En de herder ploetert maar voort

Aan ijver ontbreekt het de Vlaamse schrijver Jef Aerts (1972) niet. Vier toneelstukken schreef hij tot dusver, drie romans en een onbekend aantal korte verhalen. Daarnaast speelt hij in twee rockbands, Tydal en Kolinsky, als zanger en gitarist. Al die activiteiten bleven tot dusver grotendeels onopgemerkt, in Nederland althans. Ook zijn eerste twee romans, Haeren majesteit (1999) en Vertezucht (2001) vonden praktisch geen weerklank. Mogelijk werd hij uit de aandacht weggedrukt door andere jonge Vlaamse schrijvers die in dezelfde periode debuteerden, zoals Erwin Mortier en Stefan Brijs.

Een rol zal ook spelen dat Aerts niet bepaald een opruiende schrijver is die door stijl of inhoud een opvallend nieuw geluid laat horen. De nadagen, zijn onlangs verschenen derde roman, lijkt aanvankelijk zelfs nogal een brave, pastorale aangelegenheid te zijn. In eenvoudige, korte zinnen wordt een jongeman geïntroduceerd met de merkwaardige naam Alas. Hij heeft zich teruggetrokken uit het stadsleven en uit een kennelijk nogal stormachtige liefdesverhouding met een meisje dat, al even ongebruikelijk, Laos heet. Als schaapherder leidt Alas nu al twee jaar een eenzaam, landelijk bestaan, waarin hij veel om zich heen kijkt en soms ook met de sterren praat. Zijn voornaamste gezelschap: de schapen en zijn hond Gino, en af en toe een veearts, een stuurse plattelandsbewoner of het rondborstige meisje van de kruidenier dat een oogje op hem heeft.

Maar Aerts laat al gauw doorschemeren dat het niet blijft bij een dorpsidylle. Er worden gaandeweg steeds meer gaten geschoten in het sobere herdersbestaan van zijn held. Zijn schapen worden ziek, hij krijgt steeds vaker bezoek van een eng zesjarig meisje dat zo uit een Visconti-film lijkt weggelopen en hem op schrille toon beschuldigt van moord. Ook is er de norse boer Serge die steeds onheilspellender blikken op hem werpt. Als dan ook nog onverwacht Laos opduikt in zijn stal en er op zijn weiland ongevraagd autoraces worden gehouden, die de stilte bruut verbreken, lijkt een catastrofe onafwendbaar.

De toenemende spanning wordt tussen de regels door goed voelbaar gemaakt. Ook is er veel couleur locale en wordt de zompigheid van het platteland beeldend beschreven. Voor de stadsbewoner, zo meent Alas, zou een flinke hoosbui weinig te betekenen hebben. Gezellig getokkel op de straatstenen, terwijl men gerieflijk schuilt onder luifel of paraplu. Maar voor een schaapherder is regen heel andere koek. Die moet met lede ogen toezien `hoe dit godvergeten landschap in een mum van tijd verkliedert tot een gore vlakte van dunne stront en slijk'. Aan dit citaat valt al af te lezen dat Aerts landman toch niet helemaal uit het juiste hout gesneden is en uiteindelijk zijn `keutelende kudde', overdekt met blauwzwarte, zoemende bromvliegen, de rug toe zal keren. Welke wending zijn leven dan precies zal nemen, laat Aerts aan onze verbeelding over, maar het draait vast uit op een gulden middenweg: iets tussen woelig stads- en degelijk dorpsleven in.

Het lijkt de bedoeling van Aerts te zijn geweest om iets onmogelijks uit te beelden: een man denkt zijn verleden achter zich te kunnen laten door er radicaal afstand van te doen en een nieuw leven te beginnen. Maar, weten we allemaal, zo werkt dat psychologisch niet. En inderdaad: duistere wolken pakken zich samen boven het hoofd van Alas tot de bom barst en al het oud zeer van vroeger onbekommerd in het rond spat.

De nadagen heeft wel iets van een detectiveroman. Langzaam wordt toegewerkt naar een woeste ontknoping en naar een clou waarin woede en verdriet om een miskraam de doorslag geven. Helemaal lekker zit dat niet met die clou, want ons is niets verteld over een kinderwens bij Laos of Alas. En was zij, danseres, niet aan de anorectische kant, waardoor zij niet menstrueerde? Zo wringt er wel meer in deze gebeurtenissenrijke, maar ook nogal buitenkantige roman. De eerste indruk komt ongeveer overeen met de laatste: De nadagen is een ijle roman. De personages zijn niet al te scherp omlijnd. Zelfs Alas blijft tot het eind een wat vage figuur met onduidelijke eigenschappen, gedachten en gevoelens. De liefdesgeschiedenis met Laos, die aan de basis ligt van de hele roman, krijgt weinig kern en contour. We zien in de terugblik van Alas wel allerlei schermutselingen, drankmisbruik en aanvallen van razernij, maar veel liefde valt in dit gewoel niet te bespeuren. Wat hij ooit zag in haar, behalve een charmant gebrek aan ritmegevoel en een ranke hals? Geen idee. Dat is jammer, want daarmee wordt het geploeter in De nadagen tot een wat wezenloos geploeter. Waarom plannen beramen tot zelfmoord en andere gewelddadigheden omdat het uit is, terwijl die liefde toch eigenlijk al niets voorstelde?

Onvermoeibaar sleept Aerts in De nadagen leuke zinnen aan, fraaie zijdelingse motieven en sfeervolle inkijkjes in het landschappelijk schoon of vuil. Het enige wat onbreekt is substantie, een behoorlijk fundament voor deze dorpsgeschiedenis. Het vertellerstalent is er en de ijver ook. Nu nog, voor zijn vierde roman, een overtuigend verhaal.

Jef Aerts: De nadagen.

De Bezige Bij. 172 blz. €16,90

    • Janet Luis