Niks `luie bliksem', gewoon slim trainen

Mark Foster is met zijn 33 jaar een zwemveteraan, die voorlopig nog niet aan stoppen denkt. Gisteren won de eigenzinnige Engelsman opnieuw de 50 vrij bij de EK kortebaan in Dublin. ,,Ik train gewoon slim.''

Noem hem `een luie bliksem' en Mark Foster barst uit in een onbedaarlijk lachen. Laat iedereen maar denken wat hij of zij wil. De 33-jarige zwemmer uit Engeland weet wel beter. ,,Ik train voor een tijd van 21 seconden, niets meer en niets minder. Waarom zou ik meer doen dan strikt noodzakelijk is?''

Geef hem eens ongelijk. Gisteren, op de openingsdag van de Europese kampioenschappen kortebaan (25 meter), gaf Foster opnieuw sprintles aan de verzamelde elite. Had hij 's ochtends ternauwernood de series overleefd, tegen het einde van de dag bleek maar weer eens dat de wereldrecordhouder (21,13) uit Bath verstoppertje had gespeeld in de series. Met dank aan een voorbeeldige `pikstart' en een krachtige vlinderbeenslag in de eerste paar meters liet hij zijn zeven opponenten kansloos: 21,42.

Een gulle grijns verscheen naderhand op het gezicht van de winnaar, toen hij na zijn vierde Europese kortebaantitel werd geconfronteerd met de bijna-uitschakeling in de ochtenduren. ,,I love to play Russian roulette.'' Het spelen met vuur bezorgde hem ditmaal overwerk. Foster eindigde in de series op een gedeelde zestiende plaats, en moest daarom tegen het einde van de ochtend opnieuw het water in voor een swim-off met Manu Mantymaki. De Fin bleek vervolgens geen partij in het rechtstreekse duel met het alsmaar grijzer wordende sprintkanon.

Het tekent de klasse van de routinier, die volgend jaar in Athene aan zijn vierde Olympische Spelen hoopt deel te nemen. Maar Foster weet dan ook wat hij doet, beweerde hij een uur na zijn gouden race op zelfverzekerde toon. ,,Op de kortebaan kan ik me in de series geintjes permitteren. Daar behoor ik tot de besten, en dat weten mijn concurrenten ook. De langebaan is een ander verhaal. Daar moet ik op mijn tellen passen, zelfs in de series.''

Als zelfkennis de hoeksteen van een succesvolle topsportloopbaan is, dan is Foster de vleesgeworden prof, die sinds een paar jaar goed kan leven van zijn sport. Ook in dat opzicht is hij een geestverwant van de Russische grootmeester van de sprint (langebaan), die voorlopig ook nog niet van ophouden wil weten maar dezer dagen ontbreekt in Dublin: Aleksandr Popov. Afgelopen zomer, bij de wereldkampioenschappen langebaan in Barcelona, toonde de 32-jarige routinier zich andermaal de sterkste op het koningsnummer van de zwemsport, de 100 vrij. In Athene hoopt zowel Popov als Foster de kroon op zijn werk te zetten.

Kan dat niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. Vies van psychologische oorlogsvoering is ook Foster niet. Gisteren stond hij bij de start van zijn halve finale opzichtig te trillen op het blok. Een straf voor die provocerende actie bleef uit. Sinds één keer vals starten onherroepelijk diskwalificatie betekent, grijpen scheidsrechters niet meer in voor elk wissewasje. Ook dat weet een sluwe vos als Foster.

In het Nederlandse kamp geldt het Britse fenomeen als een grootheid. ,,Hij lijkt lui en als ik iedereen moet geloven is-ie dat ook, maar hij flikt het telkens weer'', sprak Jacco Verhaeren, coach van de op `de 50' uit voorzorg afwezige Pieter van den Hoogenband. ,,Hij is doordacht bezig met zijn sport, en dat siert hem.''

Binnen de Britse ploeg daarentegen is Foster een eenling. Performance-director Bill Sweetenham ziet de eigenzinnige veteraan liever gaan dan komen. Kortebaanzwemmen is in de ogen van de Australiër niets meer dan een vingeroefening voor wat hij als `het echte werk' beschouwt: zwemmen in een (olympisch) 50-meterbassin. Wat moet Sweetenham bovendien met een zwemmer die zijn eigen plan trekt en centrale trainingskampen steevast mijdt?

Maar zoals de Engelsen zeggen: You can't teach an old dog new tricks. Dat weet Sweetenham ook. Hij laat Foster noodgedwongen begaan, en zag tot zijn niet geringe verbazing hoe de zelfstandige zwemprof afgelopen zomer bij de WK voor het eerst in zijn carrière een medaille (zilver) won op de langebaan.

Betere reclame voor zijn gedoseerde trainingsaanpak kon Foster niet maken. Hij is een rasechte sprinter die slechts uitkomt op de kortste afstand onder de zwemnummers, de 50 meter. Hij is geen man van de (midden)lange afstand, waarom zou hij dus zeventig tot tachtig kilometer per week afleggen? Alleen de gedachte al doet hem huiveren. ,,Het gaat erom om beter te worden, niet om het lichaam af te breken.'' Foster baddert elke dag wat in het water (maximaal één uur) en bezoekt de gymzaal en het krachthonk. 's Middags gaat hij liever koffie drinken met vrienden. Zijn geheim? ,,Ik train gewoon slim.''

Vorig jaar, na de voor hem teleurstellend verlopen Gemenebest Spelen in Manchester, nam hij contact op met Colin Jackson. Of de gepensioneerde wereldrecordhouder hordenlopen bereid was de zwemmer met raad en daad bij te staan? Jackson stemde toe. ,,Colin weet als geen ander wat het is om je hele training af te stemmen op een paar seconden. Daarom is hij voor mij de ideale coach.''

Wellicht dat Mark Veens, gisteren achtste op de 50 meter vrij (21,98), in de leer kan bij Jackson en Foster. De 25-jarige Limburger is een in potentie begenadigd sprinter. Maar een slepende schouderblessure heeft hem ver teruggeworpen. Zijn coach Mandy van Rooden verwijt hem een gebrek aan trainingsijver. Veens deelt die mening niet: ,,Ik train me suf.'' Foster kan zijn Nederlandse collega uitleggen dat een sprinter vooral slim moet trainen.

    • Mark Hoogstad