Kunst op de buis

Dit is nog eens verstandige taal: ,,Bij een adequaat ingerichte publieke omroep hoort een programma dat de kijker op een vaste plaats, in een consistente vorm die niet jaarlijks of zelfs maandelijks verandert, inzicht geeft in de vele kunst- en cultuuruitingen die Nederland biedt: high & low, gesubsidieerd en ongesubsidieerd.'' Het is een passage uit het deze week verschenen beleidsplan van het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties – en het is geen praatje voor de vaak. Het volgt op het goede nieuws, dat het fonds ,,de mogelijkheid [gaat] onderzoeken'' of zo'n programma voortaan kan worden gesubsidieerd.

Terwijl elke krant in Nederland een dagelijkse kunstpagina heeft met nieuws, reportages, interviews, recensies en andere informatie, en ook de radio (met het dagelijkse Kunststof op Radio 1, om 20 uur) niet achterblijft, wil zoiets op de televisie nog steeds niet lukken. In de afgelopen tien seizoenen zijn op het mede voor cultuur bestemde Nederland 3 maar liefst zeven verschillende pogingen gedaan om een wekelijkse informatierubriek te maken. De VPRO begon in 1993 met het allang vergeten Roerend goed, daarop volgde de NPS met Kunstmest, Panorama Vrijdag in twee verschillende versies en C-Land, waarna de VPRO het succes van De Plantage op de zondagmiddag vergeefs trachtte voort te zetten met het slecht bedachte Propaganda en het eveneens snel verdwenen Kunst moet zwemmen. Alleen het vaak onder zijn eigen gewicht bezwijkende R.A.M. suggereert nog dat er een wekelijkse kunstrubriek op de Nederlandse televisie bestaat.

Een lichtpuntje is dat de NPS dezer dagen werkt aan een dagelijks informatief kunstprogramma dat komend voorjaar wordt uitgezonden op de vooravond, in de zendtijd waar nu nog de praatshow B&W staat. Maar of het na de zomer kan worden voortgezet, staat nog lang niet vast. De makers hebben de netmanager van Nederland 3 gevraagd of hun programma ook vanaf volgend najaar in het schema mag blijven staan, maar de vervulling van die wens is afhankelijk van een groot aantal andere factoren. En die hebben soms meer met omroeppolitiek te maken dan met inhoudelijke overwegingen.

Tot dusver kan het Stimuleringsfonds niet te hulp schieten, omdat er alleen geld is voor programma's die zelf een cultuuruiting zijn. Terwijl een informatieve kunstrubriek voornamelijk met journalistieke middelen wordt gemaakt. Er zal dan ook een excuus moeten worden gevonden om zoiets toch te subsidiëren. Het fonds neemt daarop al een voorschot door in het beleidsplan te reppen van een programma ,,dat het midden moet vinden tussen enthousiasmeren en schoonheidservaring op zichzelf.'' Met die onbeholpen formulering wordt kennelijk bedoeld dat het programma zelf ook enigszins artistiek moet zijn om in aanmerking te komen voor steun.

Maar belangrijker is dat er dus geld beschikbaar komt voor een vaste tv-rubriek over kunst. En de ervaring leert, dat de omroepen daar zeer gevoelig voor zijn. Hoe minder ze zelf voor een programma hoeven te betalen, hoe groter de kans is dat het wordt gemaakt en uitgezonden. Een betere stimulans had het Stimuleringsfonds niet kunnen bedenken.

    • Henk van Gelder