Kabinet paait eurosceptische burger

Het Nederlandse plan om de Europese regelgeving te beperken, is in Brussel met milde verbazing ontvangen. De Europese Unie kijkt al lange tijd kritisch naar de eigen regels. En bovendien is Nederland zelf ook gek op nieuwe regels.

Het Nederlandse plan om tijdens het komend EU-voorzitterschap het aantal `regels uit Brussel' te verminderen, is bijna zo oud als de weg naar Rome. Dat zeggen bronnen bij de Europese Commissie. ,,Er wordt al jaren gewerkt aan het versimpelen van de regels'', zegt één hunner. ,,Soms lukt het, soms minder goed. Ook andere landen dringen erop aan om overlappende of onuitvoerbare regels eruit te zuiveren''.

Dat Nederland er nu een punt van maakt, komt volgens hem vooral doordat Den Haag de almaar eurosceptischer burger wil tonen dat diens klachten serieus worden genomen. Premier Balkenende noemde het verminderen van de veelheid aan Brusselse regels deze week in een brief aan zijn Europese collega's als een belangrijke prioriteit van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie, in de tweede helft van 2004. Om wat voor regels het gaat en op welk gebied, blijft duister. Er staan geen voorbeelden in de brief. Volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken volgen nadere details nog: komend voorjaar werkt Nederland een concreet voorstel uit.

Toen ambtenaren van de Europese Commissie in Brussel – Nederlanders en mensen van andere nationaliteiten – van dit Nederlandse plan hoorden, trokken zij de wenkbrauwen lichtjes op. Niet omdat zij het onzin vinden. Integendeel: veel ambtenaren in Brussel zien zelf óók dat er regels zijn die nergens op slaan. Zo bestaan er vooral op het gebied van de Interne Markt – waar de Europese integratie destijds mee begon – oude richtlijnen die overbodig zijn geworden.

De lichte verbazing van de ambtenaren heeft meer te maken met het feit dat er in Brussel al jaren gewerkt wordt om de haarkam door de bestaande wetten te halen, en dat Nederlandse ministers zelf aan de Europese onderhandelingstafel voortdurend met ideëen komen voor nieuwe regelgeving – of het nu gaat om strengere asielwetten of om regels op het gebied van voedselveiligheid of milieu. En vaak doen zij dat onder druk van de publieke opinie.

Nederland heeft zelf geholpen om het opschoningsproces van Brusselse regels op gang te brengen, met landen als Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk. Tijdens het vorige Nederlandse voorzitterschap van de EU was `betere regels uit Brussel' al een prioriteit. In de slotconclusies van de Top van Amsterdam staan daar enige regels over. In 1998 kwam er een akkoord tussen de Commissie, de lidstaten en het Europees Parlement om de kwaliteit van de wetgeving beter te bewaken. Een tweede akkoord is nu in de maak. Op de Top van Lissabon, in 2000, spraken de regeringsleiders al af dat ze méér rekening zouden houden met ,,de gevolgen en de extra kosten'' die Brusselse regels met zich meebrengen voor het bedrijfsleven.

Het blijft deze keer niet bij woorden alleen. Zo is er bij de Juridische Dienst van de Commissie nu een speciaal team bezig om Europese wetsvoorstellen zo simpel mogelijk op te stellen. Ook aan `codificatie' wordt nu gedaan, om een eind te maken aan de overlap van diverse regeltjes op één en hetzelfde gebied. Als je iets wilde weten van het douanerecht in Europa, moest je vroeger wel twintig regelingen opzoeken (die niet overzichtelijk bij elkaar stonden) om een overzicht te krijgen. Nu zijn die regels op een hoop geveegd en opgeschoond. ,,Ze zijn bij wijze van spreken in één kaft te vinden'', zegt een Brusselse ingewijde. ,,De machine draait op volle toeren''. Zo kwamen de Leidse hoogleraar Voermans en lid van de Raad van State Willem Konijnenbelt vorige week nog naar de Juridische Dienst om te praten over kwaliteitsbewaking van de wetgeving.

Bij Interne Markt (het directoraat-generaal waarvan Frits Bolkestein eurocommissaris is), loopt een speciaal project, dat `SLIM' (simplifying legislation Internal Market) heet. Dit project draait minder goed – vooral omdat er, in de woorden van een betrokkene, ,,altijd wel een lidstaat is die een regeling niet wil schrappen of simpeler maken. Ja, óók Nederland. Elk land moet wijzigingen immers óók in zijn eigen, nationale wetgeving doorvoeren. Dat geeft weer extra werk''.

Het lijkt erop dat het kabinet-Balkenende met haar plan voor ,,minder regels'' vooral bedoelt: ,,betere regels''. Wie de lijst Europese ontwerp-regels bekijkt waarover Nederland graag een beslissing wil hebben tijdens haar voorzitterschap, slaat steil achterover: het zijn er vele tientallen. Dat de slogan tóch ,,minder regels'' is geworden, lijkt bewuste politieke keuze. ,,De regering-Balkenende wil graag het beeld creëren dat Nederland voorop loopt met simpeler regels, en in het naleven van regels'', zegt een insider. Volgens hem heeft de déconfiture van het Stabiliteitspact en de teruglopende steun voor de Europese integratie bij de Nederlandse burger daar alles mee te maken. Bovendien komt er een referendum aan over het nieuwe ontwerp-Verdrag, volgende zomer. ,,De regering wil in Nederland een draagvlak behouden voor Europa. Ze voelt de hitte van de publieke opinie''.

En die opinie kan grillig zijn. Een voorbeeld. Tijdens de crises met de Belgische dioxinekippen en de gekke-koeienziekte, enige jaren geleden, riep de burger dat Europa meer moest doen om de voedselveiligheid te bewaken. De angst sloeg wild in het rond. Dus togen nationale ministers ijlings naar Brussel om dat te regelen. Maar nu er strengere Europese regels zijn, klaagt diezelfde burger, van Italië tot Zweden, dat ,,zinloze Brusselse regeltjes'' het hem onmogelijk maken om zijn favoriete streekgerecht als bloedworst of mosterd te eten.

,,De politici zitten knel'', zegt een Commissieambtenaar. ,,Eigenlijk zouden ze moeten zeggen: `Hee burger, wij hebben die regels op júllie verzoek gemaakt!' Maar die moed hebben ze niet, want ze willen politiek overleven. Dus zeggen ze: `U heeft gelijk, Brussel is te bemoeizuchtig!' Als je praat over minder of betere regels uit Brussel, is dát het ware probleem''.