Hard tegen hard in de oorlog tegen Iraks rebellen

In Irak past het Amerikaanse leger Israëlische tactieken toe tegen sunnitische opstandelingen. `Is dit Palestina of Irak?'

Net buiten het dorpje Abu Hisma, 50 kilometer ten noorden van Bagdad, staat een huisje. Althans, stond een huisje: 17 november werd het gebombardeerd door een Amerikaans gevechtsvliegtuig. De brokstukken liggen in het rond midden in een weiland. Twee koeien staan er te grazen. De opstandelingen die de woning als onderdak zouden gebruiken, zijn ontkomen.

Naar Abu Hisma hoeven ze niet te gaan. Dat plaatsje, waar voornamelijk sunnitische moslims wonen, is dezelfde dag omringd met vele rollen prikkeldraad. ,,Dit hek is er voor uw veiligheid, bij nadering of beklimming ervan zal worden geschoten'', staat geschreven op de borden die ernaast staan. De tekst is in de richting van het dorp geplaatst. Bewoners zijn door Amerikaanse militairen van speciale toegangspasjes voorzien. Ze mogen alleen naar buiten vanaf acht uur 's ochtends. Om half vijf 's middags moeten ze weer terug zijn. De Amerikanen verdenken dorpelingen van aanvallen, of hulp daarbij, op hun troepen. Daarom gaat Abu Hisma 15 uur per dag op slot.

,,We zijn gevangenen. Dit is illegaal'', klaagt de boer Moni Ali Behnud. Hij toont zijn pasje waaraan de Iraakse politieagenten bij de ingang van het dorp hem herkennen als bewoner van Abu Hisma. Kinderen, die buiten de poort wachten op een lift in een pickup naar school, dansen rond met foto's van Saddam Hussein in hun handen. Amerikaanse tanks wurmen zich door de barricades die op de toegangsweg zijn geplaatst. ,,Ze hebben zeven huizen beschadigd omdat er leuzen vóór Saddam Hussein op de muren waren geschilderd'', zegt Behnud. Een politieagent slaat de scholieren uiteen met een takkenbos.

Behnud kan zijn uien niet meer verkopen op de markt in Bagdad want dan is hij niet op tijd terug voordat het dorp dichtgaat. ,,Is dit Palestina of Irak?'', vraagt hij. ,,Zo'n muur die wij nu hebben, zijn ze daar ook aan het bouwen.''

Het afzetten van hele dorpen, bombarderen of bulldozeren van huizen, massa-arrestaties, het afsluiten van gas, water en licht en het ontwortelen van dadelplantages: in de `sunnitische driehoek' ten noorden van Bagdad gaat het hard tegen hard in de oorlog tegen de opstandelingen. Amerikaanse maatregelen kunnen iedereen treffen die wordt verdacht van aanslagen of hulp daarbij. Afgelopen week liet de hoogste Amerikaanse militair in Irak, luitenant-generaal Ricardo Sanchez, weten dat de hardere aanpak succes heeft. Het aantal aanvallen op Amerikanen is sinds twee weken gedaald van 40 tot minder dan 20 per dag.

De nieuwe tactieken lijken op die van het Israëlische leger in de bezette Palestijnse gebieden. Verscheidene Amerikaanse bladen meldden de afgelopen weken dat Israël inderdaad om advies is gevraagd over contraterreur operaties in stedelijk gebied. In Abu Hisma denken de Amerikaanse soldaten dat de nieuwe tactieken werken. ,,Met een flinke dosis angst en geweld, en veel geld voor projecten, denk ik dat we deze mensen ervan kunnen overtuigen dat we hier zijn om ze te helpen'', verklaarde een Amerikaanse bataljonscommandant in Abu Hisma tegen de New York Times.

In de stad Tikrit, in het hart van de sunnitische driehoek, zijn de afgelopen maand twaalf woningen van familieleden van een rebel vernield om hem onder druk te zetten zich over te geven. Metershoge betonnen afscheidingen en Amerikanen met de vinger aan de trekker bepalen hier het straatbeeld. Legervrachtwagens rijden rond met enorme rollen prikkeldraad in de laadbakken. Ahmed Abud uit Bagdad is op zoek naar zijn zwager uit het stadje Baquba. Hij is opgepakt door het Amerikaanse leger na een aanslag op soldaten aldaar. De zwager was gewond aan zijn voet, maar had volgens Abud niets met de aanslag te maken. ,,Ze zeggen in Baquba dat ze hem hierheen hebben gebracht maar geen van de Amerikanen wil me informatie geven over zijn lot'', zegt Abud. De meeste arrestanten verdwijnen voor lange tijd.

Aan de lantarenpalen in Tikrit hangen lichtbakken met afbeeldingen van bloemen erop. ,,Laten we een nieuwe start maken'', staat erop. De bakken zijn opgehangen door de Amerikanen. Ze hangen naast de lege lijsten waarin niet zo lang geleden portretten van Saddam Hussein zaten.

Ongeveer 30 kilometer ten zuiden van Tikrit ligt het plaatsje Dur, geboorteplaats van Saddams tweede man, Izzat Ibrahim al-Duri. Na de oorlog veranderde Dur in een verzetshaard. Konvooien die Dur passeerden, werden 's nachts vaak beschoten. Dat hield op toen bulldozers de woning van Sadi Kareem Naman met de grond gelijk maakten. ,,Anderen werden eerst een keer gewaarschuwd, maar mijn woning ging direct plat'', klaagt hij. De afdrukken van rupsbanden staan nog op het puin. ,,Orders zijn orders'', zeiden de soldaten.'' Naman ging verhaal halen bij de lokale gouverneur. De Amerikaanse bevelhebber die er toevallig was vertelde dat Naman blij mocht zijn dat hij zelf niet was opgepakt. ,,Ik heb geluk gehad'', echoot Naman.

Voor hem is het een zekerheid dat de Amerikanen samenwerken met de Israëliërs. ,,Hun wapens zijn hetzelfde, hun geweren lijken op elkaar, zelfs hun zonnebrillen zijn hetzelfde: natuurlijk hebben ze dezelfde tactieken'', zegt hij beslist. Volgens hem maakt het harde Amerikaanse optreden de bewoners van de sunnitische driehoek alleen maar kwader. ,,In de tijd van Saddam duwde niemand geweren in ons gezicht'', zegt hij. ,,Als de Amerikanen een jihad willen dan kunnen ze hem krijgen.''