Een tijdelijk permanentje

Vlaggen uit in Kappersland: het lage BTW-tarief voor de branche blijft voorlopig gehandhaafd. Eurocommissaris Bolkestein gaf deze week zijn verzet op, zodat in Nederland kappers op aandringen van minister Zalm blijven vallen onder het tarief van 6 procent in plaats van het hoge tarief van 19 procent dat tot 2000 gold.

Behoud van werkgelegenheid en het indammen van het zwarte circuit waren voor kappers reden om aan te dringen op het lage tarief. Heeft het geholpen?

Nee, en het zal ook nooit helpen. Dat zit zo: Kappers hebben last van de zogenoemde Wet van Baumol. Knippen, wassen en watergolven zijn arbeidsintensief, en efficiencywinst is er moeilijk te behalen. Vergelijk het met het bekende symfonieorkest dat de Vijfde van Beethoven niet efficiënter kan spelen dan vroeger. Aangezien in de rest van de economie die productiviteitswinst vaak wel te behalen valt, zullen activiteiten die onder Baumol vallen, dus structureel bovengemiddeld in prijs stijgen. Dertig jaar geleden was de aanschaf van een kleurentelevisie vergelijkbaar met pakweg vijftig maal naar de kapper gaan. Nu kan je voor de prijs van een vergelijkbare kleurentelevisie nog maar een keer of tien.

Deze ontwikkeling is onomkeerbaar. En de kappersbranche werkt zelf ook niet echt mee. In 1998 steeg de prijs bij de gemiddelde dameskapsalon volgens het CBS met 2,8 procent. In 1999 was dat 7,3 procent. Maar wat gebeurde er in 2000? Toen had het verlaagde BTW-tarief ruim 11 procent van de prijs af moeten schaven. Uitgaande van de loongolf van die tijd die de loonkosten opjoeg, had er toch een procent of 5 van de tarieven afgemogen. Maar de dameskappers gingen maar 1,7 procent in prijs omlaag. Dat is niet alles: in 2001 haalden ze schade in met een prijsstijging van 5,2 procent, gevolgd door een prijsstijging van 5,7 procent in 2002. En dit jaar komen ze naar verwachting uit op ruim 6 procent. Voor heren- en kinderkappers zijn deze cijfers nóg ongunstiger. Tussen 1995 en nu werden dameskappers 36 procent duurder, herenkappers 41 procent.

De BTW-verlaging heeft dus een ietsje geholpen maar is voor het overige – om het vriendelijk te stellen – verdampt. De werking is bovendien tijdelijk. Om het Baumol-effect duurzaam te compenseren zou de BTW voortdurend moeten worden verlaagd. Tot onder het nultarief? Dat heet `subsidie' en is precies wat er gaandeweg met bijvoorbeeld de podiumkunsten is gebeurd.

Bij kappers is dat natuurlijk ondenkbaar. Ze worden verhoudingsgewijs duurder, en dat is een wetmatigheid waar weinig tegen helpt. Zonde dat minister Zalm in Brussel duur politiek wisselgeld verspeelt aan zo'n onnozele zaak.

    • Maarten Schinkel