Nederlandse export lijdt terreinverlies

Nederland verliest marktaandeel als exportland. De waarde van de Nederlandse export blijft met 232,5 miljard euro over 2003 weliswaar op peil, maar de export groeit niet mee met de wereldhandel.

Nederland behoudt wel de negende plaats op de ranglijst van exporterende landen.

Dat heeft staatssecretaris Van Gennip (Economische Zaken, CDA) gisteren geschreven in een brief aan de Tweede Kamer. Als voorbeeld gaf zij het Nederlandse aandeel in de Duitse import. Die bedroeg in 1990 nog 10 procent, maar was in 2002 gezakt tot 8 procent. Duitsland is de belangrijkste exportmarkt voor Nederland. Een kwart van de uitvoer gaat daar naartoe. De hoge loonkosten worden door het ministerie van Economische Zaken als een belangrijke oorzaak gezien.

Uit een onderzoek van het Commissariaat voor Buitenlandse Investeringen in Nederland (CBIN) blijkt dat Nederland steeds minder aantrekkelijk wordt voor buitenlandse investeerders. Het CBIN, dat deel uitmaakt van het ministerie van Economische Zaken en dat buitenlandse investeerders naar Nederland probeert te trekken, had in een enquête 140 buitenlandse bedrijven naar hun mening gevraagd over Nederland als vestigingsplaats.

De zogeheten footloose investeringen, waarbij bedrijven niet bij voorbaat gebonden zijn aan een land, zijn gedaald van 573 miljoen euro in 2001 naar 137 miljoen euro in 2002. Dit is een daling van 70 procent. Het aantal arbeidsplaatsen dat door deze investeringen werd geschapen, daalde van 3.482 naar 1904. Het aantal investeringsprojecten daalde minder sterk, van 86 naar 71. Maar de projecten zijn veel kleiner geworden, zowel gemeten naar de hoogte van de investeringen als naar het aantal arbeidsplaatsen.

De footloose investeringen in Nederland (te onderscheiden van investeringen van reeds in Nederland gevestigde bedrijven) lopen al jaren terug. In 1997 bedroegen deze nog 724 miljoen euro, en dit daalde gestaag naar 434 in 2000. Het jaar 2001 was een korte opleving, waarna de scherpe daling van 2002 kwam. Het totale bedrag aan investeringen in de Nederlandse economie schat het CBIN op 50 miljard euro, waarvan 5 miljard door buitenlandse bedrijven.

Het CBIN noemt de situatie `zorgwekkend'. Volgens de buitenlandse investeerders die op de enquête reageerden, is Nederland minder aantrekkelijk geworden. Staatssecretaris Van Gennip (Economische Zaken, CDA) heeft het rapport van het CBIN gisteren naar de Tweede Kamer gestuurd. Zij presenteerde eerder deze week een Ondernemerschapsbrief, waarin een aantal problemen voor het bedrijfsleven worden genoemd, waaronder belemmerende regelgeving en criminaliteit. Het kabinet wil deze problemen aanpakken en Nederland weer aantrekkelijker maken voor het bedrijfsleven.