Liever uitstel dan slecht compromis

Een slecht compromis over een verminkte grondwet veroordeelt de Europese Unie tot een toestand van machteloosheid en inefficiëntie, menen Valéry Giscard d'Estaing, Giuliano Amato en Jean-Luc Dehaene.

Wanneer komende zaterdag de Europese leiders na afloop van hun overleg glimlachend poseren voor het `familieportret', na zich te hebben neergelegd bij een slecht compromis over de grondwet, zullen de krantenkoppen luiden: ,,Akkoord op het nippertje in Brussel; Europa is gered!''

Als daarentegen zou blijken dat de leiders van een groot aantal grote, middelgrote en kleine staten – die de meerderheid van de bevolking vertegenwoordigen – zich hadden voorgenomen een heldere en evenwichtige grondwet goed te keuren, terwijl andere lidstaten kritiek uitten, hun instemming opschortten en hun goedkeuring tot later uitstelden – zoals in 1787 in de Verenigde Staten is gebeurd –, dan zullen de koppen een dramatische toon aanslaan: ,,Echec in Brussel; Europa sterker verdeeld!''

In feite is het vrijwel precies omgekeerd. Een slecht compromis over een verminkte grondwet zou de Europese Unie veroordelen tot een toestand van machteloosheid en inefficiëntie, waaruit zij zich slechts via een crisis zou kunnen bevrijden. De kans op Europese eenheid zou voor lange tijd verkeken zijn. Zonder twijfel zou trouwens het Europese Parlement een kritisch oordeel uitspreken, met als gevolg dat bepaalde nationale parlementen zouden weigeren de grondwet te ratificeren.

Als daarentegen een akkoord tot stand komt over een heldere, democratische opzet voor de grondwet – ook al zou nog geen volslagen unanimiteit worden bereikt –, zou dat een weg naar en een perspectief op het Europa van morgen ontsluiten. Vroeg of laat zal het voorbehoud zwakker worden en zal men zich opnieuw aaneensluiten, zoals trouwens in de Conventie al is gebeurd. En dan zal het moment komen waarop een begin wordt gemaakt met het ratificatieproces.

In dit verband willen wij eraan herinneren dat de bepalingen betreffende de Europese instellingen pas bij de vernieuwing in 2009 van kracht zullen kunnen worden. Dan wordt de `goede grondwet' de grondwet van heel Europa.

Waaraan moeten de te verwachten uitkomsten van de Europese top in Brussel worden getoetst?

1. Toekenning van een juridische status aan de Europese Unie.

2. Een stabiel voorzitterschap van de Europese Raad van de Unie voor tweeëneenhalf jaar, eenmalig te verlengen.

3. Een minister van Buitenlandse Zaken, die een zetel heeft in de Raad en in de Commissie, en die de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken voorzit.

4. Een Europees Parlement met volledige wetgevende bevoegdheid en begrotingsbevoegdheden.

5. Stemming bij gekwalificeerde meerderheid over het grootste deel van de besluiten die onder de Unie ressorteren.

6. Voor de stemming bij gekwalificeerde meerderheid dient de regel van de dubbele meerderheid te worden aangenomen: een meerderheid van landen, die bovendien ten minste zestig procent van de bevolking van de Unie vertegenwoordigt. Deze regel beschermt de kleine landen, die in aantal in de meerderheid zijn, maar waarborgt de instemming van de meerderheid van de inwoners van Unie.

7. Een commissie die, geleid door haar voorzitter, de Europese gemeenschappelijke zaak bestiert. Een commissie die bestaat uit een Europees college van beperkte omvang, dat onafhankelijk is van de regeringen van de lidstaten.

8. Opname van de grondwet in het handvest van de fundamentele rechten van de Unie.

Iedereen die dit interpretatiekader vergelijkt met de in Brussel afgekondigde besluiten, kan beoordelen of Europa – naar wij vurig hopen – een grondwet krijgt die die naam waardig is, die het voorziet van een bevattelijk, doelmatig en democratisch regime, waardoor Europa langere tijd op koers zal kunnen blijven; of dat Europa genoegen zal moeten nemen met een kwalijk bestaan van verwarring en geschipper, in afwachting van het moment – maar wanneer en hoe? – dat er opnieuw een politieke wil opkomt.

Valéry Giscard d'Estaing was voorzitter van de Europese Conventie; Guiliano Amato en Jean-Luc Dehaene waren vice-voorzitters.

    • Valéry Giscard D'Estaing
    • Jean-Luc Dehaene
    • Giuliano Amato