`Met internet zijn de schilderijen soms wel 800 dollar waard'

De digitale kloof is een belemmering voor de wereldhandel. Op de VN-top over de informatiesamenleving, die in Genève wordt gehouden, is te zien hoe producenten en consumenten elkaar via internet vinden.

Het doek is twintig bij dertig centimeter groot. Op een rode achtergrond staat een cirkel met mythische figuren. ,,Dit is een thanta, een boeddhistisch schilderij uit Kathmandu in Nepal'', zegt Daniel Salcedo. Tot anderhalf jaar geleden verkochten de schilders in de Nepalese hoofdstad hun werk voor 5 tot 10 dollar per stuk aan lokale handelaren. Tegenwoordig verkopen de schilders hun kunstwerken via internet. Salcedo's organisatie Peoplink maakte de website. ,,Nu brengen de schilderijen soms wel 800 dollar per stuk op.''

Sommige deskundigen noemen de digitale kloof de belangrijkste belemmering voor wereldhandel. Negentig procent van de handel via internet, e-commerce, vindt volgens de Internationale Telecom Unie (ITU) plaats tussen producenten en consumenten in rijke landen. Deze week bespreken duizenden deelnemers aan de Wereldtop over de Informatiesamenleving (World Summit on the Information Society, WSIS) in Genève die digitale kloof tussen rijk en arm. De vraag is hoe armere landen kunnen profiteren van computers en internet.

De Colombiaanse Amerikaan Salcedo toont dat kleinschalige verkoop via internet aantrekkelijk kan zijn voor producenten in ontwikkelingslanden. Zijn organisatie Peoplink helpt mensen in afgelegen gebieden waar ook ter wereld om een internetwinkel te bouwen waarmee zij hun spullen kunnen verkopen. Er zijn inmiddels een kleine 400 e-commerceprojecten in 42 landen.

Peoplink heeft een eenvoudig computerprogramma ontwikkeld, genaamd CatGen. Dat is een kant-en-klare oplossing voor e-commerce. ,,Wij regelen onder meer digitale camera's en leren de gebruikers hoe ze beelden moeten bewerken voor internet. Vervolgens plaatsen we de foto's op een website en brengen die onder de aandacht van kopers in rijke landen.'' Dat zijn particulieren, maar ook `fair trade'-organisaties als de Wereldwinkels.

Vertrouwen tussen producenten en consumenten is volgens Salcedo belangrijk bij e-commerce. ,,De makers willen niets opsturen als ze nog geen geld hebben. En de kopers aarzelen om te betalen als de internetwinkel niet betrouwbaar oogt.'' De Amerikaanse organisatie fungeert daarom als `vertrouwenspersoon' tussen beide groepen. Bovendien regelen Salcedo en zijn medewerkers de betalingen (via het internet-betaalsysteem Paypal). Soms verzorgt Peoplink ook de distributie van de koopwaar, maar de schilders in Nepal hebben dat al in eigen hand genomen. Peoplink doet het werk volgens Salcedo geheel gratis.

Nepalcraft, het project van de schilders in Kathmandu, draait nu anderhalf jaar. Aanvankelijk reageerden de schilders nogal sceptisch op het idee van een Nepalese medewerker van Salcedo. ,,Maar toen ze de eerste kunstwerken verkochten en ze inkomsten kregen, waren ze razend enthousiast'', vertelt Salcedo. Hoeveel kunstwerken er precies zijn verkocht, weet hij niet. Het gaat in ieder geval nog niet om heel grote aantallen. Maar niet alleen de verkoop zelf is belangrijk, benadrukt hij. ,,Een aantal mensen volgt nu ook pc-cursussen en stuurt hun kinderen naar school voor onderwijs op de computer.'' Bovendien kan werken aan een internetwinkels aantrekkelijk zijn voor hoger opgeleide jongeren die anders geen baan zouden kunnen vinden. Salcedo heeft al een technische uitdaging bedacht: hij wil dat klanten kunnen chatten met de schilders in Kathmandu.

De kleine internetwinkels van Peoplink vormen slechts een manier waarop informatie- en communicatietechnologie mensen in ontwikkelingslanden concreet kan helpen in hun dagelijks leven. Salcedo: ,,Bij ICT-projecten voor armere landen stel ik mijzelf altijd de vraag wat het betekent voor de mensen zelf. Brengt internet brood op de plank? Zorgt het voor een beter leven van de mensen ter plekke?''

,,Jazeker,'' zegt Subbiah Arunachalam uit India. Zijn Virtual Village-project in de Zuid-Indiase deelstaat Pondicherry biedt bijvoorbeeld vissers die in kleine catamarans de Indische Oceaan op gaan het weerbericht vanaf internet. ,,Zo kunnen zij besluiten om al dan niet uit te varen. De voordelen zijn duidelijk: minder stormschade aan vissersboten en minder dodelijke ongevallen.''

Veel vissers kunnen niet of nauwelijks lezen. Daarom wordt het weerbericht dagelijks omgeroepen via luidsprekers op het strand. Arunachalam: ,,De vissers kunnen deze informatie nergens anders krijgen.'' Hij onderstreept het belang van `local content', een veel besproken thema tijdens de WSIS in Genève. Dit is informatie die volledig is afgestemd op de gebruikers ter plaatse. Mensen in ontwikkelingslanden - maar ook elders - hebben pas iets aan (digitale) gegevens als ze die kunnen lezen of op een andere manier tot zich kunnen nemen en als ze zijn aangepast aan hun opleiding.

De elf dorpen in Pondicherry illustreren het belang van lokale informatie. Elk dorp heeft een kenniscentrum dat wordt geleid door lokale organisaties van jongeren, vissers, boeren of vrouwen. Deze centra helpen dorpelingen met het vinden van informatie, het invullen van formulieren of met computeropleidingen. Boeren krijgen informatie over prijzen en voorraden van hun producten. Mensen betalen een kleine vergoeding voor het gebruik van telefoon, internet of printer. Het toont volgens Arunachalam hoe lokale gemeenschappen het leven kunnen verbeteren door relevante informatie te gebruiken.

Websites via www.nrc.nl