Hoofddoekdebat: Chirac als laatste aan zet

`Opzichtige' religieuze tekenen op school mogen niet, vindt de Franse commissie-Stasi. President Chirac moet bepalen wat hij met de conclusies doet.

Volgende week woensdag slaat het uur van de waarheid. Dan zal immers de Franse president Jacques Chirac bekendmaken welke consequenties hij trekt uit het gisteren gepresenteerde rapport van de commissie-Stasi, over de praktische toepassing, in een veranderd en veranderend Frankrijk, van het principe van de scheiding van kerk en staat. Dat het een uur van de waarheid wordt, is niet overdreven, gezien de felheid waarmee het debat over de conclusies van de twintig `wijzen' gevoerd is.

Die conclusies zijn, gezien de taaie materie, zo helder mogelijk. Er moet een wettelijk verbod komen op het voeren van ieder `opzichtig' religieus of politiek teken op scholen. De commissie preciseert ook dat het verbod in concreto keppeltjes, `grote' kruisen en hoofddoeken betreft. Kleine tekens aan een halskettinkje moeten getolereerd worden. In de overheidsdiensten staan neutraliteit en een goede taakuitoefening voorop: de persoonlijke vrijheid (van meningsuiting) om een religieus of politiek teken voeren is daaraan ondergeschikt. Patiënten in ziekenhuizen hebben niet het recht behandeling van een medicus of een verzorger af te wijzen op grond van diens geslacht.

Anderzijds beveelt de commissie de instelling van twee nieuwe vrije feestdagen aan, een joodse en een islamitische. Frankrijk zal daarmee mogelijk het eerste niet-islamitische land zijn en het eerste land buiten Israël dat de voorgestelde feestdagen invoert. Het enthousiasme van sommigen daarover evenaart de ergernis van anderen, en beide kampen voeren de laïcité, de in Frankrijk bijna heilige scheiding van kerk en staat, aan.

Chirac is als koning-president de hoogste arbiter. Het Elysée heeft laten doorschemeren zich niet gebonden te achten aan alle aanbevelingen van de commissie, ondanks een eerdere uitlating van Chirac `alle consequenties' aan het rapport te zullen verbinden. De president zei eerder ook dat ,,over de laïcité niet (valt) te onderhandelen'' en dat hij niet zal terugdeinzen voor wetgeving. Bovendien zei hij, op bezoek in Tunesië, begin deze maand: ,,Ik denk dat voor de Fransen het dragen van de hoofddoek een vorm van agressie is, die ze moeilijk kunnen accepteren''.

De laatste uitspraak duidt er niet alleen op dat de president waarschijnlijk inderdaad voor wetgeving zal kiezen, maar onthult ook het preciezere doel daarvan: de hoofddoek. Om het joodse keppeltje of het christelijke kruisje, sinds mensenheugenis onderdelen van het sociale landschap, is het in elk geval niet begonnen. Roger Cukierman, voorzitter van de Vertegenwoordigende Raad van Joodse Instellingen, achtte de aanbevelingen weliswaar een stap in de goede richting, maar hij voegde daaraan toe: ,,Maar het keppeltje is voor mij geen opzichtig teken, want het is geen blijk van bekeringsdrift.''

Wat hij niet zei is dat menig jood zijn keppeltje al `vrijwillig' thuis laat, uit angst voor agressie van jongeren van Noord-Afrikaanse afkomst. Dit `nieuwe' antisemitisme, dat gelijke tred houdt met het oplaaien van het Palestijns-Israëlische conflict, wordt niet voor niets nadrukkelijk aan de orde gesteld in het rapport van de commissie.

Het huidige debat barstte een jaar geleden los naar aanleiding van de door minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy aangekondigde financiering van de bouw van moskeëen door de overheid. Sarkozy beoogde daarmee de invloed van buitenlandse (lees: fundamentalisitsche) financiers uit te bannen. Gaandeweg is die aanleiding naar de achtergrond verschoven en kwam de hoofddoek, opnieuw, centraal te staan. De instelling van de commissie-Stasi door president Chirac hield dan ook vooral daarmee verband.

Veelzeggend is dat de commissie herhaaldelijk naar de `politiek-religieuze' lading van de hoofddoek verwijst. Ze heeft met het horen van ruim 130 getuigen de vinger aan de pols van de samenleving gezet. In het rapport wordt veel nadruk gelegd op de noodzaak van het vinden van een evenwichtige manier van samenleven, met respect voor ieders vrijheid en voor de `geestelijke diversiteit'. Commissie-voorzitter Bernard Stasi spreekt zelfs van een `wet voor openheid'. Maar die vrome bedoelingen verhullen geenszins de ,,ernstige inbreuken op de scheiding van kerk en staat'', die uit de verhoren naar voren kwamen. Openlijk sprak Stasi bij de presentatie van zijn rapport zelfs over ,,extremistische krachten die proberen de Republiek te ondermijnen.''

Veel aandacht heeft de commissie ook besteed aan ,,de verschrikkelijke druk'' waaronder meisjes in de voorsteden gebukt gaan. Die is de reden waarom de voorzitster van de emancipatiebeweging voor moslim-meiden `Hoer noch slavin' naar aanleiding van het rapport heeft gezegd: ,,Het is nog niet voorbij, dit is slechts het begin, al gaat het in de goede richting.''

De politieke kant van de hoofddoek is tegelijkertijd een oorzaak van verwarring. Het extreem-rechtse Front National is tegen een wet, omdat hoofddoeken de aanwezigheid van de `vreemde elementen' waartegen het strijdt, zichtbaar maken. De socialisten veranderden mede daardoor langzaam van tegenstanders van wetgeving in voorstanders. De Groenen zijn nog steeds in verwarring. Het bestuur is tegen een wet, sommige vooraanstaande leden zijn ervoor. Maar ze zijn tegen sancties, zoals het van school sturen.

Delen uit het rapport zijn morgen te lezen op de pagina Opinie.

    • Pieter Kottman