Raas verdient mooier afscheid

Na acht seizoenen neemt Rabobank eind dit jaar voortijdig afscheid van zijn manager en boegbeeld Jan Raas. Het klikt niet meer.

De officiële verklaring voor het vertrek van Jan Raas bij de wielersponsor Rabobank luidt als volgt: een verschil van inzicht over het toekomstige beleid. Ofwel: de manager kan zich niet vinden in de opdracht van zijn werkgever, die wil meedingen naar de eindzege in de Tour de France van 2005. De geldschieter afficheert zich niet langer als een Hollandse bankier voor boeren en buitenlui, Rabobank is een internationaal bedrijf en daarbij hoort een internationale uitstraling. Lees: een podiumplaats in Parijs.

Met tegenzin ging Raas akkoord met de gewijzigde doelstellingen. Hij was in 1995 door zijn Zeeuwse vriend Herman Wijffels (toen topman bij Rabobank) gevraagd leiding te geven aan een organisatie die de nationale wielersport uit het slop moest halen. Eén buitenlandse vedette moest de Nederlandse jeugd wegwijs maken in het peloton. Zo konden Leon van Bon, Erik Dekker en Michael Boogerd (allen `ontdekt' door Raas) zich in de schaduw van de Deen Rolf Sørensen tot kopman ontwikkelen.

De vooruitgang van de nieuwe lichting ging gepaard met vallen en opstaan. De vertrokken Van Bon is stil blijven staan in zijn ontwikkeling. Dekker is vaak en langdurig geblesseerd. Boogerd ontbeert in de finale het geduld en de leepheid die een winnaarstype kenmerken. Dezelfde rust die Raas als renner wél uitstraalde. Hij was op de fiets een geboren winnaar. Tussen 1975 en 1985 won hij onder meer de wereldtitel, tien etappes in de Tour de France en alle belangrijke klassiekers.

Zo'n begenadigde renner als hij zelf was, heeft Raas als ploegleider van achtereenvolgens Kwantum, Superconfex, Buckler, WordPerfect en Novell niet kunnen opleiden. Hij boekte bescheiden successen en leek in zijn tweede carrière op een dood spoor beland. De Nederlandse wielersport was in de jaren zeventig en tachtig verwend geraakt en raakte achterop. Raas kon het tij niet keren en was bovendien moeilijk benaderbaar voor renners en journalisten. Hij leek in 1995 via een zijdeur afscheid te moeten nemen.

Tot hij dat najaar dankzij Wijffels aan een derde carrière kon beginnen. Het was wennen: Raas zat niet meer in het zadel of achter het stuur van de volgauto. Hij kreeg een bureaufunctie en nam die opdracht volgens zijn critici veel te letterlijk. Hij liet zich weinig zien in de karavaan en zou geen neus meer hebben voor ontluikend wielertalent. De belangrijkste reden voor zijn afzijdige houding – hij wilde zijn ploegleiders Theo de Rooy en Adri van Houwelingen ook zo min mogelijk in de weg lopen – dateert van voor die tijd. In 1994 beleefde Raas een dieptepunt in zijn privéleven. Toen hield een overvaller zijn vrouw met een pistool onder schot en zijn zoons in gijzeling. De heer des huizes is voor het leven getekend door de mislukte kidnapping, vertelde hij vorig jaar in deze krant. Raas blijft voortaan liever thuis en liet daarom zijn garage in 's Heerenhoek ombouwen tot kantoor.

Ondertussen zocht de sponsor zijn heil in buitenlandse investeringen en vertrouwde daarbij op het inzicht van zijn manager. Raas liet tussen de regels door blijken dat hij liever met de Nederlandse jeugd aan de slag was. Een Tourwinnaar moet nog geboren worden, gaf hij toe, maar voor eendaagse wedstrijden zag hij binnen de landsgrenzen genoeg perspectief. Voor de buitenwereld bleef hij altijd loyaal aan zijn werkgever. Hij contracteerde eerst de Oostenrijker Peter Luttenberger en later de Amerikaan Levi Leipheimer om het chronisch tekort aan Nederlandse klassementsrenners te compenseren. Hun miljoenensalarissen hebben zich niet terugbetaald.

Luttenberger verpestte de sfeer, won geen wedstrijden en kon snel vertrekken. Leipheimer ligt goed in de groep, maar zal zijn landgenoot Lance Armstrong in het hooggebergte nooit kunnen bijbenen. De duurste aankoop kwam vorig jaar tot stand. De Spanjaard Oscar Freire werd met veel bombarie gepresenteerd. Ook hij heeft zijn reputatie (twee wereldtitels) nog niet kunnen waarmaken. Raas kreeg kritiek voor zijn `miskopen'. Waarom was hij niet met potentiële Tourwinnaars als Jan Ullrich en Marco Pantani in zee gegaan? Omdat zij een dopingverleden hebben en de sponsor elke link met verboden middelen wenst te vermijden.

Raas heeft ook altijd ontkend dat de jeugd bij Rabobank te veel in de watten wordt gelegd, zoals zijn vroegere strijdmakker en huidige bondscoach Gerrie Knetemann beweert. In Italië, België, Spanje en Frankrijk leiden de talenten ook een luxe leven, zonder dat de prestaties hieronder lijden. Volgens Raas een logisch gevolg van het veel grotere aantal licentiehouders in deze traditionele wielerlanden. Aan zijn opvolger de ondankbare taak deze praktijk ongedaan te maken. En Jan Raas? Hij verdient een mooier afscheid.