Met vetorecht komt Europa niet verder

Het is goed dat staatssecretaris Nicolaï in Napels heeft gewezen op het grote negatieve effect in Nederland van het niet-toepassen van het Stabiliteitspact op Duitsland en Frankrijk. Hij verdient steun in zijn pogingen het pact te verstevigen, want het vertrouwen van de burger in Europese besluitvorming is daar rechtstreeks mee verbonden. Het pact moet juist in zwaar weer overeind blijven. Terecht stelde de Raad van Ministers van de EU in 1997 vast dat begrotingsdiscipline noodzakelijk is om prijsstabiliteit te waarborgen. Een land dat langdurig buitensporige tekorten heeft zal die prijsstabiliteit aantasten. Dat toevallig de dollar zo zwak staat en de euro oploopt doet daaraan niets af.

Twee vragen spelen bij de te volgen weg. De regering denkt aan inschakeling van het Hof van Justitie, maar dat zou dan een procedure moeten zijn van de Europese Commissie tegen de Raad van Ministers wegens plichtverzaking. Dat kan, maar is moeilijk in de komende Constitutie vast te leggen. De overeengekomen procedure is namelijk niet geschonden: de Commissie hield haar rug recht en stelde een aanbeveling aan de twee landen voor om hun buitensporig tekort terug te dringen. Het ging nog niet om sancties, want pas bij negeren van de aanbeveling zou eerst een renteloos deposito en daarna een boete kunnen worden opgelegd. De aanbeveling was wel de eerste stap in die richting. Maar haalde in de Raad niet de vereiste meerderheid van stemmen. De vraag is dus of juridisch van nalatigheid kan worden gesproken, hoezeer wij dat inhoudelijk ook mogen vinden.

De andere vraag is of dit probleem verholpen kan worden met vetorecht van de lidstaten. Dat is duidelijk niet het geval. Met een veto kun je nooit iets bereiken, alleen wat tegenhouden. En het ging nu om het stellen van een daad. Als de voorgestelde Constitutie reeds van kracht geweest zou zijn, zou de stemming wellicht anders zijn uitgevallen. Voorgesteld wordt de vereiste meerderheid te laten bestaan uit 50 procent van de lidstaten, die 60 procent van de Europese bevolking vertegenwoordigen. Volgens de nu geldende regeling van Nice komt die meerderheid op omstreeks 72 procent van de gewogen stemmen in de Raad. Ziedaar een extra argument om de constitutie te beoordelen op de verbeteringen ten aanzien van het magere resultaat van Nice. Bij een referendum zou het daarom moeten gaan.

    • W.F. van Eekelen
    • voorzitter van de Europese Beweging Nederland