Ook schoon water is slecht voor kokkels

Het aantal vogels op de Waddenzee is gedaald. Oorzaak is niet zozeer de schelpdiervisserij, maar vooral het schonere water.

Hoe schadelijk is het vissen op mosselen en kokkels voor de Waddenzee? De discussie hierover gaat door, zelfs na het verschijnen van een grootschalig onderzoek dat vier jaar heeft geduurd, vier miljoen euro heeft gekost en ruim dertig deelrapporten omvat. De conclusies zijn duidelijk, maar het interpreteren ervan staat vrij.

Natuurbeschermers zijn verheugd dat nu wetenschappelijk is bewezen dat vogelsterfte wel degelijk in verband kan worden gebracht met schelpdiervisserij. Dat werd nogal eens betwijfeld. Ook wijzen ze op de conclusie van de onderzoekers dat er slib verdwijnt door de zuigkorren van de kokkelvissers, slib dat belangrijk is voor het leven op de zeebodem. Zij achten de schade groot genoeg om het kabinet te vragen de mechanische kokkelvisserij te verbieden.

De vissers wijzen er daarentegen op dat de teruggang in het aantal scholeksters en eidereenden maar ten dele aan de visserij te wijten is, en voor een belangrijker deel aan de ,,autonome ontwikkelingen'' in de Waddenzee. Dankzij het gevoerde milieubeleid is de Waddenzee schoner geworden. Dat heeft geleid tot minder voedselrijk water voor algen, die door de schelpdieren worden gegeten en die op hun beurt weer een prooi zijn voor de vogels. De draagkracht van het gebied, ofwel hoeveel dieren en planten de Waddenzee aankan, is veel kleiner dan in de glorieuze jaren tachtig.

De vissers zien in deze afname reden om die draagkracht kunstmatig te verhogen, door meer kokkels en mosselen te kweken en dat handiger te doen, bijvoorbeeld door mosselen te verplaatsen naar rustige wateren. ,,Er mag in de natuur geoogst worden, dat moet zelfs om te overleven'', zegt oud-minister van Landbouw Gerrit Braks, voorzitter van de producentenorganisatie kokkelvisserij. Hij vindt dat over de schadelijke effecten van de bodemvisserij meestal ,,een overdreven voorstelling van zaken'' wordt gegeven. Ook wijzen de vissers erop dat er wel slib verdwijnt, maar dat op langere termijn daar minder over bekend is. Onderzoeksleider Bruno Ens: ,,Er heeft wel eens in kranten gestaan dat de Waddenzee één grote zandbak is geworden, maar dat is niet zo.''

Minister Veerman heeft in afwachting van de maatschappelijke discussie alvast gezegd geen reden te zien om de visserij te verbieden. Hij ziet kansen voor ,,een visserij die geen onomkeerbare schade aan de natuur toebrengt''.

De komende maanden moeten natuurbeschermers en vissers samen proberen tot een ,,evenwicht'' te komen tussen de belangen van visserij en natuur. Daarna neemt de politiek een besluit voor de komende tien jaar. Veerman vindt dat van uitkopen geen sprake hoeft te zijn als er maar duurzaam wordt gevist. Er kan met minder schepen uitgevaren worden. De vissers zelf overwegen mosselzaad niet meer van de bodem te schrapen maar op te vangen.

Een cruciale vraag bij de ,,verduurzaming'' is hoe groot het aantal vogels moet zijn om te kunnen zeggen dat de waddennatuur in evenwicht is. Het aantal scholeksters is teruggelopen van 260.000 in de jaren tachtig tot 170.000 nu. Maar als de draagkracht van de Waddenzee met zo'n veertig procent is gedaald, mag je dan eisen dat er straks opnieuw 260.000 scholeksters zijn?

De wetenschappers zijn geneigd te stellen dat in een minder voedselrijk ecosysteem ook minder vogels zitten. Bovendien lijkt het erop dat de Waddenzee met een duurzame visserij niet zoveel schade lijdt, dat het voortbestaan van het natuurgebied wordt bedreigd. Dat laatste is een eis die de Europese Commissie stelt om verstorende activiteiten in natuurgebieden te verbieden. Er loopt nog een procedure over de schelpdiervisserij in de Waddenzee voor het Europese Hof van Justitie in Luxemburg.

    • Arjen Schreuder