Zuinig geleefd, rijk gestorven

In Rotterdam wordt de 100ste geboortedag van de schilder Dolf Henkes met vier tentoonstellingen en een boek herdacht. Dat Rotterdam zo breed kon uitpakken is te danken aan het kapitaal dat de kunstenaar zelf naliet.

De schilder Dolf Henkes (1903-1989) stond bekend om zijn extreme zuinigheid. Ik denk niet dat hij ooit een bewijs voor het lokale openbaar vervoer heeft gekocht, want dat was verspilling. Hij moet, vaak in het gezelschap van zijn broer Jan, duizenden kilometers te voet door Rotterdam hebben afgelegd. In ieder geval dagelijks heen en terug van zijn huis in Rotterdam-Zuid naar zijn atelier aan het Haringvliet benoorden de Nieuwe Maas. Een vriend van Henkes uit de jaren vijftig vertelde dat ze in Parijs het ene museum na de andere galerie bezochten en ook naar de paardenraces in Gentilly gingen, maar dat ze niet één keer van de metro gebruik hadden gemaakt.

Hij leefde zijn hele volwassen leven samen met zijn broer en twee zussen op een zeer eenvoudige verdieping op Katendrecht, waar hij als zoon van een kroegbaas en schoenmaker was geboren. Op zijn twaalfde kwam hij bij een koperslager in de leer, volgde een avondopleiding tot bankwerker en voer nog een aantal jaren als machinist voordat hij begin jaren dertig `het ging wagen om artiest te worden'.

De materiële hulp van zijn familie was daarbij onontbeerlijk, broer en zussen stelden zich in dienst van zijn kunstenaarschap. Hoewel volledig autodidact verliep zijn artistieke carrière niet minder succesvol dan van menig geschoold kunstenaar. Hij exposeerde met grote regelmaat en in 1937 kreeg hij van de architecten Brinkman en Van der Vlugt de prestigieuze opdracht voor een muurschildering in de ontvangstruimte van het nieuwe Feyenoord-stadion. Nog vele exposities en wandschilderingen zouden volgen.

Dolf Henkes heeft veel van zijn werk kunnen verkopen. Er zijn verzamelaars die meer dan honderd werken van hem in bezit hebben. Dat hij zijn werk voor spotprijzen van de hand deed, zal daartoe zeker hebben bijgedragen. Voor vier-, vijfhonderd gulden had je een schilderij, voor de helft of minder een tekening. Ook toen hij al naam had gemaakt en in 1965 een overzichtstentoonstelling in Museum Boymans-van Beuningen had gehad.

De materiële voorspoed veranderde zijn instelling niet, hij bleef tot op hoge leeftijd door de stad lopen, de inrichting van de bescheiden voor-tussen-achterverdieping op de Kaap bleef zoals die altijd was geweest, een tafel met een plastic zeiltje, een bank en een paar stoelen eromheen. Hun legendarische zuinigheid stond overigens een hartelijke ontvangst niet in de weg en mag zeker niet worden verward met gierigheid. Wie bij hen thuis kwam at mee van de haringen die Dolf vuil op de markt had gekocht en die door zus Marie werden schoongemaakt, waarbij voor de liefhebbers een flinke borrel werd geschonken. Bezoekers van het atelier werden getracteerd op de boterhammen met dikke plakken Zeeuws spek die Dolf van huis had meegebracht.

Voor de buitenwereld leefde de familie Henkes (de jongste zus overleed in 1977) een eenvoudig, om niet te zeggen armoedig bestaan. Zelf leden ze daar niet in het minst onder. De armoede van hun jeugd stond het geringste uiterlijk vertoon van welstand niet toe.

Toen Dolf Henkes in 1989 op zesentachtig jarige leeftijd overleed, liet hij 1,2 miljoen gulden na aan de Rijksdienst Beeldende Kunst (thans Instituut Collectie Nederland), ter conservering van zijn artistieke oeuvre dat hij twee jaar eerder aan dit instituut had vermaakt. Acht jaar later overleed het laatste lid van deze bijzondere familie, zus Marie. De acht ton die zij bij elkaar had gespaard was door een Katendrechtse familie die haar in haar laatste, hulpbehoevende jaren had bijgestaan naar een bankrekening in Zwitserland gesluisd.

Na een tip van een huisvriendin werd het geld langs juridische weg teruggevorderd, zodat het alsnog in de kas van de `Stichting Dolf Henkes 100 jaar' kon worden gestort. Zonder dit kapitaal dat door zuinigheid en vlijt was vergaard, is niet aan te nemen dat Rotterdam vier vooraanstaande musea ter beschikking zou hebben gesteld. In de laatste jaren van zijn leven moest hij meemaken dat de vele wandschilderingen die hij ter plaatse in openbare en particuliere gebouwen had gemaakt, onder de slopershamer verdwenen. Rotterdam komt er dus goed mee weg. Dolf Henkes heeft zijn eigen herdenking betaald.

    • Rien Vroegindeweij