Amerika's haviken vliegen weer uit

De Amerikaanse `strafmaatregel' inzake Irak kan geen verrassing zijn voor het anti-oorlogskamp. Maar de regering-Bush kan zichzelf er ook mee straffen.

Net nu het iets beter leek te gaan tussen Europa en Amerika na hun ruzie over `Irak', vlogen de haviken van het Pentagon eergisteren weer klapwiekend uit: onder leiding van plaatsvervangend minister van Defensie en hardliner Wolfowitz maakte de Amerikaanse regering bekend dat landen als Duitsland, Frankrijk, Rusland en Canada niet mogen meedingen naar contracten voor de wederopbouw van Irak. Alleen bedrijven uit landen die de VS steunden in Irak of nu een bijdrage leveren aan de stabilisatie daar, mogen meedingen. Het gaat om 63 landen die mogen meepikken uit een ruif van 18,6 miljard dollar.

Duitsland, Frankrijk, Rusland en Canada reageerden heftig. Berlijn noemde de maatregel ,,onacceptabel''. Frankrijk en de Europese Unie stelden vragen bij de rechtmatigheid. Rusland kondigde aan zich harder op te stellen over de kwijtschelding van Iraks schuld. En Canada dreigde zijn hulp aan Irak stop te zetten.

De regering-Bush rijt hiermee de nauwelijks geheelde wond over Irak weer open, al is de exacte schade nog moeilijk te peilen. Belangrijk: het gaat hier anders dan bij minister van Defensie Rumsfelds schadelijke uithaal over `Oud Europa' uit februari niet om a-politiek heupvuur, maar om doelgericht beleid. Daarbij was ook het doorgaans gematigder State Department betrokken.

Al in april van dit jaar beraadslaagden Amerikaanse regeringsfunctionarissen, onder wie Wolfowitz, over strafmaatregelen tegen Frankrijk wegens de Irak-crisis. De relatief milde minister van Buitenlandse Zaken Powell zei dat Frankrijk de gevolgen zou moeten dragen. Bush' veiligheidsadviseur Rice omschreef volgens Amerikaanse media het beleid binnenskamers zo: ,,Frankrijk straffen, Duitsland negeren en Rusland vergeven''.

Deze wraakzuchtige woorden verdwenen naar de achtergrond toen de VS grotere problemen bij de wederopbouw van Irak kregen dan verwacht. De regering-Bush probeerde de afgelopen maanden meer Europese steun voor haar bezetting in Irak te krijgen, politiek, financieel en militair. De opbrengst was voor de VS teleurstellend. Achter een façade van vriendelijkheid op leidersniveau bleven grote verschillen, in wereldbeeld en bereidheid tot multilateraal opereren, én wederzijds wantrouwen bestaan.

Europa rekende zich vorige week eventjes rijk toen de vergaderingen van de ministers Rumsfeld en Powell met hun NAVO-collega's goed verliepen. Beiden lieten zich mild uit over Europese plannen voor een eigen militaire planningscapaciteit, ook al was dat mogelijk wisselgeld om meer Europese troepen te krijgen voor Irak en Afghanistan. Toen Bush ook een einde maakte aan de door Europa gelaakte heffingen op geïmporteerd staal, ontstond in sommige hoofdsteden de indruk dat beide zijden nu echt probeerden constructiever te opereren. Was het niet Rumsfeld die tegen zijn NAVO-collega's zei: ,,Misschien moeten we proberen de communicatie beter te doen''.

Dat is nu in Europese ogen nog niet gelukt. Diep gewortelde reflexen aan Amerikaanse kant slijten niet zo snel weg, ondervindt Europa. Maar werkelijk verrassend kan dat na de eerdere Amerikaanse uitspraken van dit jaar niet zijn.

Bush steunde het beleid gisteren. De ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie spraken sussende woorden. Rumsfelds stafchef Di Rita zei dat niemand de bedoeling had om wie dan ook te straffen, maar eerder om landen aan te moedigen deel te nemen aan de coalitie in Irak.

Bush telefoneerde gisteren met zijn collega's in Frankrijk, Duitsland en Rusland over een bezoek van zijn gezant voor de kwijtschelding van Iraks schulden, oud-minister Baker. In dit volgens zijn woordvoerder al eerder geplande gesprek kwam ook de `strafmaatregel' ter sprake. Of de welwillendheid van de drie landen nu is toegenomen om Amerika te helpen bij kwijtschelding van Iraks schulden is zeer onzeker. Het is bovendien de vraag of de Amerikaanse houding verstandig is voor een regering, die de komende maanden in Irak de politieke, financiële en militaire steun van de grote landen meer dan nodig heeft om alles in veilige banen te leiden. Wie zulke steun wil, moet ook goodwill kweken. Dat inzicht bestaat kennelijk nog niet in Washington.

    • Robert van de Roer