Haal de slopersbal van zolder en vernieuw

Om de problemen in Rotterdam het hoofd te bieden, zijn onorthodoxe maatregelen geen luxe. Maar hele bevolkingsgroepen uit de stad te weren, is een brug te ver, vindt Duco Stadig.

Rotterdam heeft een probleem. Het actieprogramma `Rotterdam zet door; op weg naar een stad in balans', waarover de gemeenteraad zich gisteravond heeft gebogen, spreekt boekdelen. Desnoods zijn onorthodoxe oplossingen geboden. Echter, twee vragen moeten eerst gesteld worden: is de Rotterdamse analyse van het probleem de juiste en zijn de voorgestelde onorthodoxe oplossingen effectief?

In de analyse van de problemen wordt sterk de nadruk gelegd op de demografische processen die zich in Rotterdam voltrekken. En hoewel voortdurend onderstreept wordt dat het gaat om de instroom van kansarmen, worden in het actieprogramma vrijwel uitsluitend cijfers gepresenteerd over de instroom van steeds meer allochtonen versus de uitstroom van autochtonen.

Onderliggende structuurproblemen worden hooguit aangestipt: de nog sterk industrieel georiënteerde economische structuur van Rotterdam, de kwaliteit en aantrekkelijkheid van woningaanbod en woonmilieus voor mensen met hogere inkomens, de matige kwaliteit van de centrumvoorzieningen, et cetera.

Dat leidt er toe dat in het actieplan vooral voorstellen worden gedaan om de vestiging van kansarmen te beperken. Pas in het tweede deel van het rapport wordt een veel breder plan van aanpak gepresenteerd dat economie, onderwijs, werk, zorg, hulp en begeleiding omvat, alsmede integratie en burgerschap en het verbeteren en differentiëren van woningen en woonmilieus. Een aanpak die je in de plannen van de meeste steden aantreft.

De onorthodoxe aanpak, in het bijzonder het scherpe vestigingsbeleid, wordt verdedigd met het argument dat de vestiging van kansarmen in Rotterdam buitenproportionele vormen aanneemt. Het is echter de vraag of dat zo is. Vergelijkende cijfers ontbreken. Anders was gebleken dat volgens de prognoses Amsterdam min of meer gelijke ontwikkelingen te wachten staan.

De groei van het aandeel allochtonen in de bevolking is in Rotterdam weliswaar groter, maar ook in Amsterdam bedraagt het aandeel autochtonen in 2015 ruim minder dan de helft van de bevolking.

Een verschil tussen Rotterdam en Amsterdam is wel dat de Rotterdamse economie, c.q. economische oriëntatie nog veel meer industrieel/havengericht is dan de Amsterdamse en dat het cultureel/creatieve complex, een sterke kwaliteit van Amsterdam, in Rotterdam ondanks tal van initiatieven veel minder ontwikkeld is. Ook is Rotterdam er blijkbaar nog niet in geslaagd om de kwaliteit van woningen en woonmilieus in met name de vooroorlogse stad aantrekkelijker te maken.

Juist in deze elementen schuilt in Amsterdam een belangrijk potentieel voor de toekomst. De Bijlmermeer laat zien dat waar kwaliteit van woningen en woonomgeving tekortschieten, actief ingrijpen loont.

Een deel van het Amsterdamse potentieel is niet zo maar te reproduceren. Een historische binnenstad bouw je niet na, het informele cultuurcircuit plan je niet. Maar andere zaken, bijvoorbeeld slopen en bouwen, kun je wel degelijk door gericht beleid tot stand brengen – zie de gedeeltelijke sloop en vernieuwing van de Bijlmermeer.

Daarentegen denk ik niet dat het stellen van minimuminkomenseisen aan nieuwe bewoners zal leiden tot een evenwichtiger bevolkingssamenstelling. Zolang schaarste ontbreekt, helpt het niet om hekken om de stad heen te zetten. Het waarschijnlijke resultaat is dat de vraag naar woningen vermindert en in de probleemwijken leegstand ontstaat. Tegelijk zal de instroom van kansarmen doorgaan omdat een belangrijk deel van de nieuwkomers zijn weg zoekt buiten de gereguleerde woningmarkt om, bijvoorbeeld door te gaan inwonen.

In zo'n geval helpt het de kwaliteit van het aanbod te verbeteren of zelfs aanbod uit de markt te halen door slechte woningen te slopen. Rotterdam zou in de Algemene Plaatselijke Verordening moeten opnemen dat panden die langer dan twee jaar zijn dichtgetimmerd door de gemeente, op kosten van de eigenaar worden gesloopt. Door op deze plekken duurdere woningen te bouwen, kunnen middengroepen beter aan de stad gebonden worden en worden wijken gemengder.

Ook is het vreemd dat Rotterdam statushouders wil weren, aangezien zij vermoedelijk niet de meest kansarme groep nieuwkomers vormen. Juist deze mensen zouden deel kunnen gaan uitmaken van de allochtone middenklasse. Door hen te weren laadt Rotterdam de verdenking op zich dat de aanpak in feite gericht is op het verminderen van het aandeel allochtonen onder het mom van de kansarmen.

Een ronduit zinloze maatregel is het strafbaar willen stellen van illegaliteit omdat het aantal illegalen er niet door zal afnemen en handhaving vrijwel onmogelijk is. De aandacht kan beter worden gericht op het bestrijden van illegale bewoning, waarmee in elk geval een deel van de illegaliteit kan worden tegengegaan.

De Amsterdamse praktijk laat zien dat dat al moeilijk genoeg is. Want zelfs met intensieve zogeheten `zoeklichtprojecten', waarbij systematisch wordt gezocht naar illegale bewoning, blijft ook in Amsterdam een belangrijk deel van de woningen onrechtmatig bewoond – overigens vaak door studenten.

Het valt niet te ontkennen dat Rotterdam een grote maatschappelijke problematiek kent en dat daarom een stevige, soms onorthodoxe aanpak nodig is. Maar het maatschappelijk uitsluiten van hele bevolkingsgroepen is een brug te ver: het is categorale uitsluiting, officieel naar inkomen, de facto naar etniciteit. Met het streven naar gemengde wijken en tegengaan van segregatie is niks mis. Maar dat kan ook worden bereikt door mensen met hogere inkomens te verleiden zich aan de stad te binden.

Dat betekent: vergroot de aantrekkelijkheid van woonmilieus, pak rotte plekken aan, vergroot de kansen voor mensen met een hoog inkomen om een woning van hun gading te vinden, maar zonder dat daardoor de vestigingskansen van mensen met een lager inkomen worden beperkt.

Dat kan niet van de ene op de andere dag. Zoveel heeft de Bijlmermeer wel laten zien. Maar dát het kan laat de huidige Bijlmermeer zien.

Duco Stadig is wethouder Stedelijke Ontwikkeling van Amsterdam.