VN-cybertop over digitale kloof tussen arm en rijk

Hoe kunnen armere landen ook profiteren van internet? Een vraag voor de eerste VN-top over de informatiesamenleving, die vandaag in Genève begint.

De hele wereld op internet voor 2015. Alle dorpen en de helft van alle mensen op aarde moeten over twaalf jaar beschikken over internet en andere vormen van informatie- en communicatietechnologie (ICT). Dat is een van de doelen die vanaf vandaag aan de orde komen tijdens de eerste Wereldtop over de Informatiesamenleving (WSIS) in Genève. In 2005 volgt het tweede deel van de conferentie in Tunesië.

Zesduizend deelnemers uit een kleine 180 landen praten onder leiding van de VN over de informatiemaatschappij. Aan de orde komen onder meer de toegang tot internet (access for all), de beschikbaarheid van informatie, onderwijs, veiligheid (inclusief spam, ongewenste reclame), privacy, mensenrechten, het beheer van internet en het behoud van culturele diversiteit op het net.

De centrale vraag in Genève is hoe de `digitale kloof' tussen arm en rijk kan worden gedicht. Hoe kunnen ontwikkelingslanden de achterstand op het Westen verkleinen op het gebied van ICT? En hoe kan iedere wereldburger de voordelen benutten van ICT? Want die zijn er, stellen de VN. ,,Informatie- en communicatietechnologie kan een belangrijke rol spelen in het terugdringen van honger en armoede in de wereld'', aldus de organisatie. Artsen in Zambia hebben bijvoorbeeld, dankzij een samenwerking met een Canadese universiteit, online toegang tot actuele wetenschappelijke artikelen. Cacaoboeren in Bolivia ontvangen eerlijker prijzen voor hun handel, omdat ze via het web een deel van de tussenhandel uitschakelen. Jongeren in Oeganda krijgen seksuele voorlichting via de pc. En vissers in de Indiase deelstaat Pondicherry horen via luidsprekers op het strand het meest recente weerbericht, voorgelezen van internet.

Als er tenminste computers zijn. En een internetverbinding. En elektriciteit. Over die randvoorwaarden moeten de deelnemers aan de `cybertop' in Genève afspraken maken. Maar dat valt nog niet mee. Al twee jaar wordt onderhandeld over een Verklaring over de informatiesamenleving en een actielijst, maar diverse landen uiten bezwaren.

Het belangrijkste twistpunt is de financiering van meer ICT in ontwikkelingslanden. De president van Senegal heeft enige maanden geleden voorgesteld om een Digitaal Solidariteitsfonds op te richten waarmee extra geld beschikbaar moet komen om computers en netwerken aan te schaffen. De rijke landen voelen hier weinig voor. Zij vinden dat ze al genoeg ontwikkelingshulp geven. Daarnaast bestaat onenigheid over mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting. China wil niet dat daarnaar wordt verwezen in de slotverklaring. Speerpunt van de EU zijn juist de burgerrechten in de virtuele maatschappij. Rusland wil verder dat computerbeveiliging wordt verbonden met militaire vraagstukken. De VS zijn voor een strikte naleving van auteursrechten, terwijl andere landen juist pleiten voor gratis of goedkope informatie. [Vervolg CYBERTOP: pagina 4]

CYBERTOP

Twijfels over het belang

[Vervolg van pagina 1] De VS zijn tevens kritisch over de nadruk die wordt gelegd op open source-software. Dit zijn computerprogramma's waarvan de broncode openbaar is. Open source is in aanschaf goedkoper dan reguliere software van bijvoorbeeld Microsoft. Een licentie voor het nieuwe besturingssysteem Windows XP kost in Oost-Afrika ongeveer 305 euro. Dat is meer dan het gemiddelde jaarinkomen per hoofd van de bevolking. Deze geschilpunten dreigen de WSIS te maken tot een bijeenkomst met goede voornemens, maar zonder concrete resultaten. De houding van de Nederlandse regering weerspiegelt dit probleem. ,,Nederland erkent het belang van het onderwerp van de top maar heeft, behoudens bij het onderwerp mensenrechten, twijfels over de meerwaarde van een dergelijke top'', schreef het ministerie van Buitenlandse Zaken al in mei. Er is al een aantal initiatieven op het terrein van informatietechnologie, zoals de UN ICT Task Force en Dot Force van de G8.

Bovendien zijn diplomaten enigszins `top-moe', na grote conferenties in onder meer Cancún en Johannesburg. Buitenlandse Zaken is verder ,,niet gelukkig'' met de gang van zaken rondom de voorbereiding van deze Wereldtop, met name de ,,intransparante procesvoering'' en de ,,geringe bereidheid'' van landen om daadwerkelijk knopen door te hakken op gevoelige dossiers.

Eén van de leden van de Nederlandse delegatie, Tweede-Kamerlid M. van Dam (PvdA), uitte twee weken geleden tijdens een bijeenkomst over de WSIS in Amsterdam, ook zijn twijfels over de top. ,,Ik vrees dat daar weinig uit gaat komen.'' Van Dam vindt dat men in Genève niet moet kiezen voor de idealistische lijn, ,,want dan blaas je de top op'', maar voor een pragmatische. Hij wil zich sterk maken voor privacy en de bestrijding van spam (ongewenste e-mail).

Tegelijk met de WSIS vindt in Genève een grote beurs plaats met allerlei ICT-projecten uit ontwikkelingslanden (ICT For Development, ICT-4D). Anti-globalisten zullen naar verwachting met name digitaal van zich doen spreken. Tijdens de Wereldtop houden zij in Genève een tegen-evenement onder het motto `WSIS? We Seize'. Op het programma staat onder meer een hackersworkshop om te leren informatie te `bevrijden' voor arme landen.

    • Jan Benjamin