Rechter: namen holocaust op website mag

De initiatiefnemers van het Digitaal Monument Joodse Gemeenschap hebben het recht om persoonlijke gegevens van holocaust-slachtoffers op internet te vermelden, ook al zijn de nabestaanden het daar niet mee eens. Dat is de uitkomst van een kort geding dat was aangespannen door een nabestaande.

Het Digitaal Monument Joodse Gemeenschap, dat naar verwachting in mei 2004 gereed zal zijn, is een database op internet van Nederlandse slachtoffers van de holocaust. Het initiatief van de Groningse historicus Isaac Lipschits is bedoeld als eerbetoon aan de joodse gemeenschap. Van alle ruim honderdduizend tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland omgekomen joden zullen biografische gegevens worden opgenomen: geboorte- en sterfdatum, beroep, levensloop, en indien beschikbaar de inventaris van geroofde inboedels en overlijdensadvertenties.

Rosalie Bresser-Dukker (65) uit Soest wil niet dat de gegevens van haar familie van vaders- en moederszijde op de website worden vermeld. Een website is volgens haar een misplaatste en respectloze plaats om naasten te gedenken, mede omdat er veel pornografie op internet te vinden is. Zij vreest dat het registratieproject antisemitisme zal uitlokken. Bovendien beschouwt zij de vermelding van de familiegegevens als een schending van haar persoonlijke levenssfeer die haar psychische schade berokkent.

Een eerdere poging om beide partijen een schikking te laten treffen, mislukte. Initiatiefnemer Lipschits streeft naar een volledig archief. Gisteren bepaalde de voorzieningenrechter van de rechtbank in Amsterdam dat het recht op uitingsvrijheid van Lipschits en de Stiching Digitaal Monument Joodse Gemeenschap zwaarder weegt dan het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van Bresser-Dukker. Belangrijk daarbij is dat de rechter vermoedde dat de bezwaren van de eiseres gericht zijn tegen het project als zodanig, niet zozeer tegen vermelding van de summiere gegevens van haar familieleden.

Als ,,overweging ten overvloede'' stelt de rechter wel dat de stichting uit vrije wil kan besluiten om bij schrijnende gevallen de gegevens pas te publiceren als de betrokkene is overleden.

    • Mark Duursma