een renteverhoging wellicht toch lang op zich zal laten wachten drong snel door op Wall Street, en was het zetje dat nodig was om de Dow de 10.000 punten te laten passeren.

De eerste raming die de Europese Centrale Bank gisteren prijsgaf voor het jaar 2005 bleek in overeenstemming met haar Amerikaanse zuster. De eurozone mag volgens de ECB rekenen met een inflatie tussen 1 procent en 2,2 procent — een gemiddelde van 1,6 procent. Deze raming schuift ook in Europa een renteverhoging verder vooruit.

Het risico dat `geld' spoedig duurder zal worden, lijkt te zijn afgenomen, zo blijkt uit de marktreacties. En dat kan leiden tot een verder groeiende bereidheid om risico's te nemen op de aandelenmarkt. De vraag blijft dan natuurlijk wel in hoeverre de koersstijgingen van 2003 daar al een voorschot op hebben genomen.

Nederlandse beleggers kunnen nog wel een steuntje in de rug gebruiken. Van vrijwel alle beurzen presteerde de Amsterdamse tot nu toe het slechtst over 2003. Het valt voor de achterban te hopen dat de Nederlandse pensioenfondsen en andere institionele beleggers hun risicobereidheid dit jaar tot uiting hebben gebracht in een flinke internationale spreiding van hun bezit.