Verdwaald in Sherwood

ALS ER HARD BEZUINIGD wordt, is het onvermijdelijk dat de koopkrachtplaatjes weer ter sprake komen. In de afgelopen jaren van brede welvaartsgroei speelden ze geen rol in het politieke debat. Maar deze week bij de parlementaire behandeling van de begroting van Sociale Zaken was het zover. De negatieve inkomenseffecten van het kabinetsbeleid stonden centraal en minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) kreeg het nog knap lastig met de koopkrachtplaatjes. Het bezwaar van discussies over koopkracht is dat ze uitgaan van statische situaties, terwijl de werkelijkheid dynamisch is. Verder hangen inkomens niet alleen af van kabinetsmaatregelen, maar ook van particuliere omstandigheden. Die kunnen in een jaar heel sterk veranderen – met ingrijpende inkomensconsequenties.

In iedere inkomensverdeling bestaat een sociale onderkant van mensen die het minst te besteden hebben. Nederland telt ongeveer een half miljoen huishoudens (op een totaal van zeven miljoen) die leven van een minimuminkomen. Hiertoe behoren enige tienduizenden schrijnende gevallen; mensen die door chronische ziekte of anderszins geen uitzicht hebben om op eigen kracht hun inkomen te verbeteren en die daadwerkelijk zijn aangewezen op het sociale vangnet van de overheid. Voor deze groep mensen, bleek de afgelopen week, kunnen de negatieve inkomensgevolgen van een opeenstapeling van overheidsmaatregelen op het gebied van sociale zorg zeer negatief uitpakken. Dat stond haaks op de belofte van het kabinet dat gestreefd zou worden naar beperking van de inkomensdalingen voor de minima.

TWEEDE-KAMERLID VAN GENT van GroenLinks kwam met een voorstel. Een extra belastingheffing van 500 euro voor mensen met een inkomen boven de 100.000 euro ten behoeve van de minima. Deze `Robin Hood-heffing' leek politiek geen lang leven beschoren, ware het niet dat minister De Geus sympathie toonde voor het rebelse plan. Hij bood aan dat zijn ministerie een telefoonnummer zou openstellen voor vrijwillige bijdrages aan de Robin Hood-rekening van GroenLinks. En daarmee ging er iets grondig mis. Want particuliere liefdadigheid is goed voor onbaatzuchtige gevers, maar het kan nooit een uitgangspunt zijn voor overheidsbeleid. Iedereen is vrij om geld in het kerkenzakje te stoppen, in de collectebus van het Leger des Heils te storten of over te boeken naar de rekening van GroenLinks, maar het sociale vangnet wordt betaald uit publieke middelen en aftrekposten voor buitengewone lasten worden verrekend met de collectieve fiscus. De Geus maakte een politieke inschattingsfout door particuliere vrijgevigheid en publieke uitgaven door elkaar te halen.

Inmiddels heeft de minister zijn steun aan de Robin Hood-rekening ingetrokken. De kortstondige opwinding illustreert wel hoeveel er in het CDA is veranderd, met name binnen de ARP-traditie waartoe De Geus behoort. In 1975 hield de toenmalige leider van de ARP, Aantjes, op het oprichtingscongres van het CDA zijn befaamde `bergrede'. Zich baserend op Mattheüs 25:31-46 schetste Aantjes de sociaal-christelijke visie van een politiek die de helpende hand biedt aan hongerigen, dorstigen, vreemdelingen, naakten, zieken en gevangenen. Ruim een kwart eeuw later is hiervan bij de huidige nazaten van de ARP in het kabinet – De Geus, Balkenende, Donner – niet veel terug te vinden. De Geus lijkt eerder verdwaald in Robin Hoods bossen van Sherwood.