Sukkel zoekt ultiem bewijs van zijn falen

Hij zegt het zelf. ,,Jezus wat ben ik een sukkel!' En iedereen is het met hem eens. Zijn vrouw zegt dat hij moet ophoepelen, zijn zoon zegt dat hij moet ophoepelen, zijn beste vriend noemt hem een slappe zak en zijn eigen vader houdt dan misschien wel van hem, maar vooral in de geruststellende wetenschap dat de zoon een mindere versie van hemzelf is. Er is in de hele Passievrucht niemand die denkt of zegt: die Armin Minderhoud, dat is een leuke man.

Dus is de vraag: waarom denkt regisseur Maarten Treurniet dat de zoektocht van deze sukkel naar het ultieme bewijs van zijn falen ons kan boeien?

Misschien dacht Treurniet, ik schuif aan in een mooie traditie. Armin past namelijk in een lange rij van klootloze Nederlandse filmhelden, zoals Maarten (Jeroen Krabbé) in Een Vlucht regenwulpen, Anton (Derk de Lint) in De Aanslag en Simon (Ellik Bargaï) in Vals licht. Mannen die zich een film lang willoos heen en weer lieten schudden door lot en tegenspelers.

De keuze van Peter Paul Muller voor de hoofdrol lijkt deze veronderstelling te steunen. De sinds zijn hitsige, zelfverzekerde rol in All Stars wat pafferig geworden Muller speelt Armin met voortdurend de beteuterde blik van Boris Dittrich op zijn gezicht. Hij woelt met zijn hand door het haar en hij weet het ook niet hoor. Hij vrijt met zijn vrouw en als zij dood is met haar vriendin, hij houdt van zijn zoon, hij hel-lupt bij het afwassen en hij rijdt in een goedkope auto. Je ziet hem denken: wat doe ik dan fout? Waarvoor word ik zo gestraft? En intussen is hij alleen maar verongelijkt en vol zelfbeklag.

Misschien dacht Treurniet ook gewoon: het boek was een kaskraker, dus dat publiek heb ik alvast binnen. Voor die veronderstelling pleit de mededeling in een begeleidend schrijven bij de film: `De Passievrucht is gebaseerd op de bestseller De Passievrucht van Karel Glastra van Loon, waarvan reeds 300.000 exemplaren verkocht zijn.'

Maar gaan die lezers nog naar de bioscoop als ze toch al weten wie de echte vader van Armins zoon Bo is? Want dat is de clou van boek en film: Armin hoort dat hij onvruchtbaar is en beseft dat zijn zoon zijn zoon niet is, maar de moeder is overleden en daarom moet hij zelf op zoek naar de biologische vader van Bo.

De film biedt weinig meer dan de illustratie van deze clou. Scenarist Kees van Beijnum (schrijver van onder meer De Oesters van Nam Kee) heeft er geen ander leven in kunnen krijgen. Hij schreef scènes die alleen dienen als drager van dialogen waarin aan de plot wordt gebouwd. Een uitstapje naar het Amsterdamse winkelcentrum Magna Plaza is qua beeld en decor volkomen zinledig. Het enige doel dat daar moet worden bereikt is dat Armin gegevens over een nieuwe `verdachte' te weten komt. En die dialogen gaan voortdurend met zinnetjes als: ,,Jij wist het al die tijd!' Of: ,,Ik begrijp dat je door een hel gaat, hoor.' In een interview met het filmtijdschrift Skrien zegt Van Beijnum deze maand: ,,Misschien schrijf ik nog eens het script voor de film.' Kennelijk zag hijzelf ook dat het nog niet zover is.

Je zou denken dat Treurniet, die toch geen kwade staat van dienst heeft met tv-series als Pleidooi en vooral Zwarte sneeuw en die nu zijn bioscoopfilmdebuut maakt, op zijn minst pret moest hebben in de verbeelding van een boek. Maar het is niet te zien. De film begint met de camera die neerdaalt op Armin met zijn eerste vrouw Monika (Carice van Houten, de enige in de film die met haar spel voor opwinding zorgt). Ze vrijen in haar auto – dit is het moment waarvan Armin dus altijd dacht dat hierop zijn zoon werd geconcipieerd. En het eindigt met de camera die weer omhooggaat als Armin, zoon Bo en de tweede vrouw in hun leven, Ellen (Halina Reijn), samen toch weer gelukkig zijn op een terrasje. Camera neer, camera op – met kennelijk geen andere betekenis dan dat regisseur en cameraman vinden dat je toch iets bijzonders hoort te maken van begin- en eindshot.

In de tussentijd spelen ze wat met digitale effecten. Armin loopt voorbij een poster met een trein erop, de camera blijft bij de poster hangen en de trein komt plots in beweging, we vliegen naar binnen en Armin zit erin! Volkomen betekenisloos trucje. De enige effectieve digitale beelden zijn die van de titelrol, waar de allesbepalende spermatozoïden rondzwemmen.

De Passievrucht is een wonderlijk ongeïnspireerde film, even klootloos als zijn hoofdrol. In die zin is het een typische boekverfilming. Misschien dat Karel Glastra van Loon het zo zou willen.

Alleen dit moet nog gezegd: de muziek van Klaas ten Holt (eerder ook bij Zwarte sneeuw) is heel goed, veel beter dan je doorgaans bij een Nederlandse film hoort.

De Passievrucht. Regie: Maarten Treurniet. Met Peter Paul Muller, Carice van Houten, Halina Reijn, Jan Decleir, Frank Lammers, Dai Carter. In: 59 bioscopen.

    • Bas Blokker