ABN Amro `met zorgen' in pijpleiding

ABN Amro heeft na lang wikken en wegen besloten deel te nemen aan een controversieel project in de Kaukasus, maar houdt `zorgen' om de risico's die eraan kleven. Dat bleek gisteren tijdens een bijeenkomst van de bank over `duurzaamheid'.

ABN Amro is een van de vier banken die ten behoeve van de aanleg van een 1.760 kilometer lange oliepijpleiding van Azerbajdzjan via Georgië naar Turkije een deel van de financiering regelen. De andere drie banken zijn Citigroup, Société Générale en het Japanse Mizuho. De vier leiden de uitgifte van een 1,2 miljard dollar (985 miljoen euro) grote lening, waaraan ze ook zelf deelnemen. ABN Amro wil niet zeggen hoeveel de bank in het project steekt, maar naar schatting betalen de achttien deelnemende banken, waaronder ook ING, elk een bedrag tussen de 50 en 100 miljoen dollar.

Het totale project, waarbij het Britse energieconcern BP een consortium van bedrijven aanvoert, is begroot op 3,6 miljard dollar. Ook de Wereldbank en de Europese Bank voor Reconstructie en Ontwikkeling (van Oost-Europa en Centraal-Azië – EBRD) nemen deel aan het project voor ontsluiting van de olie in de Kaspische Zee.

Herman Mulder, co-hoofd van de afdeling Group Risk Management van ABN Amro, zei gisteren dat het project tot driemaal toe is voorgelegd aan een speciale commissie bij de bank die risicovolle zaken moet beoordelen. De voordelen bleken uiteindelijk groter dan de nadelen, aldus Mulder, maar ,,we blijven wezenlijke zorgen houden op een aantal punten''. De zorgen gelden met name het gevaar van aardbevingen en terroristische aanslagen.

Paul de Clerck, die zich namens de niet-gouvernementele organisatie Milieudefensie bezighoudt met het omstreden project, bevestigt de kwetsbaarheid van de pijpleiding. Milieudefensie heeft lang campagne gevoerd tegen de aanleg ervan en daar ook verschillende keren met ABN Amro over gesproken. De organisatie vreest onder meer vervuiling van een uniek natuurgebied in Georgië en besmetting van natuurlijke waterbronnen die worden gebruikt voor de productie van mineraalwater, een belangrijk exportartikel.

Volgens de deskundige van Milieudefensie is ten behoeve van de aanleg van de pijpleiding in het natuurgebied de nationale wetgeving in Georgië ,,buitenspel gezet''. In dat kader heeft het Wereldnatuurfonds een rechtszaak aangespannen tegen consortiumleider BP. De Clerck hekelt ook de rol van de financiers. ,,Het project gaat in tegen de principes van de Wereldbank zelf en tegen de Equator Principles'', een zelfopgelegde gedragslijn van de bancaire sector.

Milieudefensie betreurt de beslissing van ABN Amro, maar is niet ontevreden over het contact met de bank over deze en andere kwesties. ,,Ze staan open voor onze kritiek en ik denk wel dat we serieus zijn genomen. Toen we wegens een ander project bij ING waren, kregen we de indruk dat ze zo snel mogelijk van ons af wilden zijn.''

Bestuurslid Joost Kuiper van ABN Amro zei gisteren dat de bank een ,,steeds intiemere relatie onderhoudt met niet-gouvernementele organisaties'' in het kader van haar duurzaamheidsbeleid. De bank wil medio volgend jaar voor het eerst hiervan verslag doen. Onderdeel zal een verklaring zijn van een externe accountant over de juistheid van de gegevens. Bij de bank is men er nog niet over uit of `huisaccountant' Ernst & Young deze opdracht moet krijgen.