Ander tracé voor tunnel is goed voor Delft

Sinds de strijd over de hogesnelheidslijn (HSL) en Betuweroute lijkt de periode van de `grootse' projecten in Nederland nu definitief voorbij. HSL-Oost en Noordtak Betuweroute waren al afgevoerd door een zijdeur, en dat dreigt nu ook met de Delftse spoortunnel te gebeuren.

Het plan voor de Delftse tunnel, waarover de Tweede Kamer volgende week een beslissing neemt, loopt met ruim 500 miljoen euro fors in de papieren. Voor zeven maal dat bedrag ligt er een complete HSL van Amsterdam naar België.

Kan het ook anders, zonder dat er ingeboet wordt op de stedelijke kwaliteit die de Spaanse stedebouwkundige Joan Busquets voor ogen heeft in zijn Delftse `Masterplan'?

In een Trechterplan zijn vorig jaar een handvol alternatieven voor tunnel en station verkend. Dertien varianten met een verscheidenheid aan combinaties van lange en korte tunnels, oost- of west-positie, diepteligging, situering van het station en bouwtechniek, waar de kansrijke opties vanzelf uit zouden moeten rollen.

Risico van trechtering is dat al vrij snel alternatieven afvallen die achteraf toch kansrijk zijn. Want omstandigheden en zienswijzen kunnen veranderen.

In het Delftse `trechterproces' is net zo lang gezeefd totdat de lange tunnel ten oosten van het huidige station uiteindelijk overgebleven is. Bestudering van de trechternotities leert wel dat het proces van objectieve argumentatie en verificatie zacht gezegd niet de `schoonheidsprijs' verdient. Het is in grote stappen snel thuis.

Enerzijds betreft dat de keuze van de droge (wand-dak) bouwmethode. Gesteld wordt dat het waterrijke Delft droog onder de bodem is door de diepe bemaling van fabriek Gist-Brocades. Toch doet de opvallend grote post onvoorzien enige angst bevroeden voor het echec van een ook zo droogbedoelde Haagse tramtunnel.

Belangrijker is echter de gemeentelijke tracékeuze oostelijk van het monumentale station dat een fors litteken geeft in het stedelijk weefsel dat opgevuld wordt met een nieuw station voor bus, tram en trein, de sloop en herbouw van woningen en kantoren en de herinrichting van de openbare ruimte. Is dat alles wel nodig?

Bij een alternatief tracé ten westen van het station is dit allemaal niet noodzakelijk omdat het oude spoor zoveel mogelijk gevolgd wordt. Deze extra's zijn nog altijd inpasbaar in een later stadium, bijvoorbeeld pas na 2010 wanneer mogelijk meer zicht is op extra geld. Met een stap-voor-stap-benadering komt men er ook.

Soms zijn tunnelkosten mede te financieren uit de opbrengsten van datgene wat er op het dak van de tunnel gebouwd wordt. Vaker valt het tegen, en lekt meer geld juist de andere kant uit. De bekende win-win-situatie van de lamme en de blinde die elkaar helpen, mislukt dan omdat de blinde op de rug van de lamme klimt.

Aan de andere kant lijken de vier grote steden zich beter aan het Haagse vuur te warmen dan de kleinere steden met hun roep om tunnels. Luxe speelgoed is natuurlijk ook gemakkelijker te weigeren aan de kleintjes, maar helemaal afschepen kan ook niet altijd, en zeker niet als er zich een interessante aanbieding voordoet.

Ir. Willem Bos is zelfstandig adviseur van Bosvariant.