Islamitisch onderwijs 2

In `Islam is niet hetzelfde als het hebben van een achterstand' (NRC Handelsblad, 2 december) uit mevrouw Ginjaar-Maas haar woede op de VVD. Zij en zes andere VVD'ers hebben zich in een brief aan het hoofdbestuur van de VVD geërgerd aan het standpunt over islamitisch onderwijs van de VVD-fractie. De brief is een samenraapsel van oneigenlijke argumenten en bovendien verkeerd geadresseerd.

Mevrouw Ginjaar-Maas denkt dat Ayaan Hirsi Ali met haar mooie uiterlijk en redenaarskunsten haar fractie heeft verleid. Dit argument verbleekt bij het lezen van het zwakke verhaal en de foto van mevrouw Ginjaar-Maas. Bovendien worden de andere 26 fractiegenoten van Ayaan die het met haar eens waren, als kritiekloze wezens weggezet. Als Ayaan beter zou zijn geïntegreerd dan had zij meer besef gehad van de historische betekenis van artikel 23. De oud-staatssecretaris vergeet gemakshalve dat Ayaan een heldere kijk heeft op het probleem, juist omdat zij niet gebukt gaat onder dit `historisch besef'.

Volgens Ginjaar-Maas schakelt Gerrit Zalm achterstand gelijk met islam. Dat is feitelijk onjuist. Bij hem gaat de redenering er niet in dat je eerst moet segregeren voordat je kunt integreren. Op islamitische scholen zijn kinderen gevangenen van hun achterstand omdat zij worden afgezonderd van andere Nederlandse kinderen waardoor hun integratie wordt bemoeilijkt. Haar vergelijking met het katholiek onderwijs van weleer slaat de plank volledig mis omdat roomse kinderen niet te kampen hadden met een taalachterstand en integratieprobleem.

Mevrouw Ginjaar-Maas c.s. hadden deze brief aan Ayaan Hirsi Ali, Jozias van Aartsen en Gerrit Zalm moeten sturen. Zij en niet het hoofdbestuur zijn immers onze volksvertegenwoordigers. Ik hoop dat mevrouw Ginjaar-Maas aan de oproep van Zalm gehoor geeft en uit de loopgraaf van artikel 23 klimt. Achterstandskinderen zijn niet gebaat bij dogma's.

    • Egbert-Jan Schutte