Arnold

Na alles wat ik erover gehoord had, had ik niet meer verwacht dat de documentaire Capturing the Friedmans na het IDFA nu ook in de bioscoop te zien – nog zo'n verpletterende indruk op me zou maken.

Aan het einde van de film weet je nog even weinig als aan het begin, hadden sceptici me gezegd. En dat is ook zo. Maar juist mede daardoor blijft die film nog een poosje in je kop rondspoken. Als kijker probeer je tevergeefs je gevoel van machteloosheid te overwinnen.

Want wat is er precies gebeurd in dat gezin? Was Arnold, de vader, het monster dat de omgeving en justitie van hem maakten? Was zijn jongste zoon Jesse geen haar beter? Of zijn beiden het slachtoffer geworden van massahysterie bij publiek en justitie?

De documentaire gaat over het gezin Friedman, in de jaren tachtig wonend in het welvarende plaatsje Great Neck op Long Island. Vader is een gerespecteerd ex-leraar, getrouwd met Elaine, en ze hebben drie kinderen: David, Seth en Jesse. Op de vele bewaard gebleven filmpjes lijkt het een gelukkig gezin, maar dat is schijn. Het huwelijk is slecht en vader Arnold blijkt een verzamelaar van kinderporno.

De politie vindt de porno en beweert dat er nog veel meer aan de hand is: Arnold en zijn jongste zoon Jesse zouden op grote schaal kinderen uit de omgeving hebben misbruikt. Ze krijgen zware gevangenisstraffen, Arnold pleegt zelfmoord in de gevangenis. David, de oudste zoon, vertelt het hele verhaal aan filmer Andrew Jarecki. Hij gelooft in de onschuld van vader en broer en hoopt op deze manier rehabilitatie te bereiken.

Bereikt hij die ook? Jarecki houdt zich in interviews op de vlakte, hij wil geen partij kiezen. Mijn vermoeden is dat Jarecki steeds meer is gaan twijfelen aan de onschuld van de vader.

Misschien is dat projectie, want zelf kreeg ik gaandeweg steeds meer moeite met Arnold. Tot halverwege de film zat ik met een Oude Pekela-achtig déjà vu-gevoel te kijken. Ik heb me destijds als verslaggever in die zedenzaak verdiept en ben ervan overtuigd geraakt dat daar zo goed als niets is gebeurd. Je zag er bij de betrokkenen dezelfde massapsychotische verschijnselen als in Great Neck.

Maar in deze film blijkt steeds meer dat er met de hoofdpersoon, vader Arnold, wel degelijk iets hevig mis is. Als hij al geen kinderen in Great Neck heeft misbruikt, dan heeft hij vermoedelijk eerder wél zoiets gedaan. Een advocaat die hem in de gevangenis bezocht, vertelt dat Arnold op zeker moment aan een ander tafeltje wilde gaan zitten. Er zat een 4-jarig kind in de buurt dat hem te veel opwond.

Dat was voor mij min of meer een keerpunt in de film. Het leek opeens niet meer zo erg dat Arnold voor vele jaren uit de samenleving was verwijderd.

Tegelijk, en dat is het verwarrende, wekt Arnold een diep medelijden op. Daar zit hij, gevangene van een verknipt brein. Iedereen wil iets van hem. De een (justitie) wil zijn schuld bewijzen, de ander (zijn oudste zoon) zijn onschuld. Zijn vrouw haat hem. Arnold zwijgt praktisch de hele film. Hij is de enige die weet wat er precies gebeurd is, maar hij kan het niemand vertellen.

Arnold Friedman, de vleesgeworden verlatenheid.

    • Frits Abrahams