Orders voor Irak

DE VERENIGDE STATEN hebben dollars te vergeven voor aanbestedingen in Irak. Het Pentagon, het Amerikaanse ministerie van Defensie, heeft besloten dat die opdrachten uitsluitend mogen gaan naar bedrijven uit landen die de Amerikaanse oorlogsinspanning in Irak hebben gesteund. Beter gezegd: bedrijven uit Frankrijk, Rusland, Duitsland, Canada en China mogen niet meedingen naar 26 contracten met een totale waarde van 18,6 miljard dollar. Het gevolg: verontwaardiging in de uitgesloten landen, maar daar niet alleen. Het minste wat kan worden vastgesteld is dat de Verenigde Staten een mogelijkheid om de coalitie voor de opbouw van Irak te verbreden, willens en wetens hebben afgesneden.

De Realpolitik gebiedt te erkennen dat de overwinnaars er met de oorlogsbuit vandoor gaan. De tegenstanders van de Amerikaanse oorlogsmars naar Bagdad wisten dat ze niet alleen het risico van diplomatiek isolement, maar ook van economische en financiële uitsluiting riskeerden. Frankrijk en Rusland hadden contracten voor olie-exploratie met het bewind van Saddam Hussein afgesloten; Frankrijk, Rusland en Duitsland hebben grote bedragen aan niet-afgeloste leningen aan het `oude' Irak uitstaan. Toen men in Parijs, Berlijn en Moskou besloot de Amerikaanse regering te dwarsbomen in de Verenigde Naties en steun aan de oorlog te onthouden, moet men beseft hebben dat dit economische repercussies zou krijgen.

Kort nadat de Iraakse regering was ontmanteld, zijn de eerste orders uitsluitend gegaan naar een handvol Amerikaanse bedrijven. De openstelling van deze tweede ronde van aanbesteding naar alle landen die Amerika in deze oorlog hebben gesteund, is een verbetering. Maar het is geen manier om diplomatieke wonden te helen.

SINDS DE VAL VAN HUSSEIN zijn negen maanden verstreken. De complicaties zijn enorm. De Amerikaanse bereidheid om als enige de rekening voor de militaire bezetting en de opbouw van Irak te betalen, gaat uit van een groot optimisme over een spoedige goede afloop. Die is allerminst verzekerd. Niet alleen in militair opzicht hebben de Verenigde Staten steun nodig en is betrokkenheid van de Verenigde Naties te prefereren boven unilateralisme. Voor het herstel van de infrastructuur en op gang brengen van de olie-industrie – om twee in het oog springende prioriteiten te noemen – zijn kolossale bedragen nodig. Als een van de elementen om de Iraakse economie te herstellen, willen de Amerikanen dat de uitstaande vorderingen op Irak kwijtgescholden worden. James Baker, de veteraan die minister van Financiën en Buitenlandse Zaken was in de regeringen van Reagan en Bush sr., is zojuist door Bush jr. aangesteld om met Frankrijk, Duitsland en Rusland te onderhandelen over schuldkwijtschelding. Dan is het geen goed moment om bedrijven uit deze landen botweg uit te sluiten van contracten bij de opbouw van Irak.

Het is ook zeker niet in het belang van Nederland, dat van Washington als bondgenoot van het eerste uur wél mag delen in de orders. Nederland is als troepenleverancier gebaat bij internationalisering van de kwestie-Irak, zowel militair als economisch. Als EU-lid komt het bovendien in een loyaliteitsconflict met Brussel, dat uiterst geprikkeld op het Amerikaanse plan heeft gereageerd. Het is dan ook terecht dat minister Bot van Buitenlandse Zaken gisteren hardop de houding van de Amerikaanse regering kritiseerde.