Signeersessie kan pas beginnen als de rebellenleider er is

Zij zit recht tegenover de ingang van de boekwinkel, achter een in dikke blokletters uitgeprint naambord. Voor haar op tafel liggen twaalf te signeren boeken. De Franse eigenaresse van de boekwinkel schenkt een glaasje cola in voor de kersverse auteur, die zich even kalm als oprecht door haar eerste echte interview slaat. Ze beantwoordt elke vraag van de verslaggever van de plaatselijke krant alsof het om het afleggen van een geloofsbelijdenis gaat. Agnes du Parge, niet haar echte naam, is klein van stuk en ziet er verzorgd uit. Ze draagt een elegant halssierraad met kralen en parelmoer. De signeersessie kan beginnen, ware het niet dat er iemand ontbreekt: de man die haar heeft geïnspireerd tot het schrijven van het boek, haar muze, haar held, haar idool. Zijn naambord staat naast het hare, maar de stoel erachter is leeg.

Bouaké is het hoofdkwartier van de Ivoriaanse rebellenbeweging die veertien maanden geleden een gewapende opstand ontketende tegen de regering in Abidjan. Het was een voor Afrikaanse begrippen dynamisch provinciestadje met een universiteit en een agrarisch onderzoeksinstituut dat veel wetenschappers uit het westen aantrok. Er woonden ook allerlei hulpverleners, Europeanen die in het kader van ontwikkelingssamenwerking naar Ivoorkust waren gekomen. Maar alle buitenlanders werden op last van het Franse leger geëvacueerd toen rebellen vorig jaar september de stad innamen. Ook de 35-jarige onderwijzeres Agnes moest vertrekken. Met pijn in het hart. Na twee maanden hield ze het niet meer uit in de drukte van Abidjan. Ondanks berichten over de wreedheid van de rebellen ging ze terug naar `haar' stad. ,,Als een vogel die zijn kooi verlaat om het uitgestrekte blauw van de vrije hemel te hervinden.''

Dat schrijft ze in haar boek, dat getiteld is `Tussen de rebellen'. Want Agnes raakte gefascineerd door de rebellenbeweging die nog steeds de noordelijke helft van het land bezet en haar `strijd voor vrijheid en vrede'. Of liever, ze raakte gefascineerd door een van de rebellenleiders. Agnes had nog nooit een Afrikaans conflict meegemaakt, een oorlogszone, een rebellie. Zij dacht dat rebellen lomperiken waren. Onbehouwen kerels die roken, zuipen en hun vrouwen slaan.

Maar militair leider Sherif Ousmane, die de troepen aanvoert in en rond Bouaké, is niets van dat alles. ,,Hij heeft klasse en veel charisma en een buitengewone uitstraling'', constateert ze na hun eerste ontmoeting. ,,Uit zijn manier van praten blijkt dat hij een zekere mate van opleiding heeft genoten.'' De man maakt zo'n verpletterende indruk op haar dat zij weet: hij moet het onderwerp worden van een boek. Míjn boek.

`Tussen de rebellen' is het relaas van Agnes' toenemende bewondering voor de rebellenbeweging die haar stad heeft ingenomen. Onthullingen over Sherif Ousmane staan er niet in. Wie de rebellen financiert, bijvoorbeeld, vertelt hij niet. De kleurloze quasi-ideologieën die wereldwijd het jargon zijn van iedere zelfbenoemde vrijheidsstrijder heeft ze allemaal braaf opgeschreven. Is de bleke, tere Française verliefd geworden op de jonge, charismatische rebellenleider? In haar ruim tweehonderd pagina's tellende boek wordt hij de hemel in geprezen. Hij is menselijk, bedachtzaam, altruïstisch. De bevolking van Bouaké adoreert hem. Zijn entourage van gespierde krijgers, `de Jachtluipaarden', is bereid voor hem te sterven. Haar enige, meer dan eens herhaalde punt van milde kritiek is dat hij zelden tijd voor haar heeft. Sherif Ousmane is een drukbezet man.

En nu zit ze daar dan in de boekwinkel, de handen nerveus op tafel gevouwen, te wachten tot Ousmane klaar is met het drillen van zijn troepen in het bos buiten de stad. De absurditeit van de situatie – een signeersessie in een rebellenstad – lijkt haar volledig te ontgaan. De boekwinkel is een enclave van beschavingsdrift, een bolwerkje van Europees optimisme in een verpauperde stad waar al meer dan een jaar heethoofden met kalasjnikovs door de straten scheuren.

De straat ernaast is afgezet met prikkeldraad. Het leger van de voormalige koloniale grootmacht Frankrijk patrouilleert met pantserwagens in deze wijk nadat een bankoverval op een bloedbad was uitgelopen onder rivaliserende rebellenbendes. De klantenkring van de boekwinkel bestaat dan ook exclusief uit Franse militairen, die dolblij zijn dat ze eindelijk iets te lezen kunnen kopen.

Een uur na het begin van de signeersessie, als de lokale verslaggevers zijn vertrokken en Agnes alvast twaalf exemplaren van `Tussen de rebellen' voor twaalf Franse soldaten heeft gesigneerd, is de stoel van het idool van Bouaké nog altijd leeg. Agnes zegt het niet bezwaarlijk te vinden dat Sherif Ousmane op zich laat wachten. Ze is het gewend. Maar desgevraagd durft ze het na een korte aarzeling wel aan Sherifs slechtste eigenschap te onthullen. ,,Hij kan erg egoïstisch zijn'', zegt ze. ,,Maar ja, alle mannen zijn egoïsten, toch?'' Ze begint te lachen, ze bloost, het is alsof ze schrikt van zichzelf. Dan het geluid van piepende remmen en autoportieren die dichtgekwakt worden. De entourage van Sherif Ousmane komt met veel misbaar de boekwinkel binnenbanjeren. De `Jachtluipaarden' posteren zich tussen de pennen en de schoolschriften. Sherif Ousmane maakt zijn entree. Hij gaat zitten en groet Agnes, die hem toelacht en aankijkt met fonkelende ogen. De rebellenleider pakt een pen en schuift het stapeltje van twaalf te signeren boeken naar zich toe. Moeizaam begint hij te schrijven, ingespannen als een schooljongen. De signeersessie is begonnen.

    • Pauline Bax