`Er heerst angst, heel veel angst'

Sinds de jacht op moslim-extremisten na `11 september' is ingezet, voelen veel Amerikaanse moslims zich bedreigd.

De eerste decembersneeuw in Nebraska is met zo'n overdaad uit de grijze hemel komen vallen dat het middaggebed in de moskee van imam Ahmed Alzaree door slechts één man wordt bijgewoond. Die woont dichtbij; alle andere moslims die hier dagelijks hun geloof belijden komen van ver en hebben de gladde wegen naar het vierkante gebouwtje in een buitenwijk van Omaha niet getrotseerd. ,,Normaal gesproken staan de auto's hier rijen dik – dan klagen de buren'', verzekert imam Alzaree.

De moslimgemeenschap van Omaha, in het midden-westen van de Verenigde Staten, is bescheiden, maar actief. Ze telt 3.000 zielen en groeit. Na de aanslagen van 11 september 2001 zijn meer Arabische Amerikanen uitgekomen voor hun religieuze overtuiging. ,,De negatieve berichtgeving over de islam heeft veel mensen aangezet een keuze te maken'', zegt Alzaree.

Ironisch genoeg heeft de in Egypte opgegroeide Alzaree zijn komst naar de Verenigde Staten te danken aan de aanslagen. ,,Er was opeens behoefte aan nieuwe imams.'' Veel religieuze leiders zijn na de aanslagen en de anti-islamitische reactie die daarop volgde met de schrik in de benen vertrokken of hielden zich stil. Anderen, zoals Alzaree, namen hun plaats in. ,,Mijn vrienden verklaarde mij voor gek; `waarom ga je uitgerekend nu naar Amerika' vroegen ze. En `de VS voeren een oorlog tegen de islam'. Dat waren praatjes. Voor mij was het een kans.''

Alzaree liet zijn baard afscheren, stak zich in een pak en onderstreepte bij het Amerikaanse consulaat in Kairo zijn intellectuele capaciteiten: hij heeft ook een medische graad. Zo belandde hij een paar maanden na de aanslagen in Omaha. ,,Nu heb ik een baan, een huis, ik studeer weer medicijnen en mijn vrouw en kinderen zijn hier inmiddels ook. Hier hebben we een toekomst'', zegt hij opgetogen. Imam Alzaree gaat zijn Amerikaanse droom waarmaken.

Dat klinkt misschien merkwaardig in een land waar de angst voor het moslim-extremisme bezit heeft genomen van een groot deel van de bevolking. Maar het illustreert de complexe tegenstrijdigheden waar veel Arabische en/of islamitische Amerikanen mee te maken hebben. De meeste van de pakweg 1,2 miljoen Arabische Amerikanen zijn naar de VS gekomen uit economische overwegingen. Velen zijn de afgelopen twee jaar tot de ontdekking gekomen dat zij veel harder moeten vechten voor hun succes dan hun blanke gastheren.

,,Imam Alzaree leeft in een afgeschermde wereld'', zegt Ibrahim Pastuszak, voorzitter van het Islamic Center of Omaha. ,,Als imam ondervindt hij weinig problemen.'' Pastuszak is ,,een geval apart'', zegt hij zelf. Hij is een blanke, van huis uit rooms-katholieke Amerikaan die zich negen jaar geleden heeft bekeerd tot de islam. Hij werkt op de nabijgelegen luchtmachtbasis Offutt, waar president Bush kwam schuilen toen de aanslagen in 2001 hem dwongen uit Washington te blijven.

,,Mijn hart smolt bij het lezen van de Koran'', zegt Pastuszak over het moment van inzicht. Hij veranderde zijn naam, verloor er wat vrienden mee, maar is sindsdien ,,in evenwicht''. Het heeft hem een unieke blik in twee werelden verschaft. Maar wat hij daar ziet, stemt hem niet vrolijk. ,,De situatie van moslims in Amerika is tragisch'', zegt hij. ,,Er heerst angst, heel veel angst. Angst om in de problemen te raken, om met extremisme te worden geassocieerd en om het land te worden uitgezet.''

Het probleem, zegt Pastuszak, ligt niet zozeer bij de bevolking. Die is overwegend religieus georiënteerd in Nebraska en zou om die reden andere vormen van geloof juist gunstig gezind zijn. ,,De grootste bron van narigheid is het ministerie van Justitie.'' Dat heeft zich met de introductie van de Patriot Act verregaande bevoegdheden toegeëigend om van terreur verdachte lieden, maar uiteindelijk willekeurig wie, op te sporen en af te luisteren. ,,Amerika lijkt steeds meer op de wereld die veel migranten met opzet hebben vergelaten. De behoefte aan veiligheid vind ik heel begrijpelijk, maar we zijn erin doorgeschoten.''

Advocaat Amy Peck gaat dagelijks het gevecht aan met de excessen. Ze is gespecialiseerd in immigratiezaken en ze heeft sinds de aanslagen en de daarop volgende klopjacht op mogelijke terroristen veel moslim-migranten bijgestaan om te voorkomen dat ze het land zouden worden uitgezet. Peck heeft geen goed woord voor de immigratierechters en de ambtenaren van het ministerie van Binnenlandse Veiligheid (Homeland Security). De mensen bij het immigratiebureau noemt ze `deur-nazi's', die erop uit zijn zo veel mogelijk immigranten buiten te houden. ,,Zij moeten het beleid uitvoeren, maar daartoe zijn ze totaal niet toegerust. En dat resulteert in talloze blunders met grote gevolgen voor de betrokkenen.''

Peck is woedend. Hoe meer onrecht hoe harder ze werkt. De afgelopen twee jaar heeft ze veel overuren gemaakt. ,,Rechters hebben tegenover mij off the record wel eens toegegeven dat ze zich onder druk gezet voelen door Justitie. Ze zijn bang dat ze ter verantwoording worden geroepen wanneer blijkt dat ze een mogelijke terrorist hebben laten lopen. Daarom zetten ze het liefst iedereen over de grens. Maar als die mensen banden zouden hebben met terreur dan laat je ze toch niet vertrekken?''

De in Libanon geboren Rahib Haddad woonde al meer dan 20 jaar in de VS toen hij in juli na een half jaar detentie samen met zijn vrouw en kinderen werd gedeporteerd. Hij zou met zijn liefdadigheidsorganisatie geld hebben doorgesluisd naar terroristische groepenin het Midden-Oosten. Bewijzen werden er niet gegeven, maar Rahib moest vertrekken. Zijn broer Bassim, die in Omaha woont en werkzaam is als IT-ingenieur, ziet het land waar zijn kinderen zijn geboren en naar school gaan steeds meer als een politiestaat. ,,Niet zo erg als in Syrië, maar de angst is alom tegenwoordig'', zegt hij. Ook hij is door de federale recherche (FBI) ondervraagd en hij maakt zich nog steeds zorgen over zijn toekomst.

Maar anders dan veel van zijn Arabisch-Amerikaanse vrienden is Bassim Haddad niet bang zijn mening te verkondigen tegenover iedereen die het maar horen wil. ,,Ze vinden het onverstandig, maar ik doe niets wat niet mag'', zegt hij. ,,Integendeel, ik geloof dat we veel vaker onze stem moeten laten horen. Vrijwel iedere bevolkingsgroep in Amerika is op een goed moment gediscrimineerd. Uit die situatie hebben de meeste Amerikanen zich ontworsteld door op te komen voor hun zaak. Wij Arabische Amerikanen lopen ver achter op dat punt.''

    • Floris-Jan van Luyn