Last van eigen kwaliteit

Alex van Warmerdam heeft er last van, Woody Allen ook. Dat de vorige film altijd beter wordt gevonden dan de nieuwste. En die nieuwste heet dan weer beter dan de volgende. Het moet iets te maken hebben met de kracht van hun stijl, die bij de eerste ontmoeting mateloze bewondering afdwingt en de volgende keren in eerste instantie slechts herkenning. Zulke regisseurs hebben last van hun eigen kwaliteit.

Zo is het met de Amerikaanse broers Joel en Ethan Coen ook. Fargo was de laatste film die direct is omarmd als meesterlijk, films ervoor en erna heten dan ,,teleurstellend, maar ja, ze blijven natuurlijk altijd beter dan wat je gemiddeld ziet''. Het is allemaal gezichtsbedrog en in de jaren daarna nemen de films weer de vertrouwde trekken van meesterwerken aan en als je ze terugziet, krijg je daarvan de bevestiging: ze zijn echt meesterlijk. (Misschien The Hudsucker Proxy uitgezonderd – zie je, daar gaan we alweer).

O Brother Where Art Thou? – hun achtste film in zestien jaar, en sindsdien hebben ze alweer The Man Who Wasn't There en Intolerable Cruelty gemaakt – is weer verschrikkelijk goed bij het terugzien. Het is een typische Coen-film in die zin dat het eigenlijk nergens over gaat en dat het helemaal niet erg is, omdat je intussen hun betoverende zinnen hoort rollen uit de beste acteurs die Amerika heeft: John Turturro, John Goodman, Charles Durning, George Clooney. Omdat je de kleine details ziet: een paard dat omkijkt bij een lynchpartij. En omdat er altijd wel een duivelse bijfiguur in meespeelt en je wilt weten of die ook deze keer het onderspit zal delven.

Het is zinloos om te proberen de film hier samen te vatten. Je kunt even goed beweren dat O Brother gaat over de odyssee van drie voortvluchtigen als dat-ie gaat over haarnetjes, haarvet van Dapper Dan, het wereldrecord banken beroven en hoe een hond wordt meegezogen door een vers stuwmeer.

Wat beslist moet worden gezegd is dat de film alleen niet genoeg is om te bezitten. De cd met de muziek is even onmisbaar. Nog voor we beeld zien, horen we de muziek al in O Brother. De Coen-broers hebben Amerikaanse muziekarcheologie bedreven – van blues tot jodel – en dat is commercieel gezien zelfs het grootste succes van het project geworden.

O Brother, Where Art Thou? (Joel & Ethan Coen, 2000, VS/Eng./Fr.). VRT, 21.35-23.34u.

    • Bas Blokker