Afghaans gevecht over de grondwet

Dit weekeinde begint, waarschijnlijk, in Kabul de loya jirga over een nieuwe grondwet van Afghanistan. De grondwet moet de natie verenigen, maar de onenigheid over de tekst is nog groot.

Hussain Ramoz hoopt dat zijn land na meer dan twintig jaar burgeroorlog ontsnapt aan de wurggreep van krijgsheren en moslim-fundamentalisten. Maar gerust is hij er allerminst op, na lezing van de vorige maand gepresenteerde voorstellen voor een nieuwe grondwet. Waarom, verzucht hij, wordt Afghanistan bestempeld tot een `islamitische republiek', en niet ten minste een `islamitische democratische republiek' genoemd?

De 29-jarige Hussain, afgestudeerd als arts, werkt voor het vorig jaar opgerichte Nationale Democratische Instituut in Kabul dat nieuwe, democratische partijen ondersteunt. Als vertegenwoordiger van `een nieuwe generatie van intellectuelen' voelt hij zich nu eerst en voor alles verplicht zich politiek in te zetten voor een betere toekomst van zijn land. Daarom ook had hij zich kandidaat gesteld voor Constitutionele Loya Jirga, de grote vergadering van 500 vertegenwoordigers uit heel Afghanistan die de nieuwe grondwet gaat vaststellen. De bijeenkomst moet dit weekeinde in Kabul beginnen. Maar tot zijn teleurstelling werd Hussain uiteindelijk niet gekozen door de stemgerechtigden in zijn district.

Voor Afghanistan én president Hamid Karzai zijn de beraadslagingen over de nieuwe grondwet de belangrijkste gebeurtenis sinds juni 2002. Toen gingen op de vorige loya jirga de Afghaanse stamoudsten onder grote Amerikaanse druk akkoord met de benoeming van Karzai tot regeringsleider. Karzai heeft al aangekondigd dat hij volgend jaar zomer bij de eerste directe presidentsverkiezingen kandidaat wil zijn, maar alleen als de loya jirga de regeringsmacht concentreert bij de president.

De loya jirga van vorig jaar juni stond onder zware bewaking van de internationale vredesmacht ISAF, en begon met enige dagen vertraging omdat ex-koning Zahir Shah nog overgehaald moest worden zich neer te leggen bij een louter symbolische rol als `Vader van de Natie'. Ook deze keer begint de `grote vergadering' later dan gepland door de lange reistijd van sommige afgevaardigden. Maar de bewaking van de Technische Hogeschool waar de afgevaardigden de komende weken bijeen zullen zijn, is nu overgelaten aan eenheden van het nieuwe Afghaanse nationale leger.

Enige vooruitgang is het afgelopen jaar dus wel geboekt – maar die blijft vooral beperkt tot de hoofdstad Kabul zelf. Vooral in het zuiden en oosten van Afghanistan is de veiligheidssituatie de afgelopen maanden sterk verslechterd. Juist deze week kondigden de Verenigde Staten de grootste militaire operatie aan tegen de Talibaan sinds die twee jaar geleden uit de regeringsmacht werden verdreven.

Tegen die achtergrond is het voor jonge, democratisch gezinde politci als Hussain Ramoz niet gemakkelijk om te opereren. ,,De politieke macht in Afghanistan was de afgelopen decennia gebaseerd op gewapende macht. Dat moet veranderen'', zegt hij.

Brede steun voor een nieuwe grondwet moet die doelstelling dichterbij brengen, maar veel waarnemers vrezen dat de komende loya jirga te vroeg komt en dat juist het tegenovergestelde zal gebeuren. Volgens artikel 1 van de ontwerpgrondwet is de islamitische republiek Afghanistan een ,,onafhankelijke, unitaire en ondeelbare'' staat. Tegen dat laatste zal weinig openlijk verzet komen, al opteren sommige krijgsheren, zoals de Oezbeekse leider Abdul Rashid Dostum in het noorden, waarschijnlijk liever voor een wat losser, federatief staatsverband. Dat zou hun eigen machtspositie consolideren.

Groter is de weerstand, volgens sommige waarnemers onder het merendeel van de afgevaardigden, tegen het voorgestelde presidentiële systeem. Karzai duldt de komende jaren nog geen gekozen premier naast zich om te voorkomen dat in Kabul rivaliserende regeringscentra ontstaan. Een dergelijke machtsstrijd stortte Afghanistan in burgeroorlog na het vertrek van de Sovjet-troepen, en leidde uiteindelijk tot de opmars van de Talibaan. Karzai ziet liever niet dat de geschiedenis zich herhaalt, maar tegenstanders verwijten hem uit te zijn op het verkrijgen van dictatoriale bevoegdheden.

Maar nóg gevoeliger ligt het thema van de islam. In de preambule van het ontwerp voor de grondwet staat dat Afghanistan de Universele Verklaring van de Mensenrechten respecteert, terwijl artikel 3 stelt dat geen wet in strijd kan zijn met ,,de heilige godsdienst van de islam''. Volgens president Karzai is er niets in de islam dat indruist tegen democratische grondbeginselen en respect voor mensenrechten, en is dat ook als zondanig verankerd in de beoogde grondwet.

Toch vrezen Hussain Ramoz en vele waarnemers met hem dat niet alle groeperingen in de loya jirga die visie klakkeloos zullen accepteren. ,,De mujahideen-partijen (de islamitische groepen die streden tegen de Sovjet-bezetting van Afghanistan) willen de islam politiseren. Daar is in het huidige klimaat moeilijk tegen te strijden. Zo gauw je de rol van de islam in de grondwet ter discussie stelt, word je automatisch aangevallen omdat je je daarmee anti-islamitisch zou gedragen'', zegt Hussain.

En, schetst een hoge militair van ISAF de inzet van de loya jirga: ,,De grote vraag is natuurlijk: wie gaat in Afghanistan bepalen of een wet in strijd is met de islam?''

Voor de vorig jaar herbenoemde president van het Hooggerechtshof, Fazul Hadi Shinwari, is het antwoord wel duidelijk. Hij vindt artikel 3 nog te magertjes geformuleerd. In zijn ogen moet de shari'a, het islamitisch recht, juist de basis zijn van alle wetgeving. Dat houdt voor hem onder andere het geven van lijfstraffen in en het weren van zangeressen op televisie.

Ook van professor Nematollah Shahrani, vice-president van Afghanistan en als voorzitter van de constitutionele commissie nauw betrokken bij het opstellen van de ontwerpgrondwet, is geen liberale interpretatie te verwachten. ,,De artikelen van de Mensenrechtenconventie die tegen de islam zijn, zijn onaanvaardbaar in Afghanistan'', zei hij vorige week op de Iraanse radio.

    • Wim Brummelman