`We zijn de angst voor de natuur kwijtgeraakt'

Nergens is de mens meer afwezig in het landschap. Op één geheime plaats na, onlangs `onteigend' door idealisten. ,,Niemand kan er komen, niemand kan het bestemmen.''

,,De perfecte diefstal.'' Zo omschrijft Thomas van Slobbe zijn actie om Nederland te herinneren aan echte, niet door mensen gekende natuur. Negen maanden geleden trok hij ,,een beetje stiekem'' met een kruiwagen vol struiken naar een niet nader te noemen terrein ergens in het land, waar hij een ,,lege plek'' maakte door een stukje landschap te omheinen met een cirkelvormige, ondoordringbare heg. ,,Ik heb het ontstolen van de bezitter'', zegt Van Slobbe, directeur van de kleine natuurorganisatie Stichting Waarde.

Met de actie wil Van Slobbe een debat op gang brengen over de grondslagen van het landschapsbeleid. Elk stukje grond in Nederland is in bezit, heeft een bestemming en is in kaart gebracht. Er is geen wildernis meer, geen onbekend land, zelfs geen natuur die niet door mensen wordt beheerd. ,,De lege plek is een vrijplaats in de maakbare samenleving'', zegt Van Slobbe. ,,Er is behoefte aan een nooduitgang.'' Hij wil niet zeggen waar zijn vrijplaats ligt. Wel dat deze niet opvalt en dat zelfs mensen die er in de buurt wonen, er vermoedelijk geen acht op slaan. ,,Ze worden letterlijk om de tuin geleid.''

Ook zelf probeert Van Slobbe te vergeten waar het is, zodat de ,,lege plek'' zich waarlijk aan iedere waarneming onttrekt als ,,ijkpunt tegen de menselijke hoogmoed''. Dat de juridische eigenaar niet van de actie op de hoogte is, doet volgens Van Slobbe aan de realiteitswaarde van de ,,ontstemming'' niets af. ,,Het gebied is onttrokken aan de daadkracht van de mensen. Niemand kan er komen, niemand kan het bestemmen en niemand kan het ervaren.''

Van Slobbe presenteerde gisteren in Baarn zijn plannen. Samen met politiek filosoof Marius de Geus schreef hij een essay waarin de ideeën zijn uitgewerkt. We leven in een tijdperk met als grondslag de idee van de Engelse filosoof John Locke dat land in bezit kan worden genomen om daarna te bepalen wat er mee gebeurt. Toch begint dit systeem te kraken, menen de auteurs. Er zijn middelen die de vrijheid van grondeigenaren beperken, al was het maar de rechter die bepaalt dat zij hun buren niet mogen hinderen. Maar er ook in het algemeen een groeiende behoefte van burgers en overheid om het landschap zeker te stellen, stoelend op de gedachte dat natuur een eigen, intrinsieke waarde heeft.

,,Natuur is een consumptieartikel geworden'', zeggen Van Slobbe en De Geus. Het is niet meer voldoende om delen van het landschap ,,terug te geven aan de natuur'', zoals de Oostvaardersplassen op Flevoland en de Millingerwaard bij Nijmegen. Zelfs deze gebieden kunnen zich niet onttrekken aan de mens, niet alleen omdat er boswachters lopen, maar ook omdat het gebied zich onvermijdelijk zal voegen naar de wensen van de recreanten. ,,Ik ben ervan overtuigd dat de manier waarop wij het landschap ervaren, bepalend is voor dat landschap'', zegt van Slobbe.

Als bezoekers maar vaak genoeg roepen dat zij een zeerarend willen zien, of een groep bevers, dan zullen die er uiteindelijk ook komen. En zelfs het beleven van ,,magische momenten'' in de natuur wordt volgens Van Slobbe en De Geus al hapklaar aangeboden in excursies die wel bijzonder zijn maar die ook steeds op tijd eindigen.

Van Slobbe: ,,Mensen durven zich niet werkelijk te binden aan de natuur. In de achttiende eeuw lieten passagiers van rijtuigen zich blinddoeken tijdens een tocht door de Alpen om de wrede natuur maar niet te hoeven zien. We zijn het ontzag en de angst voor de grootsheid van de natuur kwijtgeraakt.'' Een oplossing om de mens weer dichter bij de natuur te brengen, is sinds gisteren onderwerp van een reeks debatten georganiseerd door de Stichting Natuur en Milieu. De ene deskundige oppert om meer ,,lege plekken'' aan te brengen, ,,gaatjes in de landkaart'' waar niemand ooit komt en waarover mensen kunnen fantaseren om alleen al het idee dat er nog wildernis bestaat in zichzelf levend te houden. ,,Ook al beleef je het niet zelf'', zegt Marius de Geus.

Anderen menen dat het vooral aankomt om een nieuwe, duurzame relatie tussen mens en natuur in bijvoorbeeld de biologische landbouw. Van Slobbe: ,,Ik weet de oplossing niet. Maar intuïtief weet ik wel dat als je nooit meer kunt verdwalen in de natuur, dat dan je ziel als het ware sterft en je een soort ééndimensionale mens wordt. Ik heb een diepe behoefte om kleiner te zijn dan de natuur, een verlangen dat er meer is dan alleen wij mensen. Als we dat gevoel niet meer kennen, dan heeft het werken aan een duurzame samenleving geen zin. De ziel moet op een kier staan.''

    • Arjen Schreuder