`Contracten politieke provocatie'

Jeffrey Schott, gezaghebbend expert, hekelt de jongste aanbesteding voor Irak. ,,Dit is wraakzucht.''

,,De Wereldhandelsorganisatie is het geringste probleem. Veel belangrijker is de politieke provocatie die dit betekent. Het uitzonderen en discrimineren van bondgenoten die we nodig blijven houden is per saldo niet in het Amerikaanse belang. Dát is waar het hier om gaat.''

Dat zegt Jeffrey Schott, een Amerikaanse handelsdeskundige met een lange staat van dienst binnen en buiten de overheid. Hij is nu senior fellow aan het Institute for International Economics in Washington. Schott heeft veel gepubliceerd over sancties in het internationale handelsverkeer.

Volgens Schott had president Bush door het opheffen van de staaltarieven juist een signaal gegeven dat hij samenwerking met de Europese bondgenoten op prijs stelt. ,,Deze nieuwe maatregelen kunnen betreurenswaardige consequenties hebben voor de transatlantische betrekkingen. Het is op zijn minst onhandig.''

Hoewel juristen ieder standpunt kunnen verdedigen, zoals hij zegt, ziet Schott geen sterke zaak weggelegd voor landen die willen betogen dat deze aanbesteding met uitsluiting van bepaalde landen in strijd is met WTO-regels. Irak is geen lid van de WTO en deze contracten zullen lopen via de Voorlopige Bestuursraad voor Irak.

Bovendien hoeft het Pentagon zich alleen te houden aan de regels van het Agreement on Government Procurement van de WTO in een aantal strikt omschreven gevallen. Daar hoort de wederopbouw van Irak niet bij. Het is volgens Schott dan ook onnodig een beroep te doen op de `nationale veiligheid', zoals het Pentagon deed.

Wonderlijk genoeg werd die belangrijke door onderminister Wolfowitz gegeven reden voor het uitsluiten van de niet-helpende naties onderuitgehaald door de instantie die het meest weet van internationale handel: het bureau van de Amerikaanse Handelsvertegenwoordiger (USTR). Robert Zoellick liet het aan zijn medewerkers over om betrekkelijk scherpe pijlen richting Pentagon af te schieten.

Het gebruik van het nationale veiligheidsargument was niet terecht, aldus Zoellick. In het vooroverleg was zelfs afgesproken dat het niet zou worden gebruikt, zo bericht de Financial Times vandaag. Volgens de woordvoerder van Zoellick vallen deze Irak-contracten niet onder WTO-regels en hoeft het Pentagon formeel geen excuus aan te voeren. Overigens is de USTR verre van gelukkig met de nieuwe wrijving met Europa.

Jeffery Schott vermoedt dat de USTR op het beslissende moment niet is gekend in de tekst waarmee onderminister Wolfowitz naar buiten is getreden. Hij wijst erop dat nadat het staalprobleem is opgelost, een potentieel groter conflict resteert. Dat heeft betrekking op fiscaal voordelige buitenlandse vestigingen. Europa vecht dat belastingvoordeel voor Amerikaanse bedrijven al jaren aan, heeft van de WTO gelijk gekregen en mag vanaf maart strafmaatregelen treffen tot een bedrag van 4 miljard dollar.

,,Die discussie wordt bepaald niet makkelijker gemaakt door dit optreden'', aldus Schott. Hij ziet in deze uitsluiting van `belangrijke bondgenoten en economische partners' geen uiting van een bijzondere opvatting over handelspolitiek bij de neoconservatieven. ,,Het is een uiting van aanhoudende wraakzucht die niets te maken heeft met handelspolitiek.''

Of het Witte Huis is geschrokken van de negatieve reacties op het Wolfowitz-memo is nog niet te zeggen. De president heeft zijn tegenspelers in Parijs, Berlijn en Moskou gisteren naar verluidt opgebeld en beloofd dat hij `de communicatielijnen open zou houden' over de vraag wie wel en wie niet zou mogen bieden op de contracten. Dat was ook wel het minste dat hij kon doen op het moment dat hij met de pet rondgaat bij die zelfde leiders. Misschien was de opschorting van de aanbesteding toch iets meer dan een technische kiezelsteen op de weg.

IRAK: pagina 15

    • Marc Chavannes