De Turkse kwestie

Van Ben Bot, de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken die vorige week is aangetreden, wordt gezegd dat hij een warm voorstander is van Turkse toetreding tot de Europese Unie. Met dat standpunt zal hij het nog lastig krijgen. In het kabinet is een toenemend aantal ministers afwijzend over een Turks EU-lidmaatschap en de Tweede Kamer is evenmin erg toeschietelijk. In een motie die vorige maand werd aangenomen spreekt de Kamer zich uit tegen het vaststellen van een aanvangsdatum voor onderhandelingen met Turkije.

Het duurt nog even voordat de kwestie actueel wordt, uiterlijk over een jaar moet de EU besluiten of het in 2005 onderhandelingen begint met Turkije of niet. Na de recente aanslagen in Istanbul bepleitten voorstanders om Turkije zo snel mogelijk in de EU op te nemen. Tegenstanders waarschuwden dat met Turkse toetreding het islamitisch terrorisme binnen de grenzen van Europa wordt gehaald. Hoort Turkije in de Europese Unie? Voorstanders vinden dat er geen argumenten zijn om de Turkse aanvraag die al sinds de jaren zestig in Brussel ligt, nog langer op de stapel onbeantwoorde post te laten liggen. Dit argument kan ook worden omgedraaid: als de EU er al veertig jaar ongemakkelijk omheen draait, is er kennelijk meer aan de hand. Turkije is geen Malta of Letland.

De atlas laat zien dat Turkije geen vanzelfsprekendheid is. Ook als de historische en sociaal-culturele vraag of Klein-Azië al dan niet tot `Europa' behoort vermeden wordt, kan worden vastgesteld dat de grens van Europa níet ligt bij Georgië, Armenië, Iran, Irak en Syrië. Het is meer dan een geografisch gegeven dat het grootste deel van het Turkse grondgebied aan de andere kant van de Bosporus ligt. De scheiding tussen het Oost- en West- Romeinse rijk, of tussen het Habsburgse en Ottomaanse rijk, lag zelfs aanzienlijk verder naar het westen.

De tweede kritische overweging is de demografie. Als Turkije over tien jaar zou toetreden, zou het in één keer het land met het grootste aantal inwoners in de EU zijn, meer dan Duitsland en meer dan alle tien nieuwe toetreders bij elkaar. Het zou aanspraak maken op de grootste fractie in het Europarlement en een zwaar stemgewicht in de Europese raad. De ruzie die er op het ogenblik woedt tussen Spanje en Polen enerzijds en Duitsland anderzijds over de herziening van het stemgewicht, toont hoe gevoelig dat ligt. Een nieuwkomer meteen de zwaarste stem geven in een bestaande club is geen goed idee.

Bij de beoordeling van een Turks lidmaatschap wordt gebruik gemaakt van de zogenoemde Kopenhagen-criteria. Deze criteria zijn opgesteld in 1993 en behelzen hoofdzakelijk politieke, humanitaire en democratische voorwaarden waaraan Turkije moet voldoen. Turkije heeft de afgelopen jaren onmiskenbare vooruitgang geboekt erkenning van de rechten van de Koerden, afschaffing van de doodstraf, terugdringing van de invloed van de strijdkrachten, en meer. Dat valt allemaal toe te juichen en zónder deze democratisch-humanitaire verbeteringen zou de EU het gemakkelijk hebben: afwijzing. Er is in Turkije weliswaar een islamitische partij aan de macht gekomen, maar die streeft naar een modern democratisch bestuur. Nederland heeft bijna een eeuw lang nagenoeg permanent christen-democratische partijen in de regering.

Maar de Kopenhagen-criteria gaan niet over ijkpunten die van minstens even groot belang zijn voor toetreding. Namelijk financiële en economische prestaties. Met Turkije zou de EU zich een vaste klant van het Internationale Monetaire Fonds in de gelederen halen. De problemen met inflatie en begrotingstekorten zijn chronisch. Behalve de toerismesector heeft de economische structuur niet veel te bieden en zal hervorming zeer veel kosten. De Turkse munt is met anderhalf miljoen voor één euro niet bepaald hard te noemen. Het inkomen van 2.500 dollar per hoofd van de bevolking (2002, ontleend aan de Wereldbank) is lager dan dat van de tien nieuwe toetredingslanden en ongeveer een tiende van het EU-gemiddelde. Een arme kleine economie opnemen in de rijke Europese Unie is niet zo'n probleem, een land van ruim tachtig miljoen mensen neemt Brussel niet even onder de arm mee.

Turkije is een NAVO-bondgenoot en voorstanders van toetreding zien hierin een argument om de terughoudendheid van de EU te doorbreken. Maar dit is een drogargument: Canada, Noorwegen en IJsland zijn ook geen lid van de EU en wel van de NAVO. De strategische geopolitieke ligging van Turkije is de reden dat de Verenigde Staten al jaren een schaamteloze lobby voor Turkije voeren. Maar Amerika beslist niet welk land toetreedt tot de EU met meer recht zouden Europese regeringsleiders er in Washington op kunnen aandringen dat Puerto Rico eindelijk de 51ste staat wordt en dat Mexico toetreedt tot de VS.

Intern is Europa verdeeld. De Franse oud-president Giscard d'Estaing, voorzitter van de Europese conventie over de grondwet, heeft gezegd dat Turkse toetreding het einde van het verenigde Europa zou betekenen reden waarom de Britten er juist voorstanders van zijn. De wens van sommige landen (waaronder Nederland) om in het ontwerp van de grondwet op te nemen dat Europa gebaseerd is op joods-christelijke tradities, heeft mede als implicatie dat islamitische landen lees Turkije buiten de deur gehouden worden.

Veertig jaar hebben de Europese landen Turkije aan het lijntje gehouden omdat men dacht dat het niet zo'n vaart zou lopen. Die tijd is voorbij. De Europese leiders moeten de moed tonen om hardop te zeggen wat ze denken. Turkije is een goede buur, de politieke hervormingen die er plaatsvinden zijn toe te juichen, de voorbeeldfunctie van een democratisch islamitisch land is van eminent belang, speciale betrekkingen en handelsakkoorden met een Turks blok dat ook delen van de Kaukasus omvat, zijn welkom. Maar lidmaatschap van de EU is een stap te ver.

rjanssen@nrc.nl