Ik schiet wel eens uit

De krantenstrip `Sigmund' drijft op een seksistische mensenhatende psychiater. Tekenaar Peter de Wit: `Ik heb het eigenlijk over de zin van het leven. Ahum.'

In de aanloop naar Kerstmis is dezer dagen het twaalfde album verschenen van Peter de Wits Sigmund: de etterige strip-psychiater waarmee sinds tien jaar vele duizenden Volkskrantlezers hun dag al dan niet humeurig beginnen. Op de achterflap van deze Twaalfde sessie staat een interview met Sigmund uit AAARGH, het blad van de P.v.d.S (Patiënten van dokter Sigmund). `Bent u zelf wel eens in therapie geweest?' luidt een van de vragen. `Nee, nooit!' antwoordt het eenogige wangedrocht. `Net zoals een banketbakker geen taart lust, heb ik het absoluut niet op therapie voor mezelf. Dat is iets voor de losers die dagelijks mijn praktijk platlopen.'

Striptekenaar Peter de Wit (1958), de geestelijk vader van de kleine, mismaakte mensenhater, lijkt in vrijwel alles het tegendeel van Sigmund. Hij is lang, bescheiden, vriendelijk, heeft een vrouw en twee kinderen én hij is wel degelijk in therapie geweest. Hij heeft er geen hekel aan therapeuten aan overgehouden.

,,Jaren geleden ben ik even in relatietherapie geweest en ik kan alleen maar zeggen dat het uitstekend heeft geholpen – ik heb nog steeds een bloeiende relatie. Het waren maar vijf sessies die niet veel voorstelden, maar ik denk wel dat het ergens voor stond. Nederland heeft van de hele wereld de meeste therapeuten per vierkante meter. Vrijwel iedereen is wel eens bij een Riagg geweest. Gelukkig maar, want dat maakt de strip herkenbaar. Iedereen weet wat een intake-gesprek is.''

In De Wits studio in Amsterdam, die hij al zeventien jaar huurt met collega-tekenaars, is geen boek van Freud te bekennen, zelfs niet het tijdschrift Psychologie. Hoe houdt hij zijn vak, of liever gezegd dat van dokter Sigmund, eigenlijk bij? ,,Ach, ik heb tien jaar een cowboystrip gemaakt, terwijl ik niet kan paardrijden, nog nooit een pistool heb afgevuurd en nooit op de prairie heb vertoefd. Inleving is belangrijker dan vakkennis. Het vak van psychiater houd ik alleen op zeer populair niveau bij. Van Freud heb ik nooit iets gelezen, maar wat ik goed bijhoud zijn bladen als de Santé en de Elle, de Viva soms. Die hebben allemaal wel een pagina psychologie. Als ik echt psycholoog was, dan zou ik grappen maken over de hoofden van mensen heen, te inside in elk geval.''

Boerderij

Striptekenaar wilde de katholiek opgevoede boerenzoon uit Assendelft (Noord-Holland) al sinds zijn vroege jeugd worden. Raadselachtig genoeg koos hij na het atheneum voor een studie Fins en Hongaars in het verre Groningen. Na een paar weken was hij weer terug op de boerderij. Hij werkte voor uitzendbureaus, onder andere in een chemische fabriek, een papierfabriek en bij de bakker, maar zijn belangrijkste tijdbesteding bleef tekenen. Waarom koos hij niet voor de kunstacademie? ,,Wat ik doe zie ik als een ambacht, niet als kunst, niet als iets artistieks. De meeste striptekenaars zijn autodidact, die maken zich een idioom van poppetjes eigen. 't Is een kleine wereld waar ik me nu al dertig jaar in bevind en dan weet je zo langzamerhand wel hoe het moet. Het belangrijkste is dat je ideeën hebt die je in beelden kunt omzetten.''

Al op zijn twintigste werd hij striptekenaar voor het blad Eppo, waar hij riant van kon leven. ,,Elke week kreeg ik 400 gulden. Heel goed betaald, ik reed er van in een auto.'' Een dagstrip was zijn grote droom, naar het voorbeeld van bekende Amerikaanse en Britse strips als De tovenaar van Fop, Linke Loetje en Hagar. Jarenlang maakte hij voor zichzelf dagstrips zonder ze te kunnen slijten. Bij weekbladen vond hij wel emplooi, soms één of twee pagina's, maar langer dan één strook vindt hij al `bijna een roman'. ,,Pas met Sigmund viel alles op zijn plek, en kon ik eindelijk doen wat me het meeste ligt. Ik heb wel eens gezegd dat hij ontstaan is toen ik in een depressie zat, maar sinds tien jaar Sigmund weet ik dat je dat niet mag zeggen. Ik zat in een dip, een depressie is iets heel ernstigs. Ik zat hier wat poppetjes te tekenen en ineens dacht ik: hoe lang moet ik dit nog doen, waarom heb ik geen echt vak geleerd?''

In die poppetjes bleek de oer-Sigmund te schuilen. ,,Hij leek al sterk op zijn latere uitwerking, een klein mannetje dat zich bediende van zwarte humor. Ik zei bijvoorbeeld tegen hem: `Ik zie het niet meer zitten, zal ik zelfmoord plegen?' `Ja', antwoordde hij dan, `dat is goed'. Vervolgens ben ik dat gaan uitwerken. Ik dacht: misschien is dit wel die dagstrip waar ik altijd op heb zitten wachten. Aanvankelijk heette hij `Mensch durf te leeven', maar toen ik daarmee bij de Volkskrant kwam zeiden ze: dat is veel te lang en natuurlijk hadden ze gelijk. Toen heb ik meteen `Sigmund' bedacht. Sigmund is goed omdat het internationaal is en vanwege die associatie met Freud. Veel mensen noemen de strip ook Freud.''

In het begin heeft hij enorm met het kereltje moeten leuren, dat wil zeggen zijn schoonzus deed dat voor hem. ,,Ze schreef alle kranten van Nederland, België, Duitsland en Engeland aan, maar kreeg alleen maar afwijzingsbrieven, onder andere van Trouw en NRC Handelsblad. Uiteindelijk heeft ze hem aan Het Laatste Nieuws in Vlaanderen verkocht. Daar heette hij Meneerke Psy, een naam die de redactie had bedacht. Na drie maanden hebben ze hem weer gestopt, omdat hij te cynisch was.''

Bij de Volkskrant vonden ze dat juist een aanbeveling. Daar is nooit een tekening van De Wit geweigerd. Wel heeft hij een keer op verzoek van de redactie een tekst gewijzigd. ,,Dat was tijdens de affaire-Gümüs, de Turkse kleermaker die het land uit moest en waar toen Ed van Thijn zijn PvdA-lidmaatschap van afhankelijk maakte. Het kwam er op neer dat Gümüs vertrok en Van Thijn gewoon lid van de PvdA bleef. Ik had een strip gemaakt over een patiënt die tegen dokter Sigmund zegt dat hij zelfmoord wil plegen, waarop Sigmund antwoordt in de trant van: `Ach man, stel je niet aan, je zit gewoon een beetje te Ed van Thijnen'. Dat vonden ze te ver gaan bij de Volkskrant. In het begin kwamen er veel ingezonden brieven op mijn strip, vaak heel heftige reacties. Mensen die in tranen waren. Als je dat terugleest is het bijna onbegrijpelijk. Ik maak nu strips die veel verder gaan, daar kraait geen haan naar.''

Tegenwoordig behoort zijn strip tot de meest gelezen rubrieken van de Volkskrant, als striptekenaar kreeg hij in 1999 de prestigieuze Stripschapsprijs voor zijn hele oeuvre en samen met Hanco Kolk maakt hij voor Het Parool en het AD de succesvolle strip S1ingle. De kritiek is verstomd, behalve dan op één punt. Sigmund wordt nog regelmatig `seksistisch' genoemd, niet alleen omdat de geneesheer een onverbeterlijke seksist ís, maar vooral omdat De Wit bij voorkeur vrouwen met torpedotieten en opblaasbillen tekent. Ooit heeft hij een vrouw laten zeggen dat Sigmund `een slordig pratende kut' als mond heeft.

Billenman

Het zegt uiteraard niets over wat De Wit zelf vindt. Hij is, beweert hij, ,,helemáál niet'' geobsedeerd door vrouwen met torpedotieten. ,,Je hand schiet wel eens uit bij het tekenen. Dat doe je een keer, dat ziet er lekker uit. Borsten horen er lekker uit te zien, billen moeten een halve cirkel vormen, benen moeten lang zijn – ook omdat Sigmund zo klein is. Dat is het fijne van tekenen, dat je iets lekker in beeld kan brengen, dat het er aangenaam uitziet en dat je er plezier aan beleeft. Je hebt borstenmannen en billenmannen. Ik ben een billenman, zoals bijna alle mannen. Ik denk dat vrouwen meer bezig zijn met borsten, maar voor ons hoeft het niet. Het is ook weer helemaal uit, grote borsten. Tegenwoordig laten ze ze weer verkleinen.''

Negen jaar geleden kreeg De Wit de titel voor zijn eerste Sigmund-album aangereikt toen een meisje op een beurs hem een schriftje liet zien waarin ze zijn strips had geplakt met `Eerste sessie' op de kaft. Wie de nu verschenen Twaalfde sessie vergelijkt met de elf eerdere valt op hoe constant zijn werk – zowel tekeningen als teksten – ondanks de veranderde tijdgeest is gebleven. Nog altijd zijn verwijzingen naar de actualiteit, of grappen over herkenbare mensen schaars, afgezien van twee sterke afleveringen over schrijver A.F.Th van der Heijden en tv-presentator Paul de Leeuw.

,,Het afzien van actualiteit is een bewuste keuze'', licht hij toe. ,,Een Sigmund-boek kun je over tien jaar nog lezen. Bovendien vind ik dingen die altijd actueel blijven, zoals man-vrouw-relaties, mooier dan het dagelijkse nieuws. Ik heb het eigenlijk over de zin van het leven. Ahum. De dagelijkse actuele grappen laat ik over aan die Fokke & Sukke-jongens, die zijn daar subliem in. Daar kan de NRC heel trots op zijn, hoor! Dat meen ik echt'', grinnikt hij. ,,Maar ik heb een soort running gag met Jean Marc van Tol [een van de drie Fokke & Sukke-makers, E.E.] over de vraag of Fokke & Sukke wel een strip is. Veel mensen noemen het zo. Maar het is absoluut geen strip, het is een fantastische cartoon. Daar moet ik zeer streng in zijn. Ik zal niet zeggen dat het – omdát het geen strip is – minderwaardig is, maar 't is maar één plaatje en dús geen strip. Niet iedereen kan strips maken!!''

`Sigmund, twaalfde sessie', uitg. De Harmonie, €8,15